Ethernet via USB is sinds kort ook mogelijk met 10 Gbit/s. Er zijn echter twee soorten adapters die, afhankelijk van de USB-C-poort, goed, redelijk of helemaal niet werken. We leggen uit welk type je voor welke pc nodig hebt.
Lees verder na de advertentie
10 Gigabit via USB-C
Als je een pc met supersnel 10 Gbit/s ethernet op een netwerk wilt aansluiten, steek je idealiter een voordelige PCI-Express-kaart in een vrij PCIe-slot. Laptops hebben die echter niet, en ook bij desktopcomputers is het makkelijker om een 10GE-LAN-adapter via USB-C aan te sluiten.
Er is een ruim aanbod: de goedkoopste exemplaren kosten inmiddels 80 euro. Dat is weliswaar zo’n 30 euro duurder dan de goedkoopste 10GE PCIe-kaart, maar het is ook lang niet meer zo veel als de eerste Thunderbolt-adapters met USB-C-aansluiting die rond de 200 euro kostten. En sommige nieuwe versies zijn zelfs nog iets duurder [1].
Dit type adapters koppelt een klassieke PCI-Express-netwerkchip via een Thunderbolt-bridge aan compatibele computers. Maar oudere desktop-pc’s met een Thunderbolt-aansluiting kom je maar zeer zelden tegen en ook op goedkope laptops zie je ze nauwelijks.
Onlangs kwam er een technisch eenvoudigere variant op de markt, die met één enkele chip werkt. Dat heeft voor- en nadelen, die we hier uit de doeken doen. De USB-C-stekker belooft dan wel een universele bruikbaarheid, maar afhankelijk van de mogelijkheden van de pc werkt soms alleen het ene, soms alleen het andere type adapter – en ook niet altijd met volledige doorvoersnelheid.
We hebben dat op twee besturingssystemen getest en ook de doorvoersnelheid gemeten.
Als USB-C geen USB is
Bij het bridge-type zorgt meestal een Intel-chip (JHL6340 of JHL7440) voor de omzetting van Thunderbolt 3 naar PCIe, soms ook een Asmedia-tegenhanger zoals de ASM2464, die eigenlijk bedoeld is voor NVMe-SSD’s.
Die adapters werken alleen op pc’s met een Thunderbolt 3-poort, en dankzij de compatibiliteit ook op Thunderbolt 4 en Thunderbolt 5. Omdat USB4 altijd ook Thunderbolt 3 ondersteunt, kun je ze ook gebruiken op computers die daarmee zijn uitgerust.
Op een USB 3.x-poort doen die adapters het niet, ondanks de USB-C-stekker die compatibiliteit belooft – wat waarschijnlijk een veelvoorkomende reden voor retourzendingen is.
Aan de PCIe-kant zitten er verschillende netwerkchips in. Voor RJ45-koperpoorten (NBase-T van 0,1 via 1, 2,5 en 5 tot 10 Gbit/s) is dat meestal een Marvell/Aquantia AQC107 of de nieuwere AQC113. In de zeldzamere versie met een SFP+-slot voor optische modules zit meestal een wat oudere Intel 82599, soms de modernere AQC100S.
Let op: sommige oudere Thunderbolt-adapters hebben een ingebouwde ventilator die je niet meteen hoort als je hem aansluit, maar pas als de adapter tijdens het gebruik warm wordt. De twee chips trekken namelijk samen tot wel 6 watt vermogen uit de pc-poort, wat ze omzetten in warmteverlies. Kijk even naar de online recensies en ga bij twijfel liever voor een iets duurder, maar nieuwer en zuiniger apparaat in plaats van een afgeprijsd uitlopend model.
10GE via USB alleen met dubbele baan
De chipfabrikant Realtek pakt de omslachtige bridge-oplossing voor 10-gigabit ethernet aan met een USB-naar-10GE-converter genaamd RTL8159. In het voorjaar van 2026 brachten veel Chinese leveranciers adapters met die chip op de markt.
