Het is mogelijk: videoconferenties voor particulieren, bedrijven of overheidsinstanties, helemaal zonder Amerikaanse diensten. Verschillende Europese aanbieders ontwikkelen geschikte software. We stellen enkele diensten voor.
Waarom kiezen voor een Europees alternatief?
Teams die werken zonder Teams zijn blijkbaar een zeldzaamheid: in de werkwereld is Microsoft met zijn videoconferentiesoftware alomtegenwoordig. Er zijn echter redenen om liever niet op het Amerikaanse big-tech-concern te vertrouwen en in plaats daarvan op zoek te gaan naar Europese alternatieven.
Diverse softwareproducenten in Europa ontwikkelen eigen videoconferentiesystemen, zowel voor bedrijven als voor particuliere gebruikers. Hun servers staan doorgaans in de EU of in Europese (niet-EU) landen zoals Zwitserland. Ze handelen in overeenstemming met de AVG en vallen niet onder de Amerikaanse Cloud Act, die de Amerikaanse overheidsinstanties het recht geeft zich toegang te verschaffen tot gevoelige communicatiegegevens.
In dit artikel stellen we enkele Europese producenten met hun aanpak voor en laten voorbeelden zien van hoe Europese overheden zich hiermee onttrekken aan de invloed van Big Tech. Het spectrum reikt van zelfgehoste conferentiesystemen tot dienstverleners die gebruikmaken van Europese servers; van gratis diensten tot speciale abonnementen voor bedrijven en overheden.
Zelf hosten, controle behouden
Een van de belangrijkste argumenten tegen Microsoft Teams en andere Amerikaanse diensten is de wens om de controle over de eigen, mogelijk gevoelige (bedrijfs)gegevens te behouden. Zowel Teams als de Amerikaanse alternatieven Zoom of Webex vallen namelijk onder de US Cloud Act. Deze wet verplicht Amerikaanse bedrijven om klantgegevens op verzoek aan overheidsinstanties te verstrekken – ook als de gegevens op servers buiten de VS staan.
Een voor de hand liggende oplossing voor dit probleem is om de videoconferentiesoftware zelf te beheren, op de eigen servers en onder de eigen voorwaarden. Dat kan bijvoorbeeld met Nextcloud Talk en OpenTalk uit Duitsland, evenals Pexip uit Noorwegen.
Het opensourceproject Nextcloud presenteert zijn Nextcloud Workspace als alternatief voor de Office-omgeving Microsoft 365. Nextcloud Talk fungeert als vervanging voor Microsoft Teams en je kunt er audio- en videoconferenties mee voeren, zowel individueel als in groepen. Het kan zelfs bruggen slaan naar Teams: via bridging kun je Nextcloud optioneel met kanalen in netwerken van externe aanbieders verbinden, zodat gebruikers berichten met elkaar kunnen uitwisselen, ook al gebruiken sommigen Nextcloud en de anderen bijvoorbeeld Teams.
Een soortgelijke, verdergaande bridging is ook beschikbaar bij Pexip. Met Pexip Connect is het mogelijk voor mensen om bijvoorbeeld via Microsoft Teams, Google Meet of Zoom aan Pexip-vergaderingen deel te kunnen nemen. Het bedrijf uit Noorwegen richt zich met zijn aanbod direct op gevoelige klantgroepen, voor wie vertrouwelijkheid bijzonder belangrijk is: bijvoorbeeld overheden, het leger en artsen.
OpenTalk legt de lat niet zo hoog en richt zich bijvoorbeeld op overheidsinstanties, scholen en bedrijven. Verschillende Duitse deelstaatautoriteiten maken al gebruik van de dienst. OpenTalk behoort tot de Duitse Heinlein-groep, net als de e-mailprovider mailbox. Deze biedt ook mailbox Meet aan, waar in feite OpenTalk achter schuilgaat.

