De juiste grafische kaart kopen

Marco den Teuling
2

Inhoudsopgave

    Inleiding

     

    Pixels te kust en te keur

    Grafische kaarten (GPU’s) hebben allerlei kenmerken, zoals het aantal gigabytes en de naam van de fabrikant. We belichten hier de belangrijkste criteria, zodat je de voor jou meest geschikte grafische kaart kunt vinden. Die hoeft geen klein fortuin te kosten.

    Het maakt niet uit of je je nieuwe 4K-beeldscherm aan de computer wilt aansluiten of dat je de nieuwste topgames met een continue 144 fps per seconde naar je high-res gamingmonitor wilt jagen: er komt altijd een grafische kaart bij kijken. In dit koopadvies belichten we de criteria voor het kiezen van een grafische kaart, ook als je niet in gamen geïnteresseerd bent. Daarna geven we concrete aanbevelingen in de verschillende prijsklassen. Afhankelijk van je voorkeuren zou je dus meteen naar de betreffende paragrafen in dit artikel kunnen doorbladeren. Voor de overzichtelijkheid hebben we de geïntegreerde graphics, workstationzwaargewichten en bijzonderheden voor Linux-gebruikers in aparte kaders gezet.

    De prijzen kunnen nogal variëren, afhankelijk van waar je ze (al dan niet online) koopt. In sommige andere Europese landen, zoals Duitsland, liggen de prijzen soms een (flink) stuk lager. Kijk dus vooral ook over de grens, maar daarbij moet je dan wel rekening houden met eventueel hogere verzendkosten. Daarom zijn alle prijzen die we hier noemen slechts een indicatie.

    Meer achtergrondartikelen lees je in c't apr/2020

    Geforce, Radeon of Intel?

    De GeForce-kaarten van Nvidia en de Radeon-kaarten van AMD verdelen de laatste jaren onderling de markt. Bij GeForce zijn dit de RTX-2000- en GTX 1600-series, bij Radeon de RX 5000. Ook in de overeenkomstige voorgaande generaties GeForce GT(X) 1000 en Radeon RX 400/500 en Vega zitten veel interessante modellen. In het algemeen geldt dat AMD in het prijssegment tot 400 euro goed meekomt, maar daarboven heeft Nvidia geen concurrentie.

    Dit jaar verwachten we na een afwezigheid van meer dan 20 jaar de eerste Xe grafische kaarten van Intel.

    De kosten beginnen bij circa 80 euro voor instapkaarten met zeer geringe 3D-prestaties. Die zijn alleen interessant als je huidige grafische kaart je nieuwe high-res 4K/UHD-scherm niet goed kan aansturen. Vanaf zo’n 140 euro zijn er gamingkaarten met genoeg vermogen voor de meeste titels in full-hd-resolutie.

    Kaarten met merkbaar meer reserves zijn meteen een stuk duurder. Als je bijvoorbeeld een WQHD-resolutie met 2560 × 1440 pixels voor 27″-schermen wilt en gemiddelde framerates boven de 60 fps, ben je meer dan 300 euro kwijt, als je bij de huidige topgames tenminste niet van sommige details wilt afzien. Als je op UHD (4K) wilt gamen, moet je nog veel dieper in de buidel tasten. Dat geldt zeker als je de mogelijkheden van het scherm volledig wilt benutten – en al helemaal wanneer je ook nog HDR en een hoge beeldverversingssnelheid van 144 of zelfs 240 hertz wilt hebben.

    Systeemeisen

    Wanneer je een nieuwe grafische kaart wilt kopen, moet je op een paar aspecten letten, die zeker bij het upgraden van oudere computers vaak over het hoofd gezien worden.

    Moderne grafische kaarten hebben meestal een PCI Express-aansluiting. De nieuwere RX 5000-Radeons ondersteunen de snellere protocolversie 4, de huidige GeForce-kaarten werken nog met PCIe 3.0. Beide zijn compatibel met PCIe 2.0 en in theorie ook met het zeer oude PCIe 1.1. Maar niet alle computers hebben het zogenaamde PEG-slot (PCI Express for Graphics) met 16 lanes. Zeker bij heel kleine behuizingen en OEM-computers loont het daarom om voor aanschaf van een grafische kaart een blik te werpen op de specsheet of in de behuizing.

