Mesh-systemen moeten grote oppervlakken naadloos van wifi voorzien. Installeren, aansluiten, inschakelen, kort configureren via de app, en klaar is het snelle draadloze internet in een groot huis of een kantoor. We hebben zes sets voor Wi-Fi 7 getest en gekeken hoe snel ze gegevens naar alle uithoeken sturen.
Prestaties zonder premiumprijs
Met alleen een router kan in het beste geval een kleine woning of een gemiddeld kantoor in elke hoek worden voorzien van snel wifi. Een repeater kan de dekking daarvan verbeteren, maar om dat goed te laten werken, moet hij compatibel zijn met de router. Dat hebben de fabrikanten in hun meshsystemen ingebouwd: de apparaten (in meshjargon ook wel nodes genoemd) passen bij elkaar, je stelt het draadloze netwerk centraal in en hoeft je daarna om weinig meer te bekommeren.
We hebben zes meshkits met de huidige wifistandaard Wi-Fi 7 in huis gehaald om ze te testen. Bij het selecteren was het doel om voor maximaal 450 euro twee zo goed mogelijk uitgeruste nodes te bemachtigen, waarvan er één met een extern modem als breedbandrouter en één als wifirepeater moet werken.
Duurder kan altijd, maar je hoeft niet meteen meer dan vier keer zoveel te betalen voor een Netgear Orbi RBE972-set van twee om modern wifi te krijgen. De set van drie toonde bij de test in 2024 wel een exorbitante doorvoersnelheid, maar verbruikte ook energie alsof het gratis was.
De geteste sets
We hebben de volgende meshsets getest: de Amazon eero 7, Asus ZenWiFi BT8, Fritzbox 4690 en Repeater 2700, Mercusys Halo H47BE, TP-Link Deco BE65 en Ubiquiti Unifi Dream Router 7 en Express 7. Voor die laatste overschreden we het door onszelf gestelde budget een beetje omdat de Unifi-kit door extra snelle ethernetpoorten op beide nodes een bijzondere snelheid belooft.
De belangrijkste wifikenmerken die de doorvoersnelheid bepalen, zijn de ondersteunde frequentiebanden en het aantal mogelijke MIMO-streams. Sinds 2021 is naast blokken op de 2,4- en 5GHz-band ook een blok op de 6GHz-band vrijgegeven voor wifi. De 6GHz-band biedt 480 MHz extra spectrum, waar Wi-Fi 7 met een extra breed radiosignaal van 320 MHz tot 23 Gbit/s bruto kan aantikken.
Daarvoor hebben beide kanten van een radioverbinding acht antennes nodig, zodat ze via acht MIMO-streams parallel gegevens kunnen verzenden. Goede routers voor kleine netwerken halen vier (tot 11,5 Gbit/s) streams, eenvoudige komen tot twee (5,76 Gbit/s).
Maar zelfs die zijn al voldoende om laptops en smartphones optimaal te bedienen, omdat dergelijke mobiele apparaten zelf maximaal twee wifi-antennes hebben.
Toch zijn meer streams op de meshknooppunten beter omdat ze dan sneller met elkaar kunnen communiceren en meerdere clients parallel kunnen bedienen via multi-user MIMO (MU-MIMO uit Wi-Fi 5). Afgestemd op de snelheid van de verbinding moeten meshnodes voor vaste clients of een kabelverbinding onderling ten minste twee ethernetpoorten hebben met maximaal 2,5 Gbit/s.
Bij de eerste Wi-Fi 7-tests zagen we op applicatieniveau immers al pieken tot meer dan 4 Gbit/s netto wanneer een met Wi-Fi 7 compatibele laptop op de 6GHz-band was verbonden met het wifibasisstation. Als een meshnode geen 6GHz-module bevat, maakt hij een groot deel van de Wi-Fi 7-prestatiebelofte niet waar. Mesh zonder 6 GHz laat ook veel spectrum onbenut.
Dat ontneemt je de kans om in dichtbevolkte gebieden met Wi-Fi 6E- en Wi-Fi 7-compatibele clients de drukte op de 2,4- en in toenemende mate ook de 5GHz-band te vermijden.
Wat het nog moeilijker maakt, is dat bij de test alleen de systemen van Fritz en Ubiquiti op de 5GHz-band uitweken naar de hoge radiokanalen vanaf 100 en zo beter gebruik maakten van het beschikbare spectrum (Dynamic Frequency Selection, DFS). Ondanks automatische kanaalkeuze bleven de andere bij meerdere pogingen altijd in het onderste blok (kanaal 36 tot 48 respectievelijk 36 tot 64 bij 160 MHz signaalbreedte), wat de drukte daar verder verergert.
Op de bits bekeken
Omdat niemand bij het kopen van een nieuwe router meteen alle oude apparaten wil gaan vervangen, zorgen de ontwikkelaars van de wifinormen ervoor dat de systemen achterwaarts compatibel met elkaar blijven: een Wi-Fi 7-basisstation zal ook oudere apparaten van een draadloos netwerk kunnen voorzien. Daarbij mogen echter geen nuttige functies van oudere standaarden verloren gaan.
We hebben dat gecontroleerd door de beacons te analyseren. Elk wifibasisstation (accesspoint) zendt die ze aanwezigheidssignalen ongeveer tien keer per seconde uit, zodat clients ze kunnen vinden. Daarin definieert het in talrijke parameters (Information Elements, IE) welke kenmerken van de verschillende wifigeneraties het ondersteunt.
Bij de eero 7-set van Amazon hebben we vastgesteld dat de met Wi-Fi 6 geïntroduceerde Spatial Reuse-functie BSS Coloring was gedeactiveerd. In gebieden met veel netwerken maakt Spatial Reuse het mogelijk dat apparaten van een netwerk uitzenden, ook al vindt er op dat moment een transmissie plaats in het naburige netwerk op dezelfde frequentie. Zo kan het spectrum efficiënter gebruikt worden, vergelijkbaar met hoe meerdere groepjes mensen op een groot feest dat doen. Het voordeel: het eigen netwerk presteert gemiddeld beter.

