De nog lange weg naar een vrije routerkeuze

Daniel Dupré
1

Het nieuws dat KPN zijn dochterbedrijf XS4ALL wil opheffen en onderbrengen onder de grote KPN-paraplu zal weinig mensen zijn ontgaan. De XS4ALL-gebruikers reageerden verontwaardigd. Er werd zelfs een actiegroep ‘XS4ALL moet blijven!’ opgezet, die gebruikers opriep een petitie te tekenen om opheffing te verhinderen.

Daniel Dupré en Noud van Kruysbergen

De meeste mensen zullen wellicht een beetje vreemd opkijken van zo’n heftige reactie op zoiets als het verdwijnen van een internetserviceprovider. Het is tenslotte niet de eerste keer dat een provider verdwijnt of in een andere partij opgaat. Niemand ging handtekeningen verzamelen toen UPC opging in Ziggo en ook niemand denkt met weemoed terug aan de tijd dat men nog internet van Chello kreeg. Het verschil is ten dele de historische achtergrond, omdat XS4ALL ooit is opgericht door een groep hackers, en veel HCC-leden bij de provider terechtkwamen na de overname van HCCnet in 2005. Het imago van XS4ALL van buitenbeentje op de internetmarkt werd bovendien gecultiveerd om gebruikers vast te houden en aan te trekken. Ondertussen werd XS4ALL in 1998 al overgenomen door KPN, maar had dat voor gebruikers geen gevolgen.

Je zou dus denken dat het eigenlijk niet veel uitmaakt of die gebruikers nu diensten afnemen van een bedrijf dat XS4ALL of KPN heet, het is uiteindelijk toch hetzelfde concern. Maar een reden dat gebruikers bewust voor XS4ALL als internetprovider kiezen, is dat je bij een XS4ALL-abonnement niet verplicht wordt om hun apparatuur te gebruiken als je dat niet wilt. Alle informatie die je voor een werkende aansluiting nodig hebt, krijg je bij het sluiten van je abonnement toegestuurd. En als de modem/router die wordt meegeleverd niet aan je wensen of eisen voldoet, kun je er zelf een aanschaffen en heb je alle gegevens bij de hand om die aan te sluiten.

Dit en veel andere artikelen lees je in c't Magazine apr/2019

Eigen spul

Bij andere aanbieders ziet dat er helaas anders uit: bij een abonnement moet je de meegeleverde modem/router gebruiken, anders heb je geen internet, kun je niet bellen of geen tv kijken. Daar komt bij dat de meegeleverde apparatuur niet altijd van even hoge kwaliteit is, of niet geschikt is voor je specifieke situatie. Je hebt dan de mogelijkheid om bijvoorbeeld de wifi van de meegeleverde modem/router uit te schakelen of de router in een soort bridge-modus te laten zetten door de provider. Daar kun je dan een eigen router op aansluiten, die dan echter alleen als een soort veredelde switch en/of accespoint functioneert. Dan heb je twee apparaten achter elkaar geschakeld (dubbel NAT), wat niet alleen onhandig is en een rommeltje geeft aan extra draden en stekkers, maar ook nog eens zinloos energieverbruik betekent.

We hebben in het verleden wel eens zitten sleutelen aan een Experiabox van KPN met een managed switch ervoor om de verschillende VLAN’s voor internet, tv en telefonie te kunnen scheiden. Je kunt de internet-VLAN dan rechtstreeks naar de eigen router doorsluizen en het dataverkeer van de andere twee door de Experiabox laten afhandelen. Als het werkte, was dat maar tijdelijk omdat de router van KPN dan geen updates kon krijgen en je het originele systeem af en toe moest herstellen. Een hoop gedoe, wat allemaal niet nodig zou zijn als je gewoon een eigen router op de internetverbinding zou kunnen aansluiten.

Het zou dan ook mooi zijn als je bij je provider de inloggegevens zou kunnen opvragen en daar je eigen spullen mee kunt installeren. De fabrikanten van de door de provider meegeleverde netwerkapparaten zullen daar ongetwijfeld niet bij mee zijn, maar de andere fabrikanten des te meer, omdat zij een koppeling van abonnement en netwerkapparaten als oneerlijke concurrentie beschouwen.

