De Retina-MacBook 13″ en Mac mini van de nieuwste generatie

Noud van Kruysbergen
0

Klein en hot

Apple heeft de kleine MacBook Pro nu ook uitgebracht in een versie met vier keer zoveel pixels en een SSD. De Mac mini’s werden voorzien van USB 3.0 en nieuwe processors.

Behalve een iPad mini heeft Apple ook nieuwe versies van de andere notebookmodellen aangekondigd: naast de onlangs uitgebrachte iMac, een 13″-versie van de Retina-MacBook en gerenoveerde Mac mini’s. We hebben twee notebooks en de goedkoopste Mac mini aan de tand gevoeld. De drie apparaten beschikken allemaal over USB 3.0 en zijn voorzien van dezelfde Core i5-processors met dezelfde kloksnelheid en dezelfde gpu.

MacBook Pro Retina 13″

De MacBook Pro 13″ Retina is volgens Apple-topman Phil Schiller de populairste Mac. Deze MacBook is er nu ook in een variant met een ultrahoge resolutie beeldscherm. Met zijn hoge aantal pixels is dit het 13-inch notebook met de op een na hoogste resolutie – enkel overtroffen door de MacBook Pro Retina 15″. In plaats van een traditionele harde schijf wordt uitsluitend flashgeheugen gebruikt. Het enige verschil tussen de door ons geteste standaardconfiguraties is de opslagcapaciteit van 128 en 256 GB.

Ingeklapt is de uit één stuk aluminium gefreesde behuizing 5 millimeter dunner. Het hele notebook weegt 440 gram minder dan het nog steeds verkochte 13″-model met normaal display. Om deze afslankkuur mogelijk te maken, heeft Apple de dvd-brander en standaard geheugencomponenten weggelaten: het RAM kan niet worden verwisseld, voor de SSD-modules is er met OWC tot dusver slechts één alternatieve aanbieder.

In de MacBook Pro Retina 13″ werden de van de 15″-Retina en de MacBook Air bekende Blade-modules ingebouwd. Die zitten in een plastic frame met nog behoorlijk wat ruimte. Op de plek van de Blade-modules zou zelfs een platte SSD met 7 mm inbouwhoogte passen, maar de aansluitkabels zijn niet compatibel en er zijn tot op heden ook geen passende kabels te koop.

Apple gebruikt SSD-modules van Samsung met SATA 6G-interface die leessnelheden tot krap 500 MB/s leveren – traditionele 2,5″-schijven komen maar net op 100 MB/s. De MacBook Pro Retina 13″ boot dankzij de snelle SSD’s in 14 seconden – net zo snel als de MacBook Air. Bij tests met DVD2One en QuickTime Pro die de harde schijf intensief belasten, lieten de Retina-MacBooks de Mac mini geheel naar verwachting ver achter zich.

Wat pure rekenkracht betreft werken de MacBooks ongeveer even snel als de hier geteste Mac mini en de goedkoopste MacBook Pro 13″ zonder Retina, die immers ook van een 2,5 GHz snelle dualcore i5-processor voorzien zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor iTunes, Cinebench-rendering en Photoshop. Wanneer er zoals bij oudere programmaversies of iTunes maar een of twee kernen gebruikt worden, gaat de performance zelfs gelijk op met de quadcores van de actuele 15″-modellen. Deze cpu’s zijn lager geklokt, maar kunnen bij het overklokken via Turbo Boost sneller draaien. De gebruikte dualcore i5 met 2,5 GHz komt met de Turbo niet verder dan 3,1 GHz – bij quadcores kan de snelheid tot 1 GHz worden verhoogd als maar één van de kernen wordt gebruikt.

Intels processor-gpu HD 4000 deed het vele malen slechter dan de dedicated Nvidia-Kepler-gpu in de MacBook Pro Retina 15″. Bij Starcraft II kwamen de fps-waarden uit op 23 tegen 80, bij Dirt II was de score 14 tegen 40 (alle instellingen op maximaal bij 1024 x 768 pixels). Intels Graphic HD 4000 volstaat voor het gamen van oudere 3D-games met gereduceerde details of een lage resolutie – meer niet. Voor de hardwareversnelde Quartz Extreme-effecten van het systeem bij schaduw en transparanties en voor alle 2D-eisen heeft de geïntegreerde gpu vanzelfsprekend meer dan voldoende in huis.