    Bovendien moet je voor aanschaf kijken naar de voeding, omdat je anders wellicht een nieuwe moet kopen. Het PEG-slot levert maximaal 75 watt, zwaardere grafische kaarten moeten met zes- of acht-polige kabels vanuit de voeding van stroom voorzien worden. De snelste 75W-kaarten die dus zonder extra aansluiting op de voeding kunnen, zijn op dit moment de GeForce GTX-exemplaren uit de 1650-serie.

    Iets anders om op te letten: de drivers. Zonder een geschikte driver voor je grafische kaart krijg je vaak alleen een diashow te zien. Wanneer Windows de standaard ‘Microsoft Basic Display Adapter’ heeft geïnstalleerd, laat de grafische kaart wel het Windows-bureaublad zien, maar verloopt het verschuiven van vensters of het scrollen in de browser al niet vloeiend. Video’s lopen hakkelend of helemaal niet en aan 3D-games hoef je niet eens te denken.

    Twee 4K-displays, een geruisloze koeling en een laag energieverbruik; als je geen gamer bent, heb je voldoende aan de MSI GT 1030 van 80 euro.

    AMD en Nvidia bieden op hun websites vaak bijgewerkte driverpakketten die 2D-, 3D- en video-ondersteuning bieden en enkele min of meer nuttige hulpprogramma’s, verfraaiende functies en controlepanelen. Sinds enige tijd worden deze pakketten echter alleen nog voor de 64-bit versie van Windows onderhouden.

    Als je je computer wilt upgraden of een 32-bit licentie hebt voor het besturingssysteem van Microsoft, schuilt hier al het eerste addertje onder het gras. Als gamer kun je niet om een 64-bit Windows heen.

     


    Beeldschermaansluitingen

    Nu je een 4K/UHD-beeldscherm met 3840 × 2160 pixels al voor ruim 200 euro koopt, is de verleiding groot om de desktop meer ruimte te geven. High-res foto’s en films komen beter tot hun recht en optioneel maakt de weergave met een hoog contrast (HDR) het gebeuren op het scherm nog een stuk levensechter. Maar om zo’n display zo ergonomisch mogelijk aan te sturen met minstens 60 beelden per seconde, moet de grafische kaart als digitale monitoraansluitingen minstens DisplayPort 1.2 of HDMI 2.0 hebben.

    Een refreshrate van 30 Hz is wel voldoende voor het afspelen van bioscoopfilms, maar het schuiven met vensters of het precies positioneren van de muispijl bij fotobewerking wordt dan toch wel een inspannende bezigheid. De 2D-weergave wordt nog soepeler met snelle monitoren die met hun 120 hertz ook de Windows-interface aangenaam te bedienen maken.

    Ouderwetse aansluitingen zoals DVI of zelfs het analoge VGA via de D-Sub15 interface kun je beter vermijden. Analoge signalen vind je hooguit nog bij retrosystemen of verouderde beamers. En ook DVI is in zijn eenvoudige, veelgebruikte uitvoering beperkt tot net boven full-hd, namelijk 1920 × 1200. Alleen het zeldzamere Dual Link DVI haalt 2560 × 1600 pixels bij 60 Hertz en kan dus ook die WQHD-resolutie ergonomisch weergeven.

    Sinds DisplayPort-versie 1.2 is de bandbreedte daarvan voldoende om 4K-schermen met minstens 60 Hertz ergonomisch aan te sturen.

    Zelfs bij een instap-combiprocessor als de Athlon 200 GE voldoet de geïntegreerde gpu voor de meeste werkzaamheden.

     


     

    Doorlezen is gratis, maar eerst even dit:

    Dit artikel is met grote zorg samengesteld door de redactie van c’t magazine – het meest toonaangevende computertijdschrift van Nederland en België. Met zeer uitgebreide tests en praktische workshops biedt c’t de diepgang die je nergens online vindt.

    Bekijk de abonnementen   Lees eerst verder

    Streaming en video

    Een mogelijk argument voor het aanschaffen van een nieuwe grafische kaart is het afspelen van video’s. Gespecialiseerde circuits in de grafische chip nemen de processor het allergrootste deel van het decodeerwerk uit handen bij moderne videocodecs. Oudere codecs als DivX, H.264 en Microsoft VC-1 neemt hij als het ware op de koop toe. Zo staat er niets meer in de weg van het genieten van vloeiend weergegeven films en series.

