Kantoor-monitoren in 16:10-formaat

Marco den Teuling
0

Inhoudsopgave

    Een beeldscherm met een beeldverhouding van 16:10 biedt een iets groter verticaal werkoppervlak, dat net wat meer ruimte geeft om mee te werken.

    Op het eerste gezicht heeft een beeldscherm voor op kantoor een eenvoudige taak: het tonen van websites, e-mails, evenals tabellen en teksten. Tot zover is het eenvoudig, maar op kantoor gelden andere ­eisen, bijvoorbeeld vanwege voorschriften voor beeldschermwerk.

    Het beeldscherm moet niet alleen voldoende oppervlakte bieden, maar die ook in goede kwaliteit op een prettige manier weergeven. Verder moet de monitor zich aanpassen aan de zithouding van de gebruiker en de juiste aansluitingen bieden in voldoende aantallen. Een lage aankoopprijs en een laag energieverbruik zijn vanuit financieel oogpunt ook prettig.

    Voor deze vergelijkende test hebben we beelschermen voor op kantoor met een schermdiagonaal van 23 tot 25 inch in huis gehaald.

    Beoordelingspunten

    Om de monitoren te kunnen evalueren, onderwerpen we ze aan ons gebruikelijke testparcours en kennen ze vervolgens scores toe op de disciplines verlichting, kijkhoekafhankelijkheid, contrastniveau, kleurweergave, alsmede bediening en afwerking.

    De schermverlichting geeft aan of het schermoppervlak gelijkmatig helder is. Als de helderheid op bepaalde punten veel lager is, valt dat op als een donkere vlek. Dat is vooral vervelend in toepassingen met een heldere achtergrond, zoals tekstverwerkingsprogramma’s of spreadsheetapplicaties.

    Heldere lichtvlekken aan de randen van het beeldscherm zijn op zijn minst even storend. De kijkhoekafhankelijkheid van de monitor moet zo laag mogelijk zijn.

    Een hoog contrast maakt inhoud makkelijker leesbaar zodat je ogen zich minder hoeven inspannen. Ook is het onderscheid tussen kleuren dan duidelijker. De kleurweergave omvat de weer te geven kleurruimten, hoe kleuren ogen en de helderheid van de kleuren.

    Omdat zelfs goedkope apparaten tegenwoordig een contrastverhouding van 1000:1 halen, nemen we dat als standaardwaarde en geven we daar de beoordeling ‘goed’ voor. Vanaf 2000:1 zou een scherm een ‘zeer goed’ krijgen, alles boven 700:1 zou nog ‘voldoende zijn en alles daaronder ‘slecht’.

    Om te beoordelen hoe goed een monitor kan worden ingesteld, beoordelen we de mechanische eigen­schappen en de bediening, alsmede het menu. Bovendien controleren we de afwerking: staat het scherm op een wankele voet of zijn er storende kieren tussen het display en het frame?

    Acer B7 B247Wbmiprz

    Acer B7 B247Wbmiprz

    Het 24-inch scherm van Acer toont een mooi rood, ook al is het iets te sterk voor sRGB, en een diep zwart. Zes in plaats van drie basiskleuren kunnen worden gemengd in het menu dat wordt bediend via de joystick op de achterkant.

    De verlichting is maar matig: rechts van het midden schijnt ons scherm helderder, naar de rand toe wordt het weer donkerder. Hij flikkert ook heel licht bij 60 Hz in heldere beeldgedeelten, wat alleen door gevoelige ogen wordt opgemerkt.

    Pluspunten

    • 75 Hz en adaptive sync

    Minpunten

    • licht flikkeren bij 60 Hz
    • ongelijkmatige verlichting

    Meer informatie

    Asus ProArt PA248QV

    Asus ProArt PA248QV

    Het paneel van de Asus kan 75 Hz aan en flikkert lichtjes bij heldere beeldinhoud op 60 Hz. Het mooie rood is te sterk voor sRGB, zwart is in het algemeen te helder, vooral in de hoeken.