Retina-display

Het Retina-display valt op door zijn levendige kleuren, ongeveer conform de sRGB-kleurenruitmte – alleen groen en rood zijn net wat fletser dan bij goede stand-alone monitoren. Het scherm spiegelt een stuk minder dan bij de normale MacBook Pro-modellen, maar toch nog altijd meer dan bij een mat display. Het contrast van meer dan 1100:1 is niet alleen heel hoog, het neemt bij het IPS-panel ook van opzij gezien nauwelijks af, wat bij notebooks vrij uniek is.

Door zijn 2560 x 1600 = 4.096.000 pixels –   bijna twee keer zoveel als bij de 1080p-HD –  worden tekst, menu’s, pictogrammen en content zoals afbeeldingen haarscherp weergegeven, mits de programma’s al voor Retina zijn geoptimaliseerd. Daar zijn de ontwikkelaars na de presentatie van het 15″-Retina-model mee aan de slag gegaan, zodat er al een heleboel aangepaste programma’s zijn. Bij de andere worden in elk geval de systeemelementen en teksten in volledige scherpte weergegeven voor zover het om een Cocoa-app gaat en de programmeur zich aan de Apple-richtlijnen heeft gehouden. Als dat niet zo is, verviervoudigt het systeem gewoon alle elementen, zodat ze in de normale grootte, maar wel pixeliger dan op een normaal display verschijnen. Het systeem kan alle content ook naar tweederde van de grootte schalen, zodat de weergave net zo klein is als op een 13″-display met 1680 x 1050 pixels.

De helderheid in het midden van het scherm haalde op het 128GB-testapparaat 323 cd/m2, op het andere maar 267. Dit duidt op serieafwijkingen binnen de LED-achtergrondverlichting. De helderheid schommelde bij een MacBook tussen de 284 tot 343 cd/m2, bij het andere tussen 248 en 294, wat alleen bij heel homogene achtergronden zoals een wit vlak met het blote oog te zien is.

De MacBook Pro Retina 13″ heeft net als zijn 15″-broer geen ethernet- of FireWire-aansluitingen. Dat kun je oplossen door Thunderbolt-adapters te gebruiken, waarvoor twee poorten worden aangeboden. Daarop kun je ook mini-DisplayPort-adapters voor monitoren aansluiten. Er is ook nog een HDMI-monitorpoort. Aan elke kant zit een USB 3.0-poort.

Voor audio biedt de MacBook slechts een mini-jack, die biedt analoge en digitaal optische uitgangssignalen en bij gebruik van een iPhone-headset een analoge mono-ingang voor de microfoon. De aansluitingen worden gecompleteerd door een snelle SDXC-cardreader, die volgens het systeem met 2,5 gigatransfers per seconde werkt. Dat komt overeen met het theoretisch maximum van 2,5 gigabit/s of ongeveer 250 MB/s en is daarmee geschikt voor een snelle SD-kaart als uitbreiding van de krappe harde schijfruimte.

De MacBooks waren tijdens normaal gebruik niet te horen, pas na langer testen van de Dirt II-demo produceerden de ventilatoren een nog altijd rustige 0,3 sone. De apparaten werden boven het toetsenbord ook weer vrij warm, maar niet zo heet als de 15″-Retina.

De 74Wh-accu hield het ondanks het hogere energieverbruik van het Retina-display in beide notebooks bij 100 cd/m2 en lichte belasting zo’n negen uur vol. Bij het verhogen van de helderheid liepen de tijden terug naar iets meer dan 6 uur. De accu werd in zes delen opgesplitst en in de behuizing verdeeld. De accu mag alleen door Apple tegen betaling van naar alle waarschijnlijkheid 200 euro worden vervangen.

