c’t 08-09/2026
Vibe coding voor developers
Cover van
Cover voor Intel Core 300: zo verschilt Wildcat Lake van Panther Lake

Intel Core 300: zo verschilt Wildcat Lake van Panther Lake

Intel kleedt de Wildcat Lake-CPU’s merkbaar uit ten opzichte van de Core Ultra 300 Panther Lake. Onze analyse laat zien waar de fabrikant precies op bespaart.

Intel brengt Wildcat Lake naar het budgetsegment

Momenteel komen de eerste laptops en mini-pc’s met goedkope mobiele processors uit de Core 300-serie Wildcat Lake in omloop. De chips, die Intel in het voorjaar van 2026 presenteerde, zijn nauw verwant aan de krachtigere Core Ultra 300 Panther Lake. Intel heeft de Wildcat Lake-CPU’s op een aantal punten echter flink gekortwiekt, zodat ze goedkoper te produceren zijn.

Zo hebben de Core 300-processors zonder Ultra in de naam maar een enkelkanaals geheugeninterface en minder CPU- en GPU-kernen, en bestaan ze uit twee in plaats van drie halfgeleider-tiles oftewel chiplets. Welke gevolgen die ze en andere bezuinigingen in de praktijk hebben, analyseren we in dit artikel. Let bij de aankoop van een nieuwe laptop of mini-pc daarom goed op de exacte CPU-aanduiding, zodat je geen miskoop doet.

De Wildcat Lake-processors ronden niet alleen Intels huidige aanbod aan mobiele processors af in het onderste segment. Ze vervangen ook de bestaande budget-CPU-series Alder Lake-N en Twin Lake met modellen als de N100 en N150.

Intel heeft de productie van de N-serie grotendeels stopgezet, omdat het die productiecapaciteit nodig heeft voor serverprocessors. De N-processors worden gemaakt met het productieproces Intel 7, net als de I/O-die van de Xeon-server-CPU’s Granite Rapids, waar door de AI-hype veel vraag naar is. Voor Wildcat Lake gebruikt Intel daarentegen het modernere productieproces Intel 18A.

Sterke vervanger

De belangrijkste vernieuwing ten opzichte van de bestaande N-CPU’s, die uitsluitend uit twee tot acht compacte, zuinige efficiëntiekernen bestaan: de Core 300 heeft twee krachtige performancekernen (P-kernen) met Cougar Cove-architectuur. De uitzondering op de regel is de goedkoopste processor, de Core 3 304, die Intel maar één P-kern gunt.

De performancekernen, met grote buffers, caches en een krachtig frontend met micro-op-cache, verbeteren vooral de reactiesnelheid die de gebruiker ervaart. Kantoortoepassingen gebruiken voor veel taken maar één thread (singlethreading). Dankzij de sterke P-kern reageert het systeem daarbij sneller: webpagina’s worden sneller gerenderd en programma’s starten sneller op. De Cougar Cove-kernen zitten ook in de duurdere, nauw verwante Panther Lake-chips, maar daar tot wel vier stuks (zie de link).

Voor multithreaded-toepassingen bevatten de Wildcat Lake-CPU’s vier low-power-efficiëntiekernen (LP-E) met Darkmont-architectuur. Dat zijn energiebesparende varianten van de efficiëntiekernen, die nog iets langzamer klokken. Beide gebruiken echter dezelfde architectuur.

Intel verdeelt de eerder verschenen Panther Lake-CPU’s in verschillende subfamilies in. CPU’s met een H aan het eind, zoals het topmodel Core Ultra X9 388H, hebben naast de vier LP-E-kernen acht efficiëntiekernen. Ook daar zijn er uitzonderingen: in de Core Ultra 5 338H en 336H zitten er maar vier. De Panther Lake-chips zonder letter aan het eind, zoals de Core Ultra 7 365, missen de E-kernen volledig. Net als Wildcat Lake hebben ze alleen LP-E-kernen.

Op de kleintjes gelet

Veel moderne x86-processors bestaan uit meerdere chiplets, die Intel tiles noemt, naar het Engelse woord voor tegels. Om kosten te besparen, gebruikt Intel voor de Core 300-CPU’s een andere opbouw dan voor de Core Ultra 300. Terwijl de Panther Lake-processors uit drie tiles voor CPU, GPU en I/O bestaan, zijn dat er bij Wildcat Lake maar twee (zie de tabel).

