Raspberry Pi als NAS-systeem gebruiken

Noud van Kruysbergen
0

Wist je dat je een Raspberry Pi als Network Attached Storage (NAS) kunt gebruiken? Zo voldoet de Raspberry Pi 4 aan de belangrijkste eisen om dit te kunnen doen. Zo heeft deze Raspberry Pi een zeer snelle processor met ingebouwde Gigabit-controller en USB 3.0. Om van de Raspberry Pi 4 een NAS te maken, hoef je alleen maar een opslagmedium aan te sluiten en het besturingssysteem te configureren.

Z geven wij in deze Raspberry Pi Project antwoord op o.a. de volgende vragen:

  • Welk besturingssysteem is het meest geschikt voor hoe je je NAS wilt gebruiken
  • Welke opslagmedia moet je nemen: een ‘grote’ microSD-kaart, een usb-stick, een externe ssd of een klassieke magnetische harde schijf?

Raspberry Pi als NAS-systeem gebruiken


Ontvang gratis tips voor Raspberry Pi en NAS-systemen, schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ontvang elke week het laatste IT-nieuws, de handigste tips en speciale aanbiedingen.

Raspberry Pi als NAS gebruiken: NAS-OS

Het besturingssysteem Raspbian, gebaseerd op Debian Linux, is ook te configureren als een NAS, bijvoorbeeld door het delen van mappen met Samba (SMB). Het instellen daarvan is geen probleem voor doorgewinterde Linux-gebruikers, maar voor beginners is dat vrij omslachtig en foutgevoelig. Eerst moet je het gewenste opslagmedium instellen en integreren in Linux en vervolgens moet je Samba installeren en configureren via een tekstbestand. Dat leidt snel tot fouten, omdat je alles met de hand correct moet instellen en ook moet nadenken over gebruikersaccounts en toegangsrechten.

Een kant-en-klare NAS-distributie zoals Openmediavault (OMV) is eenvoudiger en gebruiksvriendelijker. Maar er zijn ook andere besturingssystemen die data kunnen delen binnen het netwerk. Het mediacentersysteem LibreElec met ‘ingebouwde’ Kodi maakt het mogelijk om smb eenvoudig in te schakelen als optie, maar dan wel zonder gebruikersbeheer. Met LibreElec is een smb-share een eenvoudige manier om multimediadata te kopiëren naar de Raspberry Pi. Hetzelfde geldt ook voor Volumio, die kun je ‘misbruiken’ om er ook niet-muziekbestanden mee te delen.

Er zijn ook andere Linux-distributies die je kunt installeren op een Raspberry Pi. Welke de optimale is voor een NAS hangt af van je eigen smaak en voorkennis. Natuurlijk hangt het er ook vanaf af welke andere taken de Raspberry Pi behalve als NAS nog meer moet verrichten. OMV draait bijvoorbeeld gewoon onder de ‘normale’ Raspbian, je kunt er elke software naast gebruiken die je maar wilt. Echter zolang de processorcapaciteit, het RAM en de opslagruimte toereikend zijn. LibreElec is daarentegen bewust afgeslankt. Je kunt LibreElec wel enorm uitbreiden, maar voor sommige toepassingen zul je met Raspbian sneller klaar zijn.

Raspberry Pi als NAS gebruiken: Opslagruimte

Het opslagmedium is van cruciaal belang voor een betrouwbare, zuinige en stille NAS. De Raspberry Pi 4 heeft geen SATA-poorten, maar een USB 3.0-chip met twee poorten. In de laatste uitvoering werkt die chip met USB 3.2 Gen 1, dus met 5 Gbit/s. In de praktijk haalt de Raspberry Pi 4 daar meer dan 300 MB/s mee. Als het usb-medium snel genoeg is, kunnen de 100 MB/s die mogelijk zijn met Gigabit-Ethernet volledig benut worden – zolang de gegevens niet versleuteld zijn. Bij encryptie daalt de overdrachtssnelheid naar minder dan de helft, vooral bij het schrijven (meer daarover hieronder).

Op een Raspberry Pi 4 kun je een of twee usb-schijven of usb-sticks aansluiten. Als alternatief of als aanvulling is er ook nog de vrije ruimte op de microSD-kaart waar de Pi van opstart. Maar meer dan 1 TB is tot nu toe niet beschikbaar in dit kaartformaat. MicroSD-kaarten zijn zeer zuinig en stil. De in de Raspberry Pi 4 ingebouwde kaartlezer kan echter niet meer dan 50 MB/s aan, de oudere Pi’s zelfs maar 25 MB/s.