    Moderne grafische chips zijn ook compatibel met de voor videostreamingdiensten als Netflix benodigde kopieerbeschermingstechnieken zoals PlayReady 3.0 SL3000 (de standaard Digital Rights Management (DRM) van Microsoft), en HDCP 2.2. Alleen moet ook het scherm HDCP 2.2 ondersteunen. Speciaal voor Nvidia geldt, dat Netflix in 4K pas werkt vanaf 3GB grafisch geheugen. De Radeons van AMD vanaf de 400-serie en de geïntegreerde grafische units van Intel vanaf de Core i7000-generatie kennen deze beperking niet.

    Gamers en streamers die zelf streamen naar bijvoorbeeld YouTube of Twitch, kunnen profiteren van de video- encoders van grafische chips. Daarmee is het rekenintensieve converteren van de datastream ook in 4K mogelijk, zonder dat dit dan ten koste gaat van de prestaties van de rest van het systeem. Terwijl de AMD- driver hiervoor de Radeon ReLive-functie heeft , verstopt Nvidia zijn video-encoder in de driveraanvulling GeForce Experience. Daar moet je je eerst voor registreren.

    Moderne 3D-kaarten decoderen alle populaire formaten zoals H.264, H.265 (HEVC) of VP9 van YouTube minstens tot de 4K-resolutie, vaak ook met 120 Hz en HDR of in 8K. Het encoderen doen ze in H.264 of H.265 en de kwaliteit daarvan is ten opzichte van vorige generaties nog iets toegenomen. De cpu is daarentegen nog wel op zichzelf aangewezen als het gaat om het nieuwe licentievrije AV1, de opvolger van VP9.

    Ook de videoweergave profiteert van de hogere contrasten van de HDR (High Dynamic Range). Donkere hoeken blijven ook naast zeer fel verlichte plekken in een verzadigd zwart gehuld en kleuren springen eruit. Het assortiment aan games die HDR gebruiken is nog steeds klein, maar groeit gestadig. Prominente vertegenwoordigers zijn onder andere Battlefield V en Assassin’s Creed: Odyssey.

    Tegelijk zijn er steeds meer displays die HDR-weergave ondersteunen. Er zijn meerdere standaarden die voor gamers uitwisselbaar zijn. De eerste heet HDR10 en komt uit de televisietechniek, de tweede stamt van de standaardiseringsorganisatie VESA en heet Display- HDR. Deze omvat de vijf niveaus 400, 500, 600, 1000 en 1400. Deze definiëren niet alleen de maximaal behaalde (top-) helderheid, maar ook andere factoren zoals de kleurdiepte en de latentie. Monitoren die HDR10 ondersteunen zijn er intussen vanaf circa 200 euro, die met DisplayHDR400 vanaf circa 300 euro.

    Grafisch geheugen

    Ook in tijden van lage prijzen beknibbelen veel fabrikanten van grafische kaarten nog op de hoeveelheid geheugen. Terwijl juist voor gamers voldoende snel geheugen enorm belangrijk is. Als bij een 3D-versneller het snelle (lokale) geheugen opraakt, zakken de framerates door de vloer. En ook als er maar weinig data ontbreken en uit het werkgeheugen opgehaald moeten worden, blijft het beeld in games eventjes stilstaan. Dat is bij veel benchmarkscores nauwelijks af te lezen zonder de zogenaamde P99-percentiel, oftewel de laagst behaalde fps, erbij te betrekken.

    Op dit moment is 4 GB voor full-hd nog toereikend, zeker als je genoegen neemt met het op één na hoogste detailniveau. Op de middellange termijn zou dat echter ook bij deze relatief geringe hoeveelheid pixels 8 GB moeten zijn. Daar moet je zeker voor kiezen als de meerprijs voor die extra 4 GB vaak maar een paar euro is. Bij de Radeon RX 570 bijvoorbeeld, die met 4 GB voor circa 160 euro te koop is, en met 8 GB maar 15 euro meer kost.

    Vanaf WQHD is 8 GB al verplicht, vooral omdat blijkt dat games met de Direct3D 12-rendering-API iets meer geheugen verlangen dan wanneer ze met de oudere en vaak langzamere D3D11 draaien. Als je in UHD speelt, kun je nauwelijks nog om 8 GB heen of krijg je een veel lager detailniveau. Met 11 GB zoals bij de GeForce GTX 1080 Ti en RTX 2080 Ti zit je ook bij omvangrijke hires-texturemods nog aan de veilige kant.