Maar ook daar zit er een addertje onder het gras: de chip vereist aan de pc-kant USB 3.2 Gen 2×2 met een USB-datasnelheid van 20 Gbit/s, zodat hij aan de netwerkkant daadwerkelijk 10 Gbit/s haalt. Bovendien is hij niet compatibel met Thunderbolt. Hij werkt wel op TB-poorten, maar alleen omdat die altijd kunnen overschakelen naar een USB-modus.
Op poorten die slechts 10 Gbit/s leveren (USB 3.2 Gen 2), zakt de LAN-doorvoersnelheid door de USB-overhead in het beste geval naar 7,5 Gbit/s netto. Dat wordt ook op een USB4-poort zelden beter omdat de meeste USB4-controllers wel achterwaarts compatibel zijn, maar daarbij het gebruik van twee datalijnen – de x2 – overslaan.
Er zijn echter uitzonderingen: de USB-C-poort van onze testlaptop, een Dell XPS13 (bouwjaar 2024), verbond de RTL8159 met 20 Gbit/s, waardoor er aan de netwerkzijde de maximale 9,4 Gbit/s netto doorstroomde.
Als je twijfelt over de USB-poorten van je computer, helpt alleen maar uitproberen.
Een pluspunt is dat de op de RTL8159 gebaseerde USB-adapters een aanzienlijk lager energieverbruik hebben, wat goed is voor de accu. Bij het testexemplaar, een Xikestor SKN-U310GT, kwamen we via een 10GE-verbinding over 50 meter LAN-kabel tot een energieverbruik van 1,9 watt aan de USB-kant. De bridge-variant Anyoyo NT0201-GY (Intel JHL7440 en Marvell AQC113) verbruikte in dezelfde situatie 5,2 watt.
Ter vergelijking: USB-adapters voor ethernet met 1000, 2500 en 5000 Mbit/s verbruikten 0,8 watt (Delock 65904 met RTL8153-chip), 1,7 watt (Digitus DN-3025, RTL8156) en 1,5 watt (WisdPi WPUT5, RTL8157). Of er nu geen data werd verzonden, de adapter zond of ontving, het energieverbruik schommelde bij alle exemplaren binnen de meetnauwkeurigheid met maximaal een tiende watt.
De kabellengte had een grotere invloed: de Anyoyo-adapter verbruikte bij een 10 Gbit/s verbinding over 1 en 10 meter 4,8 watt, en bij 50 meter de hierboven genoemde 5,2 watt. Het Xikestor-model gedroeg zich iets anders, hij verbruikte tot 50 meter constant 1,9 watt en bij 100 meter 2,4 watt.
Nog een verschil: het Xikestor-model zette zelfs over 100 meter gemengde bekabeling (half CAT6a, half CAT5e) een 10-Gbit/s-ethernetverbinding op met de Zyxel-switch XGS1250-12, terwijl de Anyoyo-adapter 5 Gbit/s haalde. Aangezien 10GBase-T voor zijn maximale afstand van 100 meter CAT6a vereist, is dat echter geen tekortkoming, maar bewijst het alleen maar dat de lijndriver (PHY) in de RTL8159 iets meer reserves heeft dan die in de AQC113.
Stuurprogramma’s en opstarten
Windows 11 (25H2, build 26200.8328) en Kubuntu 26.04 (kernel 7.0.0-14) herkenden beide adaptertypes automatisch. Windows registreerde de Xikestor-adapter met RTL-chip aanvankelijk als een 2,5 Gbit/s snelle ethernetinterface, maar haalde na het tot stand komen van de internetverbinding het actuele stuurprogramma op en zat kort daarna met 10 Gbit/s in het LAN.
De nieuwe 7.0-kernel van Kubuntu 26.04 had al een geschikte driver ingebouwd. Bij oudere besturingssystemen moet je de Realtek-driver eventueel handmatig installeren.