je desktop of laptop met een wifi-AP is verbonden. Linux
is iets beknopter dan Windows.

Wat de Wi-Fi 7-functies betreft, waren er geen verrassingen: alle kits ondersteunen Multi-Link-Operation (MLO), maar soms moet dat eerst handmatig worden geactiveerd. De uitzondering: bij de Fritz-set kan alleen de repeater MLO gebruiken omdat de router op de 2,4GHz-band alleen met Wi-Fi 6 communiceert.
De voor mobiele apparaten belangrijke MLO-variant eMLSR vonden we overal, MLO tussen de nodes (MLMR) ook, maar de eveneens voor mobiele apparaten belangrijke, ten opzichte van de TWT van Wi-Fi 6 verbeterde energiebesparingsfunctie Restricted Target Wait Time (R-TWT) zagen we slechts bij de helft van de geteste kits (Amazon, Mercusys, TP-Link).
Idealiter moet een meshnode ook de oude router kunnen vervangen, wat energie bespaart. Daarom hebben we ook getest hoe goed de apparaten via een extern modem werken op zowel koper (DSL) als glasvezel (GPON). Als je de huidige router wil of moet blijven gebruiken, kun je bijna alle meshkits ook als wifivervanger aansluiten en in de accesspointmodus zetten.
Makkelijk instellen
Een app om te configureren met je smartphone is wel handig, maar met een browser is het sowieso al makkelijker om lange wachtwoorden in te voeren met een fysiek toetsenbord. Bovendien bieden apps vaak alleen de meest noodzakelijke instellingen voor internettoegang, waardoor essentiële functies, die fabrieksmatig uitgeschakeld zijn, soms niet kunnen worden ingeschakeld.
Met een browser zijn normaal gesproken alle instellingen te zien, behalve bij Mercusys en TP-Link: hun webinterfaces dienen voornamelijk als statusweergave en staan slechts enkele ingrepen toe, zoals firmware-upgrades, tijdinstellingen, rebooten en het (de)activeren van afzonderlijke frequentiebanden.
Als je VLAN-tagging nodig hebt, is dat te vinden in het menu met internetinstellingen via een optie zoals ‘geavanceerd’ of ‘handmatig ISP-profiel’,
IPv6-bijzonderheden
Het moderne internetprotocol IPv6 is voor de meeste fabrikanten, zelfs 13 jaar na de introductie, nog steeds ‘nieuw’. De wizards van vier van de zes systemen vroegen bij het instellen niet eens of ze IPv6 moesten activeren.
Zelfs als dat handmatig wordt gedaan, blijft het lastig als apparaten in het eigen netwerk permanent van buitenaf bereikbaar moeten zijn. Bij bijna alle kits kunnen poorten in de IPv6-firewall worden vrijgegeven, maar dat wordt vaak verkeerd geïmplementeerd.
Meestal mislukken dergelijke vrijgaven al omdat de routers alleen het invoeren van een volledig globaal adres toestaan of het eerste adres overnemen dat door het doelapparaat wordt gezien.
Het hostgedeelte daarvan – de laatste 64 bit van het IPV6-adres, ook wel interface-identificatie (IID) genoemd – is doorgaans echter vergankelijk, namelijk wanneer Privacy Extensions voor meer privacy geactiveerd zijn. Na enige tijd, meestal een paar uur, verloopt het tijdelijke adres en werkt de vrijgave niet meer. In de praktijk stellen hosts ook een globaal adres met een constante IID in, maar gebruiken ze dat niet voor uitgaand verkeer.