    Behalve de grootte is ook de snelheid van het grafische geheugen van doorslaggevend belang. Die hangt af van de interface en wordt berekend op basis van het aantal parallelle datalines en de snelheid van de afzonderlijke geheugenchips. Grafische kaarten met een 64 bit brede interface naar het geheugen zoals de Ge- Force GT 1030 zou je alleen moeten kiezen als je niet gaat gamen of alleen heel oude games wilt spelen. Instapkaarten zoals de GeForce GTX 1050 of 1650, of de Radeon RX 560 of RX 5500 verplaatsen data met 128 bit parallel, wat voor hun algemene 3D-performance nog voldoende is.

    Snellere gamekaarten hebben meestal een 256 bit brede interface. Daartoe behoren uiteenlopende modellen als de goedkope Radeon RX 570 en de vijfmaal duurdere GeForce RTX 2080 Super. Buitenbeentjes als de AMD Radeon R9 Fury en de Vega-serie hebben een HBM(2)-stacked DRAM, net als Nvidia’s peperdure topmodel Titan V. HBM2 is met maximaal 4096 bit een erg brede memory bus, maar is minder hoog geklokt dan het huidige GDDR6 mainstream-RAM. Toch halen kaarten zoals de Radeon VII met Vega-chip door HBM2 een datarate van 1 TB/s, wat meer dan dubbel zoveel is als bij een GeForce RTX 2080 Super.

    Het allerbelangrijkste is, dat de snelheid van het geheugen en de grafische chip enigszins op dezelfde lijn zit. Moderne kaarten waarbij dat compleet uit balans is zijn er gelukkig bijna niet.

     


     

    Grafische kaarten voor workstations

    We krijgen vaak de vraag of je voor thuis voordeel hebt van een professionele workstationkaart. In het algemeen is het antwoord hierop nee. De hardware van Quadro en FirePro is vrijwel identiek met die van GeForce en Radeon. Ook de performance komt in de meeste gevallen overeen met die van de desktopkaarten. Er zijn drie toepassingsgebieden waar een workstationkaart zinvol is. Ten eerste wanneer je in een productieomgeving bepaalde gecertificeerde drivers voor specialistische software nodig hebt, om bij problemen support te krijgen van de fabrikant. Daaronder vallen bijvoorbeeld CAD- en rendertoepassingen als AutoCAD, 3DStudio Max en Solidworks.

    Met de Quadro-serie grafische kaartenricht Nvidia zich op het professionele segment voor gebruik in workstations en datacentra.

    Het tweede geval is gerelateerd, AMD en Nvidia reserveren als driveraanbieders enkele functies voor de professionele kaarten. Zo neemt dankzij ‘AA-Lines’, oftewel hardwarematige antialiasing van draadmodellen, de performance bij de software Siemens NLX toe met een factor 15. Daarmee is het programma in de wireframe- weergave überhaupt pas soepel te bedienen. Daarbij komt nog dat Quadro en FirePro normaal gesproken ook met dubbel zoveel geheugen te krijgen zijn als GeForce en Radeon. Je kunt dan ook zeer grote datasets lokaal en dus snel beschikbaar hebben. Het derde geval is het werken met kleuren zonder zichtbare overgangen in programma’s als Photoshop. De gecertificeerde 10-bit weergave is voorbehouden aan workstationkaarten en bijbehorende drivers, hoewel ook de consumentenversies 10-bit uitvoer voor HDR-weergave ondersteunen.


     

    3D-standaarden

    Alle grafische kaarten van de huidige generaties zijn compatibel met Microsofts standaard voor 3D-interfaces Direct3D 12. Maar ze ondersteunen verschillende hoeveelheden van de totale featureomvang. De meeste functies krijg je bij de dure GeForce RTX-kaarten van Nvidia, die met feature level 12_1 optionele functies ondersteunen zoals raytracing, mesh shading of variable rate shading. Terwijl die eerste functie veel performance opoffert voor mooiere graphics, kan de laatste de performance verhogen en wordt hij bovendien ook ondersteund door de toekomstige Intel-graphics en de goedkopere GeForce 1600-kaarten.

    Het klassieke OpenGL in de huidige versie 4.6 en de low level-interface Vulkan zijn eveneens van de partij. Vulkan geeft ontwikkelaars een directere toegang tot de hardware dan bij OpenGL en heeft daardoor meer optimalisatiemogelijkheden. OpenCL als open general compute interface wordt eveneens ondersteund – door AMD en Intel in versie 2, door Nvidia in dit opzicht alleen tot 1.2.