Raspberry Pi als NAS: externe 2,5-inch-schijven

Externe magnetische harde schijven in 2,5-inch formaat met USB 3.0-aansluiting hebben momenteel een capaciteit van maximaal 5 TB. Hou hierbij wel rekening dat dit ‘dikke’ schijven zijn met een hoogte van 15 millimeter. Sommige van die 4 en 5 TB drives hebben tot 4 watt voeding nodig. Twee van die schijven zouden de stroomvoorziening van de Raspberry Pi 4 overbelasten. De ‘normale’ 7- of 9,5-millimeter schijven hebben een maximum van 2 TB. Die zijn zuiniger en daarom zijn er geen problemen met de Pi-voeding te verwachten.

De weinige externe 2,5-inch schijven van meer dan 5 TB zijn intern geconstrueerd als een RAID 0 van twee schijven en kunnen te veel vermogen voor de Pi-aansluiting opnemen – beide poorten mogen samen niet meer dan 6 watt leveren. Een USB 3.0-schijf in 2.5-inch formaat met 2 TB is verkrijgbaar vanaf ongeveer 65 euro, voor een dikke 4TB-versie betaal je ongeveer 100 euro. Dergelijke schijven leveren meer dan 140 MB/s in hun snelste zones, in de binnenste sporen is dat nog steeds 50 tot 60 MB/s.

Externe usb-schijf

Usb-schijven van meer dan 2 TB (links) kunnen de usbvoeding van een Raspberry Pi 4 overbelasten. Daarom is de ‘normale’ dikte beter (midden). Usb-sticks zijn niet erg geschikt voor een Pi-NAS, je kunt dan beter een extra ‘grote’ microSDkaart gebruiken.

Raspberry Pi als NAS: externe 3,5-inch-schijven

Het gebruik van externe 3,5-inch schijven raden we voor een Raspberry Pi dringend af. Die hebben wel capaciteiten van meer dan 10 TB, maar ook een externe voeding nodig. Deze externe voeding is vaak zo inefficiënt dat er continu 10 watt of meer doorheen gaat. Als je zoveel NAS-capaciteit nodig hebt, kun je beter een ‘echte’ NAS kopen, bijvoorbeeld de Buffalo LinkStation 520D voor twee 3,5″-schijven vanaf 90 euro. De meerprijs ten opzichte van een Pi maakt dan vergeleken met de kosten voor de harde schijven nauwelijks nog wat uit.

Externe ssd’s aan de andere kant zijn veel sneller dan harde schijven. Ze zijn stil en bestand tegen harde stoten, maar ook duur. Een 1TB-versie kost minstens 130 euro, 2 TB zelfs 300 euro. De hogere ssd-snelheid heeft zelden invloed op een Raspberry Pi-NAS. Een ssd is vooral bij willekeurige benaderingen sneller dan een magneetschijf, maar bij een NAS is de snelheid van sequentiële benaderingen belangrijker en wordt die sowieso beperkt door het netwerk. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, zijn ssd’s niet per se zuiniger dan magneetschijven van 2,5 inch. Sommige ssd’s verbruiken bij het schrijven zelfs aanzienlijk meer energie.

Usb-sticks zijn niet zo geschikt als opslagmedia voor een Pi-NAS. Aan de ene kant werken veel sticks extreem langzaam, aan de andere kant verbruiken sommige sticks al 1 tot 1,5 watt wanneer ze alleen maar aangesloten zijn. Usb-schijven in het 2,5”-formaat en usb-ssd’s hebben meestal energiebesparende modi, waardoor ze zuiniger zijn op de stand-bystand.

Raspberry Pi als NAS: RAID-valkuilen

In principe is het mogelijk om op een Raspberry Pi 4 twee usb-schijven in een RAID 1 met redundante gegevensopslag te koppelen. Dat is wel een beetje gecompliceerd en leidt tot een hoger energieverbruik en meer kabels. Bij een Pi-NAS gaat het om zuinigheid, lage kosten en een zo eenvoudig mogelijke configuratie – voor een centrale netwerkopslag met het laagst mogelijke risico op uitval is het daarom beter om een fatsoenlijk NAS-apparaat te gebruiken. Als je sowieso redundantie voor de gegevens die op de Pi-NAS opgeslagen zijn wilt, dan kun je dat ook doen zonder RAID door bijvoorbeeld (via een cronjob) tijdgestuurde back-ups op een tweede usbschijf of op een tweede Pi-NAS te maken. Met dat laatste kun je je gegevens zelfs beschermen tegen encryptie-trojans.