dat moment wordt doorgegeven.
De permanente IID kan in het ideale geval als vrijgavedoel in de router worden ingevoerd. Als de provider bij het opnieuw verbinden een andere IPv6-prefix toewijst, kan de router dat combineren met de opgeslagen IID tot een volledig globaal IPv6-adres.
Het eenvoudig selecteren van de bestemming uit een lijst met bekende apparaten werkt alleen betrouwbaar als DHCPv6 in het interne netwerk geactiveerd is. Maar dan stellen sommige hosts geen tijdelijke adressen meer in. Bij Ubiquiti kon een dienst als HTTPS of SSH met het doeladres ::/0 in ieder geval voor het hele interne netwerk worden vrijgegeven. Maar meestal wil je alleen afzonderlijke apparaten toegankelijk maken vanaf het IPv6-internet, zodat die aanpak voor sommigen een te groot gat slaat.
De enige routerfabrikant bij deze test die IPv6 grondig geïmplementeerd heeft, is Fritz – voorheen AVM. De DynDNS-dienst myfritz.net van Fritz biedt zelfs hostvermeldingen, zodat meerdere apparaten in het (draadloze) netwerk onder individuele namen van buitenaf bereikbaar kunnen worden gemaakt.
IPTV-perikelen
IPTV via multicast (MC-IPTV) biedt inmiddels geen grote efficiëntievoordelen meer ten opzichte van HTTP-streaming via Anycast met gedistribueerde servers. Daarom hebben we nu voor de laatste keer getest of de routers en repeaters multicaststreams via unicastconversie (MC2UC) bruikbaar naar het wifinetwerk verzenden.
Het doorsturen in accespointmodus achter een router werkte bij de test op alle apparaten, met uitzondering van de Amazon eero 7 en de Asus Zen-WiFi BT8. Via een DSL-modem lukte dat alleen met de Fritzbox en de Dream Router van Ubiquiti.
Wifitest
Voordat we naar het wifi gingen kijken, hebben we met de netwerkbenchmarktool iperf3 gemeten hoe snel de als router gebruikte meshnodes de gegevens tussen internet en het interne netwerk verwerken.
Want wat al te traag in het ethernetnetwerk aankomt, kan via wifi niet sneller worden. Wat betreft de NAT-prestaties liet geen enkel apparaat zwaktes zien. De doorvoersnelheid lag altijd dicht bij de ‘wire speed’, dus de maximale snelheid die mogelijk is via de snelle ethernetpoorten.
Wat de draadloze verbinding betreft, hebben we eerst gemeten hoe snel gegevens tussen de routernode en een Dell XPS 13 (model 2024) Wi-Fi 7-laptop met Intel BE200-wifimodule overgedragen werden.
Dat gebeurde over drie afstanden (twee meter in dezelfde ruimte, vier meter door een stenen muur, 20 meter door meerdere muren), meerdere keren voor beide transmissierichtingen en – indien mogelijk – afzonderlijk voor de drie radiofrequentiebanden. Het resultaat is het gemiddelde van downstream (basis op laptop) en upstream (tegenrichting).
Over de afstand van 20 meter hebben we bovendien in vier uitlijningscombinaties gemeten omdat de apparaten nooit in alle richtingen even goed zenden. Zo ontstaat een snelheidsrange, waarvan we de hoogste waarde beoordelen.
Bij de volgende stap kwam de repeaternode erbij en hebben we gemeten hoe goed de meshapparaten onderling communiceren, oftewel wat de backbone- of backhaul-doorvoer oplevert. Die bepaalt namelijk hoe snel de gegevens bij de derde stap nog eens zes meter verder door schuine, dikke muren naar de laptop gingen.
Amazon eero 7