Binnenland en buitenland

Die situatie is zeker niet uniek voor Nederland, maar geldt in de meeste Europese landen. Omdat dat indruist tegen het principe van een vrije markt en keuzevrijheid voor consumenten, besloot de EU enkele jaren geleden dat te regelen in Europese wetgeving. In 2015 heeft de Europese Unie de keuzevrijheid van eindgebruikers bij het kiezen van telecomrandapparatuur uitgesproken in de Verordening (EU) 2015/2120 van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobiele-communicatienetwerken binnen de Unie. Een hele mond vol, maar de essentie van die verordening:

Voor de toegang tot het internet moeten de eindgebruikers vrij kunnen kiezen uit verscheidene soorten eindapparatuur als gedefinieerd in Richtlijn 2008/63/EG van de Commissie.

Dat heeft de Nederlandse overheid vervolgens opgenomen in het Besluit van 12 december 2016, houdende regels inzake eindapparaten ter implementatie van richtlijn 2008/63/EG (Besluit eindapparaten). Daarin wordt bepaald dat internetproviders het mogelijk moeten maken dat gebruikers hun eigen apparatuur kunnen aansluiten:

Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk zorgt er voor dat eindapparaten […] op daartoe geschikte netwerkaansluitpunten kunnen worden aangesloten en kunnen blijven worden gebruikt.

Begin en einde

De grote klacht van de internetproviders over zowel de Europese regels als die van de Nederlandse overheid is daarbij dat het niet duidelijk is waar het openbare netwerk van de provider eindigt en het netwerk van de eindgebruiker begint, oftewel waar het aansluitpunt zich bevindt.

Vervolgens heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in december 2017 de Toelichting consultatie Beleidsregel netwerkaansluitpunt gepubliceerd ter voorbereiding op een beleidsregel die het scheidingspunt verduidelijkt tussen het openbare elektronische communicatienetwerk en het private netwerk van de eindgebruiker, het zogeheten netwerkaansluitpunt.

Infographic aansluitpunt (ACM)

De grote hamvraag die al enkele jaren onbeantwoord blijft: waar zit het aansluitpunt? (Bron: ACM)

In rep en roer

De providers waren meteen in alle staten. Begin 2018 maakten ze hun protest op deze gang van zaken duidelijk in diverse reacties, waarbij ze het ministerie kwalijk namen dat ondanks eerdere toezeggingen dat de nieuwe regelgeving geen verstrekkende gevolgen zou hebben, deze juist een heel grote impact zou hebben. Het verwijt was dat de providers geconsulteerd zouden worden, en dat volgens hen niet gebeurd is, en dat de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat uitging van ‘een situatie op de markt voor elektronische communicatiediensten zoals die was begin jaren 90 van de vorige eeuw ‘. Hun argument is dat waar in de tijd van de analoge televisie de consument geen actieve apparatuur nodig had, die tegenwoordig wel nodig is.

De internetproviders waren van mening dat het niet om een verduidelijking ging van waar zich het netwerkaansluitpunt eigenlijk bevond, maar dat meteen maar de hele wetgeving werd veranderd. Volgens hen hield de overheid niet voldoende rekening met de consequenties van die verandering, en dat had ingrijpende technische implicaties. Bovendien zouden er ernstige security issues zijn als consumenten onveilige of verouderde apparatuur zouden gebruiken. De situatie zou volledig onbeheersbaar worden en de providers zouden geen adequate service meer kunnen bieden of garanties over de internetsnelheden kunnen leveren.

Kortom: de providers waren niet blij dat het erop begon te lijken alsof het netwerkaansluitpunt bij de fysieke kabel in de gangkast kwam te liggen in plaats van dat zij daar zelf nog wat hardware achter konden zetten om hun systeem in eigen hand te kunnen houden. Daarbij werd de vermeende veiligheid als argument gebruikt, maar eigenlijk ging het alleen om het kunnen controleren van het internetverkeer wat betreft DRM-beschermde content en telefonie. Als gebruikers daar eigen hardware voor konden gebruiken, was het controleren van (en daarmee laten betalen voor) content een stuk lastiger – en werd het zelfs mogelijk via andere dienstverleners dan de provider zelf.