    De verlichting scoort slechts gemiddeld. Het soms kleine menu kan trefzeker worden bediend met de toetsen aan de voorzijde. Het verstelmechanisme, dat op zich goed is, heeft een zwak punt: bij draaien naar portretstand schraapt de monitorrand langs de plastic voet en laat daar een spoor achter.

    Pluspunten

    • 75 Hz en adaptive sync

    Minpunten

    • licht flikkeren bij 60 Hz
    • helder, ongelijkmatig zwart

    Meer informatie

    Beeldkwaliteit

    De kandidaten geven allemaal 1920×1200 pixels (WUXGA) weer, wat betekent dat er 120 beeldlijnen meer zijn beschikbaar dan bij een full-hd-scherm met 1920×1080 pixels. Daarmee zie je een paar extra tekst- of tabelregels op het scherm.

    Een 24-inch beeldscherm in 16:9-formaat is 29,9 centimeter hoog, een 16:10-model met 24”-diagonaal is dan 2,4 centimeter hoger – dat is bijna een inch verschil. In getallen lijkt dat niet zo veel, maar in de praktijk voelt dat als veel meer ruimte.

    Bij hetzelfde aantal pixels varieert de pixeldichtheid – en daarmee de beeldscherpte – afhankelijk van de beeldschermdiagonaal. De fabrikanten geven aan dat hun monitoren gebruik maken van de sRGB-kleurruimte die op internet wordt gebruikt.

    Dat is ongeveer waar, maar ten minste één hoek van de RGB-kleurendriehoek die we met de fabrieksinstelling hebben gemeten, steekt in alle gevallen een beetje uit buiten de gespecificeerde sRGB-kleurruimte.

    Hoewel dat in eerste instantie misschien positief klinkt, is dat een belemmering voor beeldbewerking, omdat je niet kunt vertrouwen op de kleurweergave van de monitor. Dat maakt bij een kantoor­monitor niet uit en de kleurweergave is in elk geval genoeg voor hobbymatige fotobewerking.

    Acer, Asus en Iiyama hebben wat de refresrate betreft een voorsprong op de rest: zij staan tot 75 Hz toe. Iiyama ondersteunt dat echter alleen via DisplayPort. De monitor ondersteunt via HDMI ook alleen 60 Hz.

    Wat contrast betreft steekt NEC’s ­EA231WU met kop en schouders boven de concurrentie uit: met 1655:1 ligt hij duidelijk voor op de rest, die varieerde tussen een nog steeds goede 1000:1 en 1200:1.

    Wat de schermverlichting betreft, presteerde de NEC echter matig, het testexemplaar vertoonde een donkere vlek in het onderste derde deel van het scherm.

    In het algemeen hadden de monitoren het daar trouwens moeilijk mee. Het display was in veel gevallen aan de zijkanten duidelijk donkerder dan in het midden.

    Alleen de BenQ BL2581T haalde hier een consistent goed resultaat, waarbij de afwijking van de gemiddelde waarde berekend over het hele scherm slechts 9 procent bedroeg. De afwijking ten opzichte van het midden was zelfs iets minder dan 6 procent. De Asus en de Iiyama delen de tweede plaats.

    Dell P2421

    Dell P2421

    De goedkoopste monitor in deze test heeft veel instellingen, maar moet het doen zonder luidsprekers en een vergrendelpunt voor de stand in landschapsmodus.

    De bovenhoeken blijven zichtbaar donkerder wanneer het scherm volledig helder is. De Dell heeft een DVI-poort voor oudere pc’s, maar geen kabel daarvoor. Aangesloten op de Mac via HDMI, verwachtte het scherm YPbPr signalen in plaats van RGB en gaf het verkeerde kleuren weer na hand­matig overschakelen.

    Pluspunten

    • voordeliger
    • veel aansluitingen

    Minpunten

    • verkeerd HDMI-signaal bij Mac

    Meer informatie

    Iiyama ProLite XU2595WSU-B1

    Iiyama ProLite XU2595WSU-B1

    Omdat het Iiyama-scherm alleen kan worden gekanteld, te laag staat voor langere gebruikers en snel begint te wiebelen, raden we aan er een VESA-standaard voor te kopen.