Het Amerikaanse bedrijf eero was in 2016 met een Wi-Fi 5-systeem de pionier op het gebied van meshwifi en werd slechts drie jaar later overgenomen door Amazon. Inmiddels is Wi-Fi 7 er en gebruikt Amazon het in het basismodel van eero slechts op twee frequentiebanden.
Voor sommige routerdiensten, zoals ouderlijk toezicht, VPN en DynDNS, die elders zijn inbegrepen, moet je bij Amazon extra betalen, namelijk maar liefst 115 euro per jaar.
Het feit dat de eero-app je op veel plaatsen een abonnement wil aansmeren, zorgt voor voorzichtigheid. Aan de andere kant bevatten de eero’s ook een Matter- en Thread-compatibele smarthomehub met ZigBee.
We hebben de eco-modus uitgeschakeld: volgens de fabrikant kan die de doorvoer beperken, maar bij onze test bespaarde hij geen energie. Het zou nuttiger zijn als Amazon de BSS Coloring van Wi-Fi 6 zou activeren.
-
compact, onopvallend design
-
slechts twee frequentiebanden
-
aantal functies via abonnement
Asus ZenWiFi BT8

Asus voorziet zijn ZenWiFi-router van een overvloed aan functies, maar het configureren ervan via een browser is allesbehalve overzichtelijk. Zelfs als de voor de hand liggende zaken die de wizard overslaat, handmatig worden geregeld, moet je nog steeds in het menu zoeken totdat je ook wifi-vanzelfsprekendheden zoals de energiebesparingsfunctie TWT van Wi-Fi 6 achteraf geactiveerd hebt.
MLO voor Wi-Fi 7-clients vergt zelfs twee stappen: eerst moet je het in het algemeen activeren en vervolgens nogmaals bij de standaard-zendradio (MLO-Fronthaul).
Het instellen van een gastnetwerk is daarentegen eenvoudiger dan voorheen. In tegenstelling tot bij de concurrentie lukte het koppelen van de repeaternodde niet altijd meteen. Geduld loont, want de backbonedoorvoer was de hoogste in deze test.
-
rijk uitgerust
-
goede wifi-performance
-
instellen wat gedoe
Fritz Box 4690 + Repeater 2700