Bezwaren ongegrond

Als reactie op de protesten van de internetproviders heeft het Ministerie van Economische Zaken een onafhankelijk onderzoek laten doen door Stratix. Bij dat onderzoek lag de nadruk op de technische veiligheidsaspecten van een vrije routerkeuze, niet op de interpretatie van de regelgeving. Stratix heeft naast de technische aspecten van de internetaanbieders ook gekeken naar de mogelijke ontwikkelingen in de beveiliging van eindapparaten door fabrikanten en de verantwoordelijkheden van de eindgebruikers. Daarbij heeft Stratix bovendien gesprekken gehouden met de internetproviders, waarbij die ook konden reageren op de conclusies in een draftversie van het rapport. Die conclusies zijn redelijk eenduidig:

Over het geheel kan gezegd worden dat de vrije keuze van eindapparaten weinig effecten heeft op het functioneren en de veiligheid van het netwerk.

En een andere conclusie is dat …

… als een consument een DSL-, FTTH- of Docsis- modem koopt en deze voldoet aan de standaarden welke door de ISP gebruikt worden, dan is er weinig reden om te verwachten dat de consument of de ISP hierdoor problemen zullen ervaren.

Het rapport is ook duidelijk over de argumenten van providers dat de veiligheid van netwerken in het geding zou komen:

Het is ook niet waarschijnlijk dat het netwerk van de aanbieder onveiliger zal worden door de vrije modemkeuze. De modems van de aanbieders spelen op dit moment geen essentiële rol in het beveiligen van de netwerken van de providers. Ze zijn niet beter of slechter beveiligd dan modems/routers die gekocht kunnen worden.

Kastje en muur

Na dat rapport, waarmee de bezwaren van providers dus werden weggewoven, bleef het even stil rondom de hele discussie. Tot op 13 februari jongstleden Mona Keijzer, Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, een brief aan de kamer stuurde voor een update over de verkoop van losse modems en veiligheidsupdates. In praktisch opzicht stond daar weinig nieuws in. De discussie omtrent de definitie van het netwerkaansluitpunt gaat echter nog steeds door en lijkt een juridisch struikelblok te vormen. Bovendien schrijft de staatssecretaris in haar brief dat

De Europese situatie [is] gewijzigd en is op 20 december 2018 de richtlijn tot vaststelling van het Europese wetboek voor elektronische communicatie (herschikking) (EECC)3 in werking getreden. Hierdoor ligt nu de voorheen met ACM gedeelde bevoegdheid voor het vaststellen van het netwerkaansluitpunt, de kern van genoemde beleidsregel, uitsluitend bij de ACM. Daarom heb ik de genoemde beleidsregel uiteindelijk niet vastgesteld en laat ik besluitvorming over de positie van het netwerkaansluitpunt nu aan de ACM.

De ACM is de Autoriteit Consument en Markt, een partij die erop toeziet dat bedrijven eerlijk concurreren en die de belangen van consumenten moet beschermen.

In haar brief haalt de staatssecretaris bovendien aan dat Nederland door de ACM wordt vertegenwoordigd in het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC). De BEREC heeft de opdracht binnen achttien maanden na inwerkingtreding van de richtlijn op EU-niveau te bepalen hoe het netwerkaansluitpunt precies wordt gedefinieerd. Daarmee wordt er wederom geen beslissing genomen (of durft de staatssecretaris geen besluit te nemen?) en wordt die beslissing weer afgeschoven op een andere partij.

 

Staatssecretaris Mona Keijzer

Staatssecretaris Mona Keijzer heeft de kwestie doorgeschoven naar de ACM, de Autoriteit Consument en Markt. (Foto: Rijksoverheid)

Hoop heisa

Het is daarbij zoeken naar de onderliggende beweegredenen die de internetserviceproviders hebben om de vrije routerkeuze tegen te houden. In de praktijk zal de gemiddelde consument wel tevreden zijn met de apparatuur die een provider voor hem regelt en weinig interesse hebben om zelf tijd en geld te investeren in aparte apparaten. Een relatief kleine groep gebruikers zal dat wel willen. Het argument dat de veiligheid daardoor in het geding zou komen is ongefundeerd. Je modem/ router in een bridge-modus (laten) zetten is een even onveilige situatie. Bovendien zijn er ontwikkelingen om op Europees niveau de veiligheidseisen van (draadloze) netwerkapparaten te regelen met wat het Radio Equipment Directive (RED) wordt genoemd.