    De monitor kon alleen een gesluierd egaal wit tonen. Bij 60 Hz zagen de heldere delen van het beeld er wat onregelmatig uit. 75 Hz was aangenamer, maar dan was er wel een fijn raster zichtbaar. De toewijzing van de vier knoppen aan de achterkant is niet zichtbaar vanaf de voorkant, wat tot bedieningsfouten leidt.

    Pluspunten

    • 75 Hz en adaptive sync (via DP)

    Minpunten

    • alleen kantelbaar
    • heldere delen onregelmatig

    Meer informatie

    Doorlezen is gratis, maar eerst even dit:

    Dit artikel is met grote zorg samengesteld door de redactie van c’t magazine – het meest toonaangevende computertijdschrift van Nederland en België. Met zeer uitgebreide tests en praktische workshops biedt c’t de diepgang die je nergens online vindt.

    Bekijk de abonnementen   Lees eerst verder

    Uitrusting

    Alle apparaten in deze test hebben meerdere digitale signaalingangen, dus ten minste HDMI en DisplayPort. De oudere DVI-poort is te vinden bij BenQ, Dell, LG, NEC en Philips.

    Analoge signalen via VGA D-Sub worden door iedereen geaccepteerd, behalve door LG en Lenovo. Die laatste is de enige met een USB-C-poort.

    Een usb-hub is standaarduitrusting voor kantoordisplays, waarbij de configuratie varieert in het aantal poorten. Naast de usb-poorten aan de achterzijde hebben de meeste apparaten ook makkelijker toegankelijke poorten aan de zijkant. Alleen BenQ en LG beperken zich tot poorten aan de achterzijde.

    Het is echter de combinatie die het beste werkt, want als alle usb-poorten aan de zijkant zitten, zoals bij Iiyama, Philips en Lenovo, ontstaat er een lelijke kabelbende wanneer randapparatuur zoals toetsenbord, muis en printer op de ingebouwde hub wordt aangesloten.

    Een opvallend punt voor Lenovo: niet alleen usb-data, maar ook DisplayPort-signalen en, volgens de specificaties, tot 75 watt vermogen lopen via de USB-C-aansluiting van de monitor. Dat is genoeg om een laptop op te laden terwijl je hem gebruikt.

    Luidsprekers zijn geïntegreerd in alle geteste monitoren, behalve bij de P2421 van Dell. Die heeft zelfs geen hoofdtelefoonaansluiting, waarmee je ­audio via de HDMI of DisplayPort zou kunnen beluisteren.

    De monitoren van Asus, BenQ, Iiyama, LG, NEC en Philips hebben een audio-ingang voor het af­spelen van muziek van bijvoorbeeld een smartphone. Je moet echter geen hoge verwachtingen hebben van de kleine speakers in de monitoren.


    Op de hoogte blijven van de laatste reviews van hard- en software? Schrijf je in voor onze werkelijkse nieuwsbrief!


    In het beste geval leveren ze voldoende geluidskwaliteit voor instructie­video’s of systeemgeluiden. Maar zelfs die klinken soms behoorlijk schel. Voor videoconferenties is het beter een usb-headset aan te sluiten.

    Aanwezigheidssensoren, zoals die van BenQ, NEC en Philips, verduisteren het scherm of zetten het op zwart wanneer de gebruiker zich verwijdert. De gevoeligheid kan worden aangepast. Tijdens de test ­ontwaakten de schermen altijd betrouwbaar wanneer we ervoor gingen zitten, soms duurde het wel enkele seconden voordat dit gebeurde.

    Alle fabrikanten volgen de trend naar zeer smalle zijranden. Dat is niet alleen een kwestie van design, maar is ook prettig als je meer­dere monitoren naast elkaar zet, dan heb je slechts een betrekkelijk kleine tussenruimte. NEC heeft zijn eigen ControlSync-connectoren ingebouwd, die je kunt gebruiken om verschillende schermen op elkaar aan te sluiten en centraal te beheren.