Bij de meshset van Fritz, voorheen AVM, werden we gedwongen tot een compromis. Het bedrijf heeft momenteel geen router/repeatercombinatie in zijn assortiment die Wi-Fi 7 met MLO zowel in de backbone als met clients ondersteunt. Twee 5690 Pro-Fritzboxen kunnen dat wel, maar met een prijs van ongeveer 600 euro zouden ze het budget voor deze test overschrijden.
Daarom hebben we gekozen voor een goedkopere router en de betere 2700 Wi-Fi 7-repeater in plaats van de 1700. Het nadeel: MLO is alleen beschikbaar op de repeater. Dat zou anders zijn met de 5690-box, maar die heeft niet de extra snelle 10 Gbit/s-poorten van de 4690.
Wat de routerfuncties betreft, laat Fritz al jaren zien hoe het hoort. Alleen op het gebied van Multi-SSID met VLAN’s – iets waar sommige Fritz-fans al lang om vragen, hebben de routers nog een inhaalslag te maken.
-
beste routerfuncties
-
slechts twee frequentiebanden
-
router zonder MLO
Mercusys Halo H47BE V 2.0

Met het merk Mercusys, dat op de IFA 2025 geïntroduceerd werd, concurreert de Chinese fabrikant TP-Link met zichzelf: de Halo-kit was met dezelfde wifi-uitrusting voor alle drie de wififrequentiebanden maar liefst een derde goedkoper dan zijn Deco-broertje. Er wordt bespaard op de ethernetpoorten, de routerfuncties en de extra’s (zie in de tabel bij Bijzonderheden).
Wat betreft de wifiprestaties op afstand bleef de Halo-router op de hoge frequentiebanden een stuk achter, evenals de router/repeatercombinatie bij de backbonedoorvoer en op de lange afstand van 26 meter.
Vervelend was dat de kit, net als zijn Deco-tegenhanger, tijdens de test nooit gebruik maakte van de hoge 5GHz-kanalen en zo capaciteit verspilde. MLO is alleen beschikbaar in een aparte radiocel en op de hoge banden.
-
goedkoopste set in de test
-
drie frequentiebanden
-
alleen elementaire routerfuncties
TP-Link Deco BE65 Ver. 2.0

TP-Link heeft met zijn Deco-apparaten al enkele jaren ervaring met mesh en durfde het in het voorjaar van 2023 als eerste fabrikant aan om Wi-Fi 7-producten op de markt te brengen.
De huidige kit kon de razendsnelle 925 Mbit/s backbonesnelheid van de Deco BE85 over 20 meter door muren heen niet helemaal evenaren, maar was met ongeveer 850 Mbit/s ook alles behalve traag.
Op het 26-meterpunt werd nog steeds 334 Mbit/s bereikt, het beste resultaat in deze test. De BE65-kit biedt MLO, net als de Halo-variant, alleen op verzoek en alleen op de twee hoge wifibanden aan. Voor oudere clients, die net als Internet of Things-gadgets vaak struikelen over de huidige wifiversleuteling WPA2+3, kan bij de Deco-kit een aparte radiocel op de 2,4GHz-band met WPA2 geactiveerd worden.
Let op bij de IPv6-configuratie: onze kit activeerde Stateful DHCPv6 af en toe ondanks de specificatie van SLAAC en Stateless DHCPv6.
-
zeer goede wifiperformance
-
apart IoT-netwerk
-
IPv6-configuratie een gedoe
Ubiquiti Dream Router 7 + Express 7