Wake-on-LAN, kortweg WoL, het uit stand-by of uitgeschakelde toestand wekken van een computer via het netwerk, bleek een gok: volledig uitgeschakeld reageerde geen van beide computers (Dell XPS13 en Minisforum-barebone MS-01-S1260) waarmee we WoL uitprobeerden.
De Dell-laptop kon alleen met de Anyoyo-bridge-adapter onder Linux uit stand-by worden gehaald. De Minisforum-pc werd daarmee zowel onder Windows als onder Linux geactiveerd. Met de Xikestor-adapter kon alleen die computer worden geactiveerd, en dan ook alleen onder Windows.
Vervelend genoeg konden we de XPS13-laptop met het Xikestor-apparaat helemaal niet in de energiebesparingsmodus krijgen. Het scherm ging wel uit, maar de toetsenbordverlichting bleef aan en het systeem reageerde op pings. Het dichtklappen en het aanpassen van de WoL-linkrate van 10 naar 100 Mbit/s hielpen niet. Misschien wordt dat met toekomstige stuurprogramma-updates beter.
Omdat de adapters in de stand-bymodus overschakelen naar lagere ethernetlinkrates, steeg het energieverbruik van de pc op stand-by slechts matig: bij het Xikestor-model met 1,0 watt, bij de Anyoyo-adapter met 1,8 watt.
Als de pc-verbinding goed is, kunnen beide 10GE-USB-adapters de ethernetverbinding volledig benutten met een TCP-doorvoersnelheid van 9,4 Gbit/s. Afhankelijk van de chip en het besturingssysteem lukte dat al met één enkele TCP-stream, bijvoorbeeld bij het kopiëren van één bestand.
Soms werd het 10GE-maximum echter pas bereikt bij de totale doorvoersnelheid van meerdere gelijktijdige overdrachten. Bij de Xikestor-adapter remt de USB4-poort van de Lenovo-laptop, die geen USB 3.2 Gen 2×2 ondersteunt. De ongeveer 7,5 Gbit/s is wat je op andere computers met USB 3.2 Gen 2 – dus maximaal 10 Gbit/s via de USB-poort – aan netto bandbreedte mag verwachten. Dat is in ieder geval ongeveer het dubbele van wat oudere 5GE-adapters zoals de TUC-ET5G van Trendnet leveren.
Voor wie is dit bedoeld?
Als je je pc via USB-C met supersnel ethernet op een LAN wilt aansluiten, moet je bij de aankoop goed opletten: de twee momenteel verkrijgbare soorten adapters gedragen zich heel verschillend.
Mac-bezitters hebben het makkelijk en kiezen voor het bridge-type, omdat Thunderbolt bij Apple-apparaten de standaardinterface is.
Als het om andere computers gaat, kijk dan goed naar de technische specificaties. Als de pc USB4-poorten heeft, werkt een 10GE-adapter met Thunderbolt-bridge op volle snelheid, terwijl de single-chip-variant met RTL8159 waarschijnlijk hooguit 7,5 Gbit/s netto aan doorvoersnelheid haalt – en met een beetje geluk misschien 9,4 Gbit/s.

Als er geen USB4 is, komt alleen een adapter met een Realtek-chip in aanmerking. Maar die levert zijn maximale doorvoersnelheid ook alleen als de USB-C-poort via USB 3.2 Gen 2×2 20 Gbit/s kan leveren.
Alleen bij Windows-ARM-laptops zul je waarschijnlijk met geen van beide types tevreden zijn: een Surface Laptop 7 15” verbond de RTL8159-adapter via USB slechts met 10 Gbit/s, het bridge-model herkende hem niet.
Een universeel bruikbare USB-C-naar-10GE-adapter die aan de pc-kant zowel Thunderbolt als USB 3.2 Gen 2×2 ondersteunt, bestaat nog niet.
USB-C-naar-10GE-adapters

Literatuur
[1] Ernst Ahlers en Alieke van Sommeren, QNAP QNA-UC10G1SF & QNA-UC10G1T, c’t 8-9/2025, p.25
Ernst Ahlers en Noud van Kruysbergen
Praat mee