    Ergonomie

    ls je urenlang achter een monitor zit, is het belangrijk dat je die goed kunt instellen. De overgrote meerderheid van de toestellen in de test doet het voorbeeldig: ze kunnen in hoogte worden versteld, worden gekanteld, gedraaid en in portretstand worden gebruikt. De ­ProLite van Iiyama kun je alleen kantelen.

    De monitorstandaard moet ook stevig staan. Wie meer bewegingsvrijheid of stabiliteit nodig heeft kan het scherm aan een monitorarm bevestigen via VESA-montagepunten; alle apparaten in de test hebben schroefgaten hiervoor. Dergelijke monitorarmen zijn al verkrijgbaar vanaf 35 euro [3]. Bijkomend voordeel: je krijgt ook meer ruimte op je bureau.

    Om vermoeide ogen te voorkomen, moet je de helderheid kunnen aanpassen aan het omgevingslicht. Bij normale kantoorverlichting wordt 120 cd/m² als ergonomisch beschouwd, maar als je in het halfdonker werkt, zul je de helderheid willen verminderen.

    Philips aansluiten usb-kabel beeldscherm

    Doordat de Philips Brilliance 252B9 alle usb-poorten aan de zijkant heeft, wordt het een kabelbende als je toetsenbord, muis en andere apparaten daar aansluit.

    Als er een lichtbron rechtstreeks op het display schijnt, moet het soms juist meer zijn. Een groot helderheidsbereik is dan belangrijk, wat de geteste schermen ook bieden. De helderheid beïnvloedt het energieverbruik, dat uniform laag is: bij kantoorhelderheid is dat zo’n 11 watt, bij maximale helderheid tussen 18 en 24 watt.

    Het aandeel blauw licht is een andere factor die je ogen kan belasten bij langdurig beeldschermwerk. Daarom beschikken alle toestellen over een zogenaamde low-blue-light beeldmodus die dit aandeel vermindert. Als die modus actief is, verschuift de hele weergave richting geel. In die modus kun je uiteraard niet kleurecht werken.

    Conclusie

    We vonden de BenQ BL2581T het beste in deze test. We hadden echter graag meer usb-poorten aan de zijkant gezien. Met circa 215 euro is die monitor heel betaalbaar en op het moment van schrijven was hij goed verkrijgbaar.

    Alle andere monitoren in deze test moeten concessies doen op het gebied van verlichting, connectiviteit, ergonomie of functies.
    Voor prijsbewuste kopers die het zonder luid­sprekers kunnen stellen, is de Dell P2421 interessant, die minder dan 200 euro kost.

    Maar het is moeilijk om prijs-prestatieconclusies te formuleren bij de huidige coronatekorten, vooral omdat de prijzen dicht bij elkaar liggen en veel fluctueren.

    Omdat de meeste ­monitoren geen opvallende zwakke punten hebben, kun je gerust een keuze maken op basis van je eigen voorkeuren. Voor Lenovo en Iiyama moet je echter wel van meet af aan een VESA-standaard kopen omdat je daarmee meer mogelijkheden en een betere stabiliteit krijgt.

    (lees het volledige artikel van Benjamin Kraft en Marco den Teuling in c’t magazine 5/2021, p. 78. Online versie bewerkt door Alieke van Sommeren)

    Meer hardware-reviews in c't magazine jul/2021

    Deel dit artikel

    Lees ook

    Monitorarm vergelijkende test: tot 4 schermen op één standaard

    Je kunt een of meer monitoren beter kwijt op je bureau met een goede monitorarm. We testen negen modellen vanaf 30 euro. Ze bieden ook meer verstelopt...

    Een 4K monitor kopen voor 400 euro: review van zes modellen

    Je kunt al een aardige 4K monitor kopen van 32 inch voor rond de 400 euro. We testen zes betaalbare modellen.

    0 Praat mee
    avatar
      Abonneer  
    Laat het mij weten wanneer er