Ubiquiti heeft al lange tijd centraal beheerde wifisystemen in zijn assortiment. De Unifi-serie is bedoeld voor kleine en middelgrote netwerken, maar biedt functies zoals Multi-SSID met VLAN-tagging, die je voornamelijk in bedrijfsproducten aantreft. Daarmee staan de Amerikanen bij deze test op de eerste plaats wat betreft functionaliteit, maar vergen ze ook enige netwerkervaring van de beheerder.
Als daaraan voldaan is, is met Unifi bijna niets onmogelijk, behalve – op dit moment nog – permanent functionerende IPv6-dienstvrijgaven. Naast de 10-gigabit-poorten zijn de kleine displays op de nodes, die helpen bij het instellen en tijdens het gebruik de datastromen weergeven, een highlight.
Zwakke punten vonden we in de helaas slechts gemiddelde wifi-prestaties in ons testscenario en in het relatief hoge energieverbruik.
-
uitgebreide functies
-
niet voor beginners
-
hoog verbruik
Snellere mesh met kabel
Als laatste hebben we gecontroleerd of een kabelverbinding tussen router en repeater de doorvoersnelheid verhoogt. In dat geval hoeven de gegevens namelijk alleen op het laatste stuk door de lucht te worden verzonden, waardoor het radiospectrum minder lang wordt belast en hopelijk meer dan de backbone wordt versneld. Daarmee worden de laatste zes meter tussen de repeater en de laptop de lakmoesproef.
De chique Orbi-kit van Netgear haalde in 2024 bijvoorbeeld wel een netto doorvoersnelheid van maar liefst 2 Gbit/s op de backbone, maar de repeater kon daar met iets meer dan 200 Mbit/s slechts een fractie van doorgeven.
Met een netwerkkabel tussen router en repeater werd dat toch nog 360 Mbit/s, dus bijna het dubbele. Ook nu moeten we constateren dat het de moeite waard is om kabels te leggen: de Amazon eero 7, Asus ZenWiFi BT8 en de Fritz-combinatie profiteerden daar merkbaar van (zie de tabel).
Voor de backbone-doorvoersnelheid verwachtten we voor een goed cijfer minimaal 500 Mbit/s, dus de helft van wat een gigabit-internetverbinding levert. Een ‘zeer goed’ is het resultaat vanaf 1000 Mbit/s, ‘slecht’ minder dan 250 Mbit/s.
Over de router-repeater-keten heen moest de clientdoorvoer op het 26-meterpunt minimaal 100 Mbit/s halen voor een ‘voldoende’ en tussen de 200 en 300 Mbit/s voor een ‘goed’.
Data kost energie
Op het gebied van energie-efficiëntie staan de wififabrikanten voor een dilemma: als ze hun meshkits voorzien van een radiomodule voor de 6GHz-band, komt dat de prestaties ten goede, maar neemt het energieverbruik met naar schatting één tot twee watt per node toe.
Hetzelfde geldt voor de ethernetpoorten: een verbinding met 1000 Mbit/s verbruikt met ongeveer 0,3 watt minder energie dan een verbinding met 2500 (circa 1,2 watt) of zelfs 10.000 Mbit/s (2 tot 3 watt).

Ondanks die systeemgebonden verschillen hebben we het idle verbruik beoordeeld, omdat dit bepaalt met hoeveel euro een meshkit de jaarlijkse elektriciteitsrekening opdrijft.
Alleen de zuinige Amazon-kit haalde minder dan 10 watt voor het systeem en daarmee een ‘zeer goed’.
De Fritz-meshset haalde een goed cijfer voor maximaal 15 watt door af te zien van 6GHz-band. De rest lag daarboven. We hebben gemeten met een 2,5Gbit/s-link op de internetpoort van de routernode en zonder ethernet op de repeater, omdat dat de meest zuinige opstelling is wanneer de clients alleen via wifi verbinding maken met internet.
Conclusie
De ideale Wi-Fi 7-meshkit heeft de geavanceerde functies en gebruiksvriendelijkheid van een Fritzbox, de wifiprestaties van de TP-Link Deco-kit, de poorten van de Ubiquiti Dream Router 7, het lage energieverbruik van de Amazon eero 7 en de prijs van de Mercusys-set. Maar je moet minstens één compromis sluiten.
Als je ‘alleen maar internet’ via Wi-Fi 7 voor weinig geld wilt, dan zit je bij deze test met de Mercusys-kit goed en krijg je zelfs wifi op alle drie de frequentiebanden. De Amazon eero 7 is slechts iets duurder en heeft een smarthomehub met ZigBee, maar ziet af van de 6GHz-band. Als je hogere eisen stelt aan de functionaliteit, kun je bij de rest kijken en kiezen op basis van de aangeboden opties.
Ernst Ahlers en Alieke van Sommeren

Praat mee