    Minder lol voor minder geld

    Ga in het onderste prijssegment met een grote boog om oude chips heen van het slag van een GeForce GT 710 of kleiner en om Radeon-kaarten met de toevoeging HD of de R5- en R7-serie. De chips die daarin zitten zijn niet meer van deze tijd en bij sommigen is de driversupport al gestopt.

    In elk geval sturen ook de goedkope kaarten minstens één, maar meestal twee of drie 4K-displays aan met 60 Hz en nemen ze bij populaire videocodecs het grootste deel van de belasting op zich. Bovendien hebben ze een laag energieverbruik en werken daarom meestal fluisterstil. Sommige zijn volledig passief gekoeld, zoals de door ons in de optimale pc aanbevolen MSI GeForce GT 1030 2GH LP OC. Die beschikt met Display- Port en HDMI 2.0 over twee digitale 4K-aansluitingen. Als je er geen twee nodig hebt, zijn er ook passief gekoelde varianten met HDMI en DVI voor een paar euro minder. Merkbaar meer (maar nog steeds niet veel!) 3D-performance levert de Radeon RX 550, die nog geen 100 euro kost en alleen met actieve koeling verkrijgbaar is. Beide modelseries kunnen zonder extra aansluiting op de voeding.

    Bij de gaming-performance kun je ook met deze kaarten geen grote verbeteringen verwachten. Simpele e-sports titels zoals Dota 2 draaien wel op een GeForce GT 1030 of een Radeon RX 550 met een soepele 60 fps. Maar bij MMORPG’s zoals World of Warcraft duik je met detailniveau 8 van 10 en de eenvoudigste FXAA antialiasing al omlaag naar de 40 fps. Dat halen deze kaarten alleen bij de varianten met een grafisch geheugen van het type GDDR5 – de DDR3/4-modellen zijn nog trager.

    Gaming-instappers tot 200 euro

    In de klasse tussen 100 en 200 euro kun je al rekenen op fatsoenlijke, voor full-hd-games geschikte 3D-prestaties. In het aantal punten van de benchmark 3DMark Firestrike uitgedrukt, zit je dan in het gebied van 5500 tot ongeveer 13.000. Met het oog op de momenteel zeer lage prijzen voor de AMD Radeon RX 570, die je zelfs in de 8GB-variant voor circa 175 euro koopt, is het moeilijk om een argument te verzinnen voor de iets goedkopere maar slechts half zo snelle GeForce GTX 1050-kaarten, zelfs als je erg op de energiekosten let. Als je per se een GeForce-kaart wilt hebben, moet je in deze klasse de GTX 1650 nemen. Die is nog steeds 30 procent langzamer dan de RX 570, maar biedt in tegenstelling tot de GTX 1050 moderne techniek en voldoende RAM om te genieten van Netflix in 4K.

    In de prijsklasse tot 200 euro is momenteel de Radeon RX 570 interessant. Voor zo’n 175 euro zijn er al modellen met 8 GB GDDR5-geheugen verkrijgbaar.

    Even snel als de RX570 zijn de uitloopmodellen GeForce GTX 1060 met hun krappe 3 GB geheugen. Die zijn idle en bij 2D-gebruik nog eens 5 watt zuiniger dan de RX 570-kaarten, die normaal circa 12 watt trekken. Belast hebben ze met 120 tot 130 watt minder stroom nodig dan de Radeons en zijn ze stiller te koelen.

    Gaming-middenklasse tot 400 euro

    Tussen 200 en 400 euro vind je verschillende modellen zoals de Radeon RX 590 en de goedkoopste GeForce RTX 2060 Super-kaarten. De 3DMark-scores gaan richting 20.000 punten, genoeg 3D-vermogen voor de meeste titels in WQHD-resolutie met doorgaans 60 frames per seconde.

    Alle kaarten in dit segment hebben zes- of zelfs achtpolige aansluitingen op de voeding nodig, minstens één maar meestal twee. Drie of vier digitale beeldschermen met 4K-resolutie en hoger zijn geen probleem. De huidige modellen (GeForce vanaf 1600 en Radeon vanaf 5000) zijn ook wat betreft de video-encoders en -decoders up-to-date.