Nadat we de MagSafe 2-stekker op de MacBook met de lege accu[Ge:leergefahrene] hadden aangesloten, duurde het een paar minuten voor we hem weer vlot konden bedienen. Tot die tijd schokte de muispijl[Ge:ruckelte der Mauszeiger] en reageerde het notebook zelfs vertraagd op toetsenbordinvoer.

Windows op Retina

Windows 7 64-bit kon op beide MacBooks zonder problemen met de Boot Camp-wizard worden geïnstalleerd. We gebruikten voor de drivers een kleine usb-stick met FAT32-formaat en een externe dvd-drive voor het besturingssysteemmedium. De TrackPad kon wederom niet optimaal worden bediend en de Thunderbolt-ethernetadapter werkte na het insteken pas na een reboot.

Tijdens de Windows-installatie bood het scherm nog de goed leesbare resolutie van 800 x 600, met de Boot Camp-drivers werden de volledige 2560 x 1600 pixels gebruikt, waarbij sommige menu’s en venster wel erg klein uitvielen. In Photoshop werden bijvoorbeeld foto’s, paletten en de meeste interne vensters in de native resolutie weergegeven – dus heel erg klein – terwijl het hoofdmenu in normale grootte verscheen. Daarbij veranderde de muispijl bij sommige bewerkingen in een hoopje kruimels, waardoor we er soms naast zaten. Bij de spellen Quake 4 en de (gratis) Unigine-benchmark paste het beeld niet op het beeldscherm, maar werd alleen de linker bovenste helft weergegeven. In Starcraft II bewoog de muis niet, bij Quake 4 was hij niet eens te zien.

Op de kleinere MacBook met 128GB SSD en een een al even kleine Boot Camp-partitie hadden we grote moeite om al onze benchmarkprogramma’s parallel te installeren. Starcraft II konden we pas na het wissen van alle andere apps en het verkleinen van het virtuele geheugen installeren. Het virtuele geheugen heeft standaard net zoveel ruimte op de harde schijf nodig als de grootte van het werkgeheugen, in ons geval dus 8 GB. De toetsenbordverlichting ging bij het switchen van Windows naar Mac OS X steeds ongevraagd weer aan.

Mac mini

Apple heeft de buitenkant van de Mac mini onveranderd gelaten, maar hem binnenin wel een Ivy Bridge-architectuur gegeven. Het grootste voordeel is waarschijnlijk USB 3.0, dat gegevens tien keer sneller dan de voorganger 2.0 kan overdragen. We hebben de Mac mini dualcore getest, die met een prijs van 649 euro meteen ook de goedkoopste Apple-computer is.

Ten behoeve van een laag energieverbruik, een goede koeling en een lage geluidsontwikkeling gaat Apple bij de Mac mini volledig voor notebooktechniek. In Intels Core i5 zit ook de gpu. De met Ivy Bridge geïntroduceerde HD 4000 beschikt over 16 execution units, vier meer dan de HD 3000 en blijkt net als uit eerder uitgevoerde tests de verbeterde opvolger te zijn. Met 22 frames per seconde in Starcraft II haalde hij in de Mac mini bijvoorbeeld twee keer zoveel frames per seconde als de voorganger. Maar hij kwam nog lang niet aan de 30 fps van de Mac mini (2,5 GHz van 2011) met dedicated ATI-chip en apart grafisch geheugen. De Open GL-test van Cinebench 11 leverde een vergelijkbaar beeld op.

Hoeveel het grafische geheugen van het werkgeheugen afsnoept hangt van zijn grootte af: in de mini met zijn 4 GB RAM waren dat 512 MB, als je hem naar 8 GB upgradet, gaat het om 768 MB grafisch geheugen (zoals bij de geteste MacBooks). Helaas is er geen mini-model meer met een aparte grafische chip en geheugen, maar daar staat tegenover dat de duurdere versie nu vier in plaats van twee processorkernen heeft.