Europese servers
Voor particulieren en bedrijven die hun software niet zelf willen of kunnen hosten, zijn er Europese alternatieven in de vorm van Software-as-a-Service (SaaS). Pexip noemt dat Private Cloud, bij Nextcloud kun je een hostingprovider kiezen, waaronder het Nederlandse Office.EU, waarover we al eerder hebben gepubliceerd.
Het SaaS-aanbod van OpenTalk draait in de browser. De service biedt geen end-to-end-versleuteling, omdat browsers dit doorgaans niet ondersteunen. Andere Europese cloudopties zijn bijvoorbeeld alfaview, Hostpoint, Infomaniak en Proton. Bij het betaalde abonnement van alfaview krijgen deelnemers livevertalingen tijdens de videoconferenties, vergelijkbaar met Nextcloud Talk. De servers van alfaview staan in Duitsland.
Hostpoint is een Zwitserse hosting- en domeinprovider, maar exploiteert ook de gratis videoconferentie-applicatie Hostpoint Meet. De software is gebaseerd op de opensourcedienst Jitsi Meet (Apache 2.0), maar is zelf niet opensource.
Hostpoint Meet draait op servers in Zwitserland, net als de gratis videoconferentiedienst kMeet van de Zwitserse cloudprovider Infomaniak. De Zwitserse softwareontwikkelaar Proton heeft dit jaar op zijn beurt ook een videoconferentieoplossing gelanceerd: Proton Meet. De servers hiervoor staan voornamelijk in Zwitserland, maar ook in andere Europese landen.
Gratis kan al voldoende zijn
Behalve Pexip bieden alle genoemde providers gratis versies van hun software aan. kMeet en Hostpoint View zijn zelfs volledig gratis. In vergelijking met de betaalde varianten hebben deze gratis programma’s echter in meer of mindere mate beperkte functionaliteit.
Zo is er in de gratis versies van alfaview en Hostpoint slechts één ruimte beschikbaar, bij OpenTalk mogen maximaal vijf personen aan een vergadering deelnemen en mag deze maximaal 30 minuten duren. Proton is iets genereuzer, daar mogen gratis vergaderingen maximaal een uur duren en kunnen er tot 50 personen aan deelnemen. Los daarvan heeft de gratis versie slechts rudimentaire functies. Daar staat wel tegenover dat elke vergadering standaard end-to-end versleuteld is.
De gratis aanbiedingen zijn deels verrassend ruimhartig: zo staat kMeet een onbeperkt aantal ruimtes toe en optioneel end-to-end-versleuteling, terwijl Hostpoint View een onbeperkt aantal deelnemers toelaat. Beide hebben, net als alfaview, geen beperkingen wat betreft de duur van vergaderingen. alfaview en kMeet bevatten bovendien relatief veel gratis speciale functies, zoals breakout-ruimtes en een whiteboard-functie.
Wie Nextcloud Talk zelf op een eigen server draait, kan alle functies gratis gebruiken. Daarvoor moet je echter wel in een geschikte infrastructuur investeren: als deze te zwak is, kunnen vergaderingen met maar enkele deelnemers bijvoorbeeld al gaan haperen.

Abonnementen
Deze gratis versies zijn wellicht al geschikt voor de doeleinden van particuliere gebruikers of kleinere bedrijven. De betaalde versies van alfaview, Nextcloud, OpenTalk, Pexip en Proton voldoen ook aan de eisen van grotere bedrijven of overheidsinstanties. Deze versies bieden bijvoorbeeld meer ruimtes, meer deelnemers, langere vergaderingen en speciale functies zoals transcripties of live vertalingen.
Sommige Europese landen ontwikkelen ook eigen, op maat gemaakte platforms voor hun overheidsinstanties. In Frankrijk is bijvoorbeeld de Direction Interministérielle du Numérique (DINUM) verantwoordelijk voor het ondersteunen van de ministeries bij hun digitale transformatie – onder sturing van de DINUM is bijvoorbeeld de uitgebreide werkomgeving LaSuite ontstaan. Die opensource applicatie bevat naast documentbeheer en een messenger bijvoorbeeld ook de videoconferentiesoftware LaSuite Visio. Deze kan onder andere vergaderingen transcriberen, inclusief spraakherkenning.
In Duitsland ontwikkelt het Zentrum Digitale Souveränität in opdracht van het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken het Office-platform openDesk. Deze opensource-software is bedoeld als alternatief voor Microsoft 365 en richt zich vooral op de overheid. Er is echter ook een gratis ‘community-versie’ om zelf te hosten.

Conclusie
Afhankelijk van de persoonlijke eisen en specifieke toepassingsgebieden vinden particulieren, kleinere bedrijven en ook overheidsinstanties bruikbare alternatieven voor Amerikaanse diensten zoals Microsoft Teams. Vaak is deze Europese software gekoppeld aan passende groupware.
Veel van deze videoconferentiesystemen zijn gratis of kunnen in ieder geval gratis worden uitgeprobeerd. Bij Hostpoint, Infomaniak en Proton kun je ad-hocvergaderingen direct in de browser starten, zonder dat je je hoeft te registreren.
De ontwikkeling van de Europese diensten is in het afgelopen jaar een stroomversnelling geraakt, en er komen steeds meer alternatieven beschikbaar. We zullen in komende uitgaven ook zeker nog op dit thema terugkomen.
Greta Friedrich en Daniel Dupré

Praat mee