    Onderin deze klasse dingen de Radeon RX 590 en Ge- Force 1660 naar de gunsten van de kopers. De Radeon scoort met meer grafisch geheugen en ligt bij 3DMark tien procent voor op de GeForce. Op alle andere gebieden, zoals ondersteunde 3D-technieken als Variable Rate Shading, formaten van de video-unit of gewoon de energiezuinigheid, loopt de GeForce voorop. Bovendien kun je met de Nvidia-drivers op de GeForce ook zonder RT-cores zoals bij de RTX-kaarten toch raytracing-effecten zien in games – maar moderne titels zoals Control zijn dan niet meer soepel te spelen.

    Als je je niet stoort aan veel lawaai, kun je voor prijzen rond 250 euro ook nog een of andere aanbieding vinden voor de Radeon RX Vega 56. Die scoort bij de 3D-performance nog eens zo’n 25 procent hoger. Dat zijn al merkbaar meer reserves. De GeForce GTX 1660 Ti vanaf circa 300 euro is vergeleken met de RTX 2060 niet aantrekkelijk. De grotere GeForce is merkbaar sneller, heeft raytracing- en Tensor-cores en een sneller geheugen. Daarmee is de meerprijs van zo’n 80 euro voor de RTX 2060 gerechtvaardigd.

    Voor prijzen vanaf 350 euro krijg je de nieuwste techniek: Radeon RX 5700 of GeForce RTX 2060. De eerste is meestal sneller en heeft 8 in plaats van 6 GB grafisch geheugen – in dit prijsgebied krijg je wel alleen de lawaaierige referentiemodellen. Voor een stillere RX 5700 zoals de Sapphire Pulse moet je eerder in de richting van 390 euro plannen. Ook bij de GeForce zijn de voordeligste aanbiedingen meestal niet de stilste. Maar dan heb je met de RTX 2060 wel raytracing- en Tensor-cores. Daarmee kun je proeven van mooie nieuwe grafische mogelijkheden. De performance ligt echter met de intensieve raytracing-effecten vooral bij snelle shooters bij de onderste grenzen. De voor AI-berekeningen bedoelde Tensor-cores worden bij games op dit moment hoofdzakelijk gebruikt voor deep-learning super-sampling. Die techniek verlaagt de renderresolutie, wat tot hogere fps-waarden leidt. Het verlies aan beeldkwaliteit moet door een offline door Nvidia getrainde AI-routine weer gecompenseerd worden, wat tot nu toe niet zo goed functioneert.

    Voor enkele tientjes boven de 400 euro krijg je de goedkoopste en lawaaierige modellen van de Radeon RX 5700 XT en de Nvidia RTX 2060 Super. Hier is het verschil kleiner, omdat Nvidia de 2060 Super ten opzichte van de 2060 meer opgewaardeerd heeft dan AMD de XT ten opzichte van de normale 5700. Je krijgt bij Nvidia onder andere een geheugencapaciteit van 8 GB zoals bij de Radeon. In dit geval is het eerder een kwestie van persoonlijke voorkeur of je voor de Radeon kiest met een hoger brutovermogen of voor de GeForce met een extra feature. Maar met deze kaarten nemen we al een voorschot op de volgende prijsklasse.

     


     

    Overzicht grafische hardware voor Linux-gebruikers

    Voor vrijwel alle gangbare pc-gpu’s bestaan er Linux-drivers. Toch moet je bij het aanschaffen van de hardware oppassen, want deze drivers verschillen sterk in kwaliteit, onderhoud en omvang van de hardwaresupport. Bij grafische units van AMD en Intel ziet de situatie er behoorlijk goed uit. Voor de meeste van deze grafische chips installeren de huidige Linux-distributies automatisch de beste drivers. Daarmee is het belangrijkste eigenlijk al gezegd. De drivers van de distributies zijn echter vaak een paar weken of maanden oud en ondersteunen daarom pas ingevoerde gpu-generaties doorgaans niet. De benodigde driverbestanddelen zijn meestal wel bij het uitkomen van een gpu beschikbaar in projecten als de Linux-kernel of Mesa. Omdat je voor het gebruik van een moderne gpu meerdere driverbestanddelen nodig hebt, is het handmatig installeren alleen iets voor experts. Normale gebruikers moeten dus wachten tot hun eigen distributie nieuwe driverversies meebrengt – dat kan vaak meer dan een jaar duren. Voor een handvol in het bedrijfsleven gangbare distributies, zoals Ubuntu 18.04 LTS, biedt AMD een oplossing voor dit probleem. Het bedrijf stelt zelf een pakket met nieuwe Linux- drivers beschikbaar op zijn website. Daarin zitten bovendien propriëtaire, alternatieve drivers – bijvoorbeeld een voor OpenGL, die voor professionele toepassingen geoptimaliseerd is en voor thuisgebruik of 3D-games meestal geen voordelen biedt. Het probleem is dat dit driverpakket onder Ubuntu 19.04 en de meeste andere eindgebruiker- distributies niet of alleen met grote moeite te installeren is.