In de door Intel zelf geproduceerde halfgeleider-die Compute & GPU zitten de belangrijkste onderdelen: de in totaal zes CPU-kernen, de GPU met twee Xe3-blokken, de NPU voor AI-berekeningen, de geheugencontroller en de media-engines voor videoversnelling.

De door TSMC geleverde Platform Controller Tile zorgt daarentegen uitsluitend voor I/O-functies zoals Thunderbolt, PCI Express, USB en wifi.

Behalve op het aantal CPU- en GPU-kernen heeft Intel bij de Wildcat Lake-CPU’s ook op de geheugencontroller bezuinigd: die kan maar één 64-bit LPDDR5X/DDR5-kanaal aansturen. Die single-channel-modus halveert de geheugendoorvoer ten opzichte van de 128-bit interface die bij desktop- en mobiele processors gebruikelijk is.

Daarnaast halveert Intel bij de Core 300 de Memory Side Cache tot 4 MB. Die dient als gedeelde tussenopslag voor CPU, GPU en NPU en buffert de toegang tot het RAM. Vanuit een P-kern gezien is dat het vijfde cacheniveau, want Cougar Cove heeft een 48 kB grote level-0-cache, 192 kB L1-cache, 3 MB L2-cache en de door de P-kernen gedeelde L3-cache van 6 MB.

Vooral de in de processor geïntegreerde GPU profiteert sterk van de geheugendoorvoer (zie de link). Die heeft Intel bij Wildcat Lake teruggebracht tot twee Xe3-kernen met 256 shaders.

Ook daar is de Core 3 304 weer de uitzondering: daarbij schakelt de fabrikant de helft uit. Vergeleken daarmee hebben de Panther Lake-topmodellen tot 12 Xe3-kernen, in elk geval de modellen met een X in de naam, zoals de eerdergenoemde Core Ultra X9 388H.

Hoewel de GPU’s van de Core Ultra 300 en Core 300 allebei tot dezelfde Xe3-generatie behoren, verschillen hun mogelijkheden. De videohardware van de budget-CPU’s mist, anders dan bij Panther Lake, de decoder voor het pas enkele jaren oude formaat H.266/Versatile Video Coding (VVC). In plaats daarvan worden bij Wildcat Lake de CPU-kernen ontlast bij het afspelen van de 16 jaar oude, open VP8-codec – iets wat de duurdere Core Ultra 300 dan weer niet kunnen.

Verder sturen Wildcat Lake-systemen monitoren aan met maximaal 4K-resolutie. De drie beeldschermuitgangen leveren alleen DisplayPort 2.1 in HBR3-modus en HDMI 2.0b in TMDS-modus, wat maximaal 3840 × 2160 pixels bij 60 Hz toelaat. De display-engines van de Panther Lake-processors ondersteunen DisplayPort UHBR20 en HDMI Fixed Rate Link (FRL). Dat maakt hogere resoluties en frequenties mogelijk, bijvoorbeeld 8K bij 60 Hz of 4K met een verversingssnelheid van 144 Hz.

De Core 300 heeft wel een neural processing unit (NPU), maar die haalt slechts 15 tot 17 biljoen rekenbewerkingen per seconde (tera operations per second, TOPS). Daardoor voldoen Wildcat Lake-computers niet aan de eisen die Microsoft stelt voor het AI-logo Copilot+ van Windows 11. Daarvoor is minimaal 40 TOPS nodig. De NPU van de Panther Lake-chips haalt tot TOPS.

Ook bij de I/O-mogelijkheden heeft Intel bespaard: in plaats van vier hebben de Wildcat Lake-processors maar twee Thunderbolt 4-poorten. PCI Express 5.0 ontbreekt helemaal, en extra controllers voor wifi en ethernet plus eventuele M.2-slots voor SSD’s moeten het samen doen met een schamele zes PCIe 4.0-lanes.

Conclusie

Intels CPU-serie Core 300 Wildcat Lake brengt ten opzichte van de voorgangers uit de N-serie verbeteringen als snellere kernen en moderne aansluitingen zoals Thunderbolt 4 naar goedkope laptops en mini-pc’s. Zoek je echter een krachtig apparaat, bijvoorbeeld voor videobewerking, AI of gaming, let dan goed op de processoraanduiding.