De 500GB-schijf in de geteste Mac mini was afkomstig van Hitachi en haalde transferrates van meer dan 90 MB/s. De nog niet geteste quadcore Mac mini is optioneel ook verkrijgbaar met een SSD. Helemaal nieuw is de door Apple als ‘Fusion Drive’ aangeboden combinatie van een 128GB-SSD en 1TB harde schijf. Die moet volgens de fabrikant ongeveer 80 procent van de snelheid van een SSD halen en de capaciteit van beide drives daarbij samenvoegen. Zonder dat de gebruiker kan of moet ingrijpen, verschuift het systeem vaak gebruikte bestanden naar de SSD, terwijl minder vaak opgevraagde data bij een vol flashgeheugen verplaatst worden naar de harde schijf. Gegevens die net gekopieerd werden, belanden steevast op de SSD en worden op een later tijdstip anders verschoven. De Fusion Drive was er tot dusver alleen voor de Mac mini, sinds eind november is hij echter ook optioneel verkrijgbaar voor de iMac.

Mocht een van de twee drives kapot gaan, dan is de content van de Fusion Drive verloren. Door dit hogere risico op gegevensverlies, worden Time Machine back-ups des te belangrijker. Volgens Apple kun je op een in de Fusion Drive opgenomen harde schijf met de Boot Camp-wizard een Windows-partitie aanmaken. Ook de hersteldrive van Mountain Lion staat aan het eind van de HDD. Beide profiteren daardoor niet van de SSD.

De Mac mini biedt nog een volwaardige audio-uitgang voor analoge en digitaal optische stereosignalen. Hij biedt bovendien aansluitingen voor FireWire 800 en Gigabit Ethernet, maar naast HDMI- maar één Thunderbolt-poort. Daarbij komen nog vier USB 3.0-poorten, een snelle SDXC-aansluiting, een infrarood ontvanger en een interne voeding. Verder is hij net als de Retina-MacBooks voorzien van Bluetooth 4.0 en 802.11n-WLAN.

Bij de Mac mini kun je het werkgeheugen makkelijk zelf vervangen. Je hoeft alleen maar de onderkant licht te draaien om bij de twee slots te komen. De Mac mini is met een energieverbruik van minder dan 10 watt tijdens gebruik extreem zuinig. Hij draaide geluidloos, alleen de harde schijf maakte soms lichte klikgeluiden.

Conclusie

De prijsverhoging van de kleine Mac mini van zo’n 50 euro is met het oog op de iets hogere cpu- en gpu-performance, maar zeker ook door de razendsnelle USB 3.wel gerechtvaardigd. Het geheugen had echter best wat royaler mogen uitvallen. Een spannende vernieuwing is de Fusion Drive.

Voor de MacBook Pro Retina 13″ zullen zeker veel gebruikers warmlopen, aangezien hij door zijn afmetingen en gewicht makkelijk meegenomen kan worden en bovendien voorzien is van een fantastisch beeldscherm en een snelle SSD. Voor gamers is de geïntegreerde gpu een no-go, anderen zullen moeite hebben met de kleine SSD-capaciteiten – maar dat zijn Mac-gebruikers immers al gewend van de MacBook Air. De 13″-Retina met een acceptabele 256MB-SSD kost al 2079 euro, de stap naar het 15″-model met dezelfde schijf, maar de quadcore-cpu en Kepler-graphics is met 240 euro meer dan al niet meer zo groot.

(Johannes Schuster/nkr)

  

klik op de tabellen voor een grotere weergave

  

  

Meer over

Apple

Deel dit artikel

Lees ook

32-bit programma in 64-bit Windows: informatie bij probleemoplossing

Wist je dat 32-bit programma's alleen in 64-bit Windows werken dankzij een (soms wat verwarrend) subsysteem? We laten je zien op welke plekken je hier...

WiFi 6: snelheid en andere verbeteringen in de nieuwe wifi-standaard

WiFi 6, oftewel IEEE 802.11ax, moet de snelheid verhogen, onder meer door clients slimmer parallel te bedienen. Maar het heeft nog meer te bieden dan ...

0 Praat mee
avatar
  Abonneer  
Laat het mij weten wanneer er