    Heel anders is de situatie bij Nvidia’s GeForce-chips. Daarvoor installeren Linux-distributies meestal drivers die de huidige chips slechts rudimentair ondersteunen: sommige functies ontbreken, de 3D-performance is gebrekkig en energiebesparende functies en de ventilatorregeling werken niet optimaal. Je krijgt meestal alleen fatsoenlijke ondersteuning als je propriëtaire, door Nvidia zelf aangeboden Linux-drivers handmatig installeert. Als je dat met de eigen installer van Nvidia wilt doen, dien je over veel Linux-knowhow te beschikken. Makkelijker gaat dat met driverpakketten die door sommige distributeurs of gebruikers samengesteld worden. Maar ook daar zitten addertjes onder het gras. De grootste: een deel van de driver moet precies passend gecompileerd worden voor de gebruikte Linux-kernel. Dat is dan nodig bij alle kernel-updates, die vaak meerdere keren per maand verschijnen. Gebruikers merken daar vaak niets van, omdat bepaalde driverpakketten dit proces erg goed achter de schermen houden. Maar veel gebruikers worden er vroeg of laat mee geconfronteerd, zoals valt af te leiden uit forumposts en lezerscommentaren. Voor sommigen werkt Nvidia daarom als een rode lap.

    De genoemde punten stippen veel aspecten rondom grafische drivers voor Linux alleen aan en laten andere dingen buiten beschouwing. Sowieso zijn het vooral vuistregels. Als Linux-gebruiker kun je daarom vóór het kopen van hardware beter eerst op internet zoeken naar de beschikbaarheid van bijbehorende drivers.

     


     

     

    Luxe kaarten boven 400 euro

    Weinig gamers geven 400 euro of meer uit voor een grafische kaart, maar degenen die het toch doen, mogen ervan uitgaan dat ze hun games ook op 4K-schermen vloeiend kunnen spelen. In deze prijsklasse vind je voor de Radeon RX 5700 XT aantrekkelijke modellen als de fluisterstille Red Devil van Powercolor met zijn Silent-BIOS. Hetzelfde geldt voor de Nvidia RTX 2060 Super waar bijvoorbeeld het Phantom-model van Gainward lekker stil is.

    De overgang naar de volgende categorie grafische kaarten verloopt net zo vloeiend als het bijbehorende vermogen: vanaf 540 euro krijg je de goedkoopste RTX 2070-uitvoeringen, die echter maar weinig sneller zijn dan de 2060 Super. Een meer meet- dan merkbare sprong maakt de RTX 2070 Super vanaf 530 euro. De AMP Extreme OC van Zotac valt bijvoorbeeld op met een voor zijn performancecategorie zeer stille koeler.

    Daarboven heb je alleen nog de RTX 2080 en de 2080 Ti, want AMD heeft de productie van de 16GBkaart Radeon VII weer uitgesteld. De GeForce RTX 2080 is te koop vanaf circa 760 euro, dus ruim eenderde meer dan de maar iets langzamere RTX 2070 Super. Hij is daarom nog minder aan te raden dan de RTX 2080 Super. Die kost nog eens 90 euro meer, maar heeft wel wat sneller geheugen om de snellere chip beter te kunnen benutten. De kaarten met een bijzonder ingewikkelde koeling, standaard overclocking of een meerfasige spanningsomzetting voor betere overklokresultaten dekken het hele gebied af van 300 euro tot aan de duurste consumer-kaart van Nvidia, de RTX 2080 Ti. Die krijg je in zijn eenvoudigste uitvoering vanaf 1000 of 1100 euro, maar doet er vergeleken met de RTX 2018 wel in alle aspecten een schepje bovenop. Met zijn 4352 shader-cores en 11 GB GDDR6-geheugen zet hij ongeveer een kwart meer 3D-performance neer dan de RTX 2080 en zo’n 20 procent meer dan de 2080 Super. Deze gigantische 3D-performance is echter maar door weinig gamers te benutten. De RTX 2080 Ti komt pas tot zijn recht bij veeleisende games in 4K-resolutie met hoge framerates of bij titels met veel raytracing-effecten – en bij spelers die goed in de slappe was zitten.