De kans op verwarring met de technisch nauw verwante, maar veel krachtigere Core Ultra 300 Panther Lake is groot. Intel heeft bij de Core 300 zonder Ultra vooral flink bezuinigd op de GPU, maar ook op de CPU-kernen en de aansluitingen. Dat geldt vooral in vergelijking met de high-end-varianten van de Core Ultra 300 met een X in de naam.

Zoek je voor een schappelijke prijs een laptop of mini-pc die je vooral gebruikt voor tekstverwerking, surfen en e-mail, dan kun je met een apparaat met een Wildcat Lake-processor geld besparen. De zwakkere NPU, de ontbrekende hardwareondersteuning voor de jongste MPEG-codec H.266/VVC en de beperking tot 4K-resolutie zullen voor de meeste gebruikers nauwelijks een rol spelen.

Let er wel op dat je een systeem met 16 GB werkgeheugen koopt: door de enkelkanaals RAM-interface hebben mini-pc’s daarmee meestal maar één DIMM-slot, wat upgraden duurder maakt.

Actuele mobiele processors van Intel vergeleken

Core Ultra 300H ‘Panther Lake’Core Ultra 300 ‘Panther Lake’Core 300 ‘Wildcat Lake’
CPU-serieCore Ultra 300H ‘Panther Lake’Core Ultra 300 ‘Panther Lake’Core 300 ‘Wildcat Lake’
Kernen maximale configuratie4P+8E+4LP-E4P+4LP-E2P+4LP-E
P-kernen (Cougar Cove)42, 41, 2
E-kernen (Darkmont)4, 800
LP-E-kernen (Darkmont)444
Level-3-cache18 MB12 MB6 MB
Memory Side Cache8 MB8 MB4 MB
RAM2 × LPDDR5X-96002 × LPDDR5X-9600 of 2 × DDR5-72001 × LPDDR5X-7467 of 1 × DDR5-6400
PCIe-lanes12 × PCIe 5.0, 8 × PCIe 4.04 × PCIe 5.0, 8 × PCIe 4.06 × PCIe 4.0
Thunderbolt / USB4 × Thunderbolt 4 / 2 × USB 10 Gbit/s, 8 × USB 2.04 × Thunderbolt 4 / 2 × USB 10 Gbit/s, 8 × USB 2.02 × Thunderbolt 4 / 2 × USB 10 Gbit/s, 8 × USB 2.0
GPU (shaders)12 × Xe3 (1536) / 4 × Xe3 (512)4 × Xe3 (512) / 2 × Xe3 (256)2 × Xe3 (256) / 1 × Xe3 (128)
Beeldschermuitgangen4 (DisplayPort 2.1 UHBR20, HDMI 2.1 FRL)4 (DisplayPort 2.1 UHBR20, HDMI 2.1 FRL)3 (DisplayPort 2.1 HBR3, HDMI 2.0b TMDS)
Maximale resolutie2 × 7680 × 4320 of 4 × 6016 × 33842 × 7680 × 4320 of 4 × 6016 × 33843 × 3840 × 2160
VideocodecsH.266/VVC, AV1, VP9, H.265/HEVC, H.264/AVCH.266/VVC, AV1, VP9, H.265/HEVC, H.264/AVCAV1, VP9, VP8, H.265/HEVC, H.264/AVC
NPUNPU 5: 47–50 TOPSNPU 5: 46–49 TOPSNPU 5: 15–17 TOPS
Tiles (proces)Compute (Intel 18A), Graphics (12 × Xe3: TSMC N3, 4/2 × Xe3: Intel 3), I/O (TSMC N6)Compute (Intel 18A), Graphics (12 × Xe3: TSMC N3, 4/2 × Xe3: Intel 3), I/O (TSMC N6)Compute & GPU (Intel 18A), Platform Controller (TSMC N6)
Thermal Design Power / turbo25 / 80 W15 / 55 W15 / 35 W

Inspiratie in je mailbox

Blijf bij op IT-gebied en verbreed je expertise. Ontvang elke week artikelen over de laatste tech-ontwikkelingen, toepassingen, nieuwe hard- en software én ontvang tips en aanbiedingen.

Loginmenu afsluiten