Het hele gesteggel over waar het aansluitpunt zit is natuurlijk maar een schijnbeweging. Providers zijn bang de controle kwijt te raken over wat er allemaal via hun netwerk loopt. Hun (af )rekenmodel om films en andere door DRM beschermde content via hun mediaboxen af laten spelen of andere diensten als telefonie aan te bieden, komt daarmee in het geding. Maar gebruikers halen die content toch al overal vandaan. De rol van een internetprovider wordt daarbij dan gemarginaliseerd tot een soort veredelde netwerkbeheerder, die alleen het internetsignaal hoeft door te geven tot aan jouw router.

Maar meer hoeft ook niet: als je waterleverancier je zou verplichten om een bepaald type boiler of verwarmingsketel te gaan gebruiken, zou de wereld te klein zijn. Die waterleverancier levert het water tot net voorbij de watermeter, en daarna ben je op jezelf aangewezen. Daar is geen discussie over waar het aansluitpunt zit. Ook bij elektriciteit is dat geen enkel issue.

Horrorscenario

Een vrije routerkeuze zal voor providers waarschijnlijk ook betekenen dat zij het een en ander moeten investeren om dat mogelijk te maken. Als hun apparatuur makkelijk door betere te vervangen is, zal dat een olievlekeffect opleveren en kunnen consumenten en masse eigen apparaten gaan aanschaffen. Dat is natuurlijk een horrorscenario voor providers, want die moeten dan zorgen dat ze betere (lees: duurdere) apparaten beschikbaar gaan stellen – waarbij ze wellicht nog vastzitten aan langlopende overeenkomsten met hun huidige hardwareleveranciers. Hun businessmodel moet kort gezegd op de schop – en dat leidt tot flinke weerstand.

Hoe het ook uitpakt, we zullen waarschijnlijk nog weer een tijdje met de huidige situatie moeten leven. Behalve dan de gebruikers van de enige grotere telecomaanbieder in de markt die een vrije routerkeuze op dit moment wel mogelijk maakt – maar die lijkt nu tegen alle trends in te moeten gaan verdwijnen. (ddu/nkr)

 

Lees meer achtergronden, workshops en reviews in c't magazine. Nieuwste uitgave: c't Magazine mei/2019

Deel dit artikel

Lees ook

SATA, PCIe en M.2: connectors, protocollen en snelheden

Ssd's zijn er niet alleen met een SATA-­aansluiting en in 2,5 inch, maar in allerlei andere uitvoeringen. Sommige zijn goede alternatieven voor een st...

Zo werkt Shazam: hoe Shazam nummers herkent

Ondanks omgevingsgeluid lukt het Shazam toch een nummer te herkennen aan de hand van een korte opname die je met je smartphone maakt. Hoe werkt Shazam...

Interessant voor jou

1 Praat mee

1

avatar
  Abonneer  
nieuwsteoudste
Laat het mij weten wanneer er
André
Lezer
André

XS4All is niet de enige met vrije router/modemkeuze. Ook Solcon heeft deze optie. Ik kan me niet voorstellen dat zij daarin de enigen zijn. Of ik wil jullie definitie van “vrije routerkeuze” even weten. Want wat jullie hier verkondigen is “Fake news” netrebel levert niet eens een modem bij hun aanvragen. Het probleem is vaak dat servicedeskmedewerkers ook werkelijk verstand van zaken moeten hebben voordat ze aan het werk kunnen bij een provider als dit scenario een relaiteit zou worden (Volledige vrijheid van routerkeuze). En een servicedesk als KPN kan dat ronduit niet aan. Teveel kosten in training en opleiding.… Lees verder »