    Helemaal bovenaan aan het firmament tronen de Titan V en Titan RTX van Nvidia, die de fabrikant zelf liever aan semiprofessionele gebruikers verkoopt die geen probleem hebben met prijzen van meer dan 2000 euro.

    Nvidia’s multi-gpu-techniek SLI is net als AMD’s Crossfire op z’n retour. De steeds complexere rendertechnieken maken de benodigde driveraanpassing steeds moeilijker, zodat veel games niet of maar heel weinig aan performance winnen – voor de dubbele kosten. Daarom is het logisch dat Nvidia SLI alleen vanaf de RTX 2070 Super nog ondersteunt.

    Vooruitblik

    In 2020 kan er binnen de grafische-kaarten-business weer het een en ander gebeuren. Intels intrede in de markt kan leiden tot meer performance door technische vooruitgang of lagere prijzen vanwege de concurrentiestrijd die ontketend wordt.

    Het oude jaar is geëindigd met de verkoopstart van de Radeon RX 5500 (vanaf circa 180 euro). Die zal de marktpositie van de RX 500 overnemen, maar door zijn modernere techniek aantrekkelijker zijn. Eind oktober heeft Nvidia al de 1660-serie met een Super-versie uitgebreid om niet achterop te raken.

    Dit jaar worden de kaarten zoals gezegd helemaal opnieuw geschud. Nvidia zou met Ampere ook naar de moderne 7-nanometerstructuren kunnen overstappen, zodat er meer transistors en daardoor een hogere performance per chipoppervlak mogelijk zijn. AMD heeft al in oktober zijn nieuwe Navi-gpu geïntroduceerd. Deze chip is al op 7nm gemaakt en kan qua performance wedijveren met de Nvidia-kaarten boven de RTX 2070 Super. Of dat ook voor Nvidia’s topmodellen geldt, moet nog blijken. Hetzelfde geldt in bijzondere mate voor de markt(her)intrede van Intel, want de chipfabrikant wil dit jaar zijn eerste stacked gpu’s introduceren sinds meer dan 20 jaar. Volgens de geruchten zal er eerst alleen een aanval in de middenklasse komen op de gevestigde Radeon- en GeForce- kaarten. De grote klap zou Intel voor later bewaren – maar dan hebben AMD en Nvidia misschien al weer teruggeslagen.

    Qua nieuwe technieken verwachten we vooral de eerste grafische kaarten met HDMI 2.1, waarvan de specificatie al twee jaar beschikbaar is. Deze zouden dan ook 120 Hz inclusief Stereo-3D aankunnen bij 4K-monitoren en televisies, evenals 60 Hz voor de 8K-resolutie. Daarmee komt het vooral in de woonkamer populairdere HDMI dan op gelijke voet met de huidige DisplayPort-standaard.

    3D-performance van grafische kaarten vergeleken

    Klik op de tabel voor een vergroting (in PDF-formaat). 

     

     

    (Carsten Spille en Marco den Teuling, c’t magazine)

    Meer hardware-informatie lees je in c't apr/2020

    Deel dit artikel

    Lees ook

    Tools voor ergonomisch werken – deel 2

    Dit is deel 2 van een tweedelige serie over tools voor ergonomisch werken. Hierin bespreken we kleine upgrades en het afleren van slechte gewoontes. D...

    Tools voor ergonomisch werken – deel 1

    Je hoeft niet meteen over te stappen op een prijzig zit-sta-bureau als je wat ergonomischer aan de slag wilt. Zelfs kleine upgrades en het afleren van...

    Interessant voor jou

    2 Praat mee
    avatar
      Abonneer  
    nieuwsteoudste
    Laat het mij weten wanneer er
    Johannes Meerding
    Lezer
    Johannes Meerding

    Interessant artikel, maar wat ik mis is waar je op moet letten als je de grafische kaart ook wilt gebruiken voor AI, bijvoorbeeld door programma’s als Gigapixel.
    Ook benieuwd waar je op moet letten als je 3D CAD wilt gebruiken.