Over encryptie gesproken, onder Linux kun je schijven met LUKS versleutelen, maar dat vergt processorvermogen. De BCM2711-chip van de Pi 4 heeft hardware-units voor AES-encryptie, maar de huidige versie van Raspbian kan ze niet gebruiken. Daarom daalt de datasnelheid voor het schrijven van versleutelde gegevens aanzienlijk.

Raspberry Pi als NAS: Oververhittingsproblemen

Met een enkele 2,5-inch usb-schijf heb je aan een USB-C voeding van de Raspberry Pi Foundation voldoende voor de stroomvoorziening. Natuurlijk kun je ook een soortgelijke 5V-voeding nemen die 15 watt (5V/3A) levert zoals deze van AZ Delivery.

In principe kun je ook een USB 3.0-hub met een eigen voeding aansluiten op een Raspberry Pi 4 en meerdere usb-schijven. Dergelijke gecompliceerde constructies kun je echter beter vermijden omwille van een hogere betrouwbaarheid. We raden altijd het KISS-principe aan: hou het zo simpel mogelijk. Hoe minder componenten en kabels, des te minder problemen, defecten en losse contacten er kunnen optreden.

De Broadcom BCM2711-chip van de Raspberry Pi 4 wordt behoorlijk heet bij een hoge belasting. Na slechts 10 tot 30 seconden continue belasting van alle vier de cpu-kernen kan hij zo heet worden dat hij zijn klokfrequentie terugschroeft. Bij puur NAS-gebruik is dat zeer zelden te verwachten, omdat daarbij vrijwel nooit alle kernen tegelijkertijd belast worden. Een extra koeler op de BCM2711 is daarom overbodig – tenzij je voortdurend versleutelde gegevens kopieert of de Raspberry Pi tegelijkertijd ook voor andere doeleinden gebruikt. Ook in een slecht geventileerde behuizing kan een extra koeler nuttig zijn.

Om een Pi-NAS betrouwbaar te laten werken, is naast een betrouwbare stroomvoorziening, koeling en bekabeling ook een geschikte locatie van belang. Direct zonlicht, andere warmtebronnen, stof en trillingen hebben een negatief effect. Eigenlijk zou het raadzaam zijn om de Raspberry Pi samen met de schijf in een stevige behuizing te bouwen, maar dan gaan de kosten uit de hand lopen. Zoals al gezegd is een complete NAS voor twee 3,5”-schijven al verkrijgbaar vanaf circa 90 euro.

Conclusie Raspberry Pi als NAS

Voor een NAS op basis van een Raspberry Pi kun je snel meer dan 100 euro uitgeven als je de voeding, microSD- kaart en usb-schijf meerekent. Daar komen dan nog de kosten voor de elektriciteit bij. Reken voor de stroomkosten maar op zo’n 5 watt bij continu gebruik.

Voordat je met de configuratie begint, moet je je goed afvragen wat je eigenlijk wilt. Als je een bestaande usb-schijf op het netwerk wilt aansluiten, dan is de NAS-functie van een router vaak al voldoende. Maar als je meerdere terabytes aan betrouwbare netwerkopslag met redundantie wilt, kun je beter een kant-en-klaar NAS-apparaat met volwassen firmware van bedrijven als Buffalo, Qnap of Synology nemen. De Pi-NAS vult het gat daar tussenin, zeker als je zelf bouwen leuk vindt en alles met opensource zelf in de hand wilt houden.

Wil je ook andere servertaken dan netwerkopslag, bedenk dan wat de beste oplossing als server is.

(Deze informatie is afkomstig uit een artikel van Christof Windeck en Noud van Kruysbergen uit c’t magazine)

Meer Raspberry Pi Proejcts lees je in c't magazine 3/2023

Noud van Kruysbergen
Noud van KruysbergenNoud heeft de 'American Dream' doorlopen van jongste bediende tot hoofdredacteur van c't, waar hij zo veel mogelijk de diepgang, betrouwbaarheid en diversiteit wil bewaken.

Lees ook

Donkere modus Word uitschakelen of inschakelen? Zo doe je het!

Microsoft Word volgt automatisch de donkere modus van Windows. Je kunt ook afzonderlijk de donkere modus van Word uitschakelen of inschakelen. Zo doe ...

Raspberry Pi als Chromecast alternatief gebruiken & zo doe je het

De Google Chromecast is erg handig om media van je telefoon op je tv af te spelen. Helaas werkt het in sommige gevallen niet ideaal. Zo werken bepaald...

0 Praat mee
avatar
  Abonneer  
Laat het mij weten wanneer er