c’t 07/2026
Wat is er waar van IT-mythes?
Cover van
Illustratie Thorsten Hübner

Gaat AI ervoor zorgen dat er banen verdwijnen?

AI moet het werk verlichten en het tekort aan geschoold personeel opvangen. Maar studies tonen aan dat de technologie in plaats van verlichting vaak voor meer werkdruk en nieuwe taken zorgt.

AI-belofte versus werkelijkheid

AI moet werk uit handen nemen, de productiviteit verhogen en kosten besparen – dat is de belofte van de IT-sector. De modellen worden week na week krachtiger, maar dat zie je niet terug in de statistieken van economen en arbeidssociologen. Werknemers klagen na de invoering van AI-systemen niet over verveling, maar over extra druk. Na sommige veranderingen daalt hun output zelfs, in plaats van te groeien.

Daarmee wordt de belangrijkste belofte van de AI-sector op losse schroeven gezet. De techbedrijven rond OpenAI en Google verkopen AI als oplossing voor het wereldwijde tekort aan geschoold personeel, waar veel westerse industrielanden mee te maken krijgen. Dankzij AI, is hun verhaal, heb je in de toekomst minder geschoolde arbeidskrachten nodig en kun je kosten besparen.

Precies dat stuwt de beurskoersen van Nvidia, Microsoft en Google omhoog, zorgt ervoor dat er steeds meer datacenters uit de grond schieten en jaagt werknemers de paniek in dat ze morgen hun baan kunnen verliezen.

In dit artikel bekijken we de stand van zaken in de wetenschap: wat zeggen de nieuwste onderzoeken naar het AI-gebruik eigenlijk over werkdruk en productiviteit? Daarbij blijkt menig wijdverbreide overtuiging een misvatting te zijn, met name het beeld van AI als alomtegenwoordige banenvernietiger.

Ook dat het gebruik ervan automatisch werktijd bespaart en vakmensen ontlast, klopt niet. En het wordt allemaal niet beter, alleen maar omdat er volgende week een nog krachtiger taalmodel gelanceerd wordt.

De wetenschappelijke stand van zaken

Welke gevolgen die bevindingen hebben, legt socioloog Florian Butollo uit in een interview in het artikel Waarom AI werknemers meer belast in plaats van ze te vervangen. In het artikel Waar helpt AI en waar zijn andere tools handiger? bespreken we hoe je het gebruik van AI in je bedrijf praktisch opnieuw moet bekijken – en waarom processen, tools en de werkorganisatie vaak belangrijker zijn dan het slimste model.

De cijfers zijn ernstig: volgens een enquête van een grote Duitse vakbondsorganisatie werkt bijna de helft van de werknemers in sectoren met een groot tekort aan personeel. Door de demografische veranderingen zal dat tekort de komende jaren nog verder toenemen, want volgens de OESO zal het aandeel van de bevolking in de werkzame leeftijd tussen 20 en 64 jaar tegen 2060 met meer dan 20 procent krimpen.

Het tekort aan vakmensen uit het buitenland opvullen is onder de huidige omstandigheden nauwelijks haalbaar. Daarvoor heb je jaarlijks een grote immigratie van vakmensen nodig – iets wat zowel het politieke klimaat als te ingewikkelde bureaucratische processen in de weg staan.

De hoop ligt daarom bij automatisering en artificiële intelligentie, waarmee de overblijvende werknemers productiever moeten worden.

Vier misvattingen over AI en werk

De AI-sector fantaseert zelfs over een toekomst waarin algoritmen en robots alle vervelende klusjes van mensen overnemen. Recente studies van economen en sociologen ontkrachten dergelijke verhalen echter als sciencefiction.

Lees dit artikel verder

Lees over tech-trends en achtergronden, nieuwe apparatuur, software en toepassingen voor professioneel gebruik. Met c’t heb je altijd de juiste tech-informatie. Word abonnee en lees onbeperkt alle artikelen.
Bekijk abonnementen Al abonnee? Log in

We kijken naar vier wijdverbreide misvattingen in de publieke discussie en leggen uit welke effecten daadwerkelijk meetbaar zijn. Alle onderzoeken waarnaar we in de tekst verwijzen, kun je vinden via de links bij dit artikel.

VS: Ontwikkeling van het aantal werknemers in computerberoepen per leeftijdsgroep

Dramatische terugval: een studie van de Stanford University met de naam Canaries in the Coal Mine? uit november 2025, laat in de IT-sector in de VS een extreme daling zien bij starters tussen de 22 en 25 jaar.

Misvatting 1: AI is een jobkiller

De eerste misvatting is een oude dreiging rond automatisering: machines maken het werk niet alleen makkelijker, maar werknemers meteen ook overbodig.

Sinds ChatGPT eind 2022 op de markt kwam, heeft dat verhaal een nieuwe impuls gekregen. Taalmodellen schrijven teksten, genereren programmacode, beantwoorden vragen van klanten, analyseren documenten en vatten vergaderingen samen. Daaruit volgt de voor de hand liggende, maar voorbarige conclusie: als AI veel taken kan uitvoeren, worden veel werknemers binnenkort overbodig.

De huidige arbeidsmarktcijfers ondersteunen die interpretatie niet. In Denemarken onderzochten Humlum en Vestergaard in een grootschalig onderzoek beroepsgroepen die bij uitstek geschikt zouden zijn voor het gebruik van taalmodellen en daardoor extra kwetsbaar zouden moeten zijn, waaronder journalistiek, softwareontwikkeling, klantenservice, boekhouding, recht, marketing, IT-ondersteuning en onderwijs. Zelfs bij een vroege invoering van LLM’s, intensief gebruik en stimulering door werkgevers waren er tot eind 2024 nauwelijks meetbare effecten op inkomen, werktijd of werkgelegenheid.

Analyses van het Yale Budget Lab en Brookings komen voor de VS tot een vergelijkbare conclusie: tot augustus 2025 veranderde de beroepsstructuur wel, maar niet in een mate die opvalt ten opzichte van eerdere fasen van technische omwentelingen.

Er gebeurt iets anders, zo bleek uit het Stanford-onderzoek Canaries in the Coal Mine?. In beroepen die sterk blootstaan aan AI zagen ze een flinke daling in het aantal nieuwe aanstellingen van werknemers tussen de 22 en 25 jaar – vooral in softwareontwikkeling en klantenservice.

Begin dit jaar bevestigden ook Atkinson en Yamco van de Federal Reserve Bank in Dallas die ontwikkeling op de Amerikaanse markt. Er zijn echter twijfels of de oorzaak van die daling alleen aan het gebruik van AI te wijten is of dat het meer te maken heeft met de economische neergang.

Er zijn aannemelijke redenen voor het verband met de invoering van AI. Veel startersbanen bestaan uit taken die je in code kunt omzetten: onderzoek doen, samenvatten, documenteren, standaardcode schrijven, routinevragen beantwoorden. Juist daarin zijn taalmodellen sterk.

Ervaren medewerkers brengen daarentegen stille kennis mee: inzicht in processen, beoordelingsvermogen, klantenkennis en het vermogen om gevaarlijke onzin te herkennen in ogenschijnlijk bruikbare resultaten.

Bedrijven plaatsen daarom minder vacatures voor juniorfuncties in plaats van hun ervaren personeelsbestand in te krimpen. Op de korte termijn besparen ze daarmee geld, maar op de lange termijn kan dat negatieve gevolgen hebben voor hen of de hele sector. Als bedrijven minder starters aannemen omdat AI routinematig werk overneemt, snijden ze leertrajecten af waarop de nieuwkomers van vandaag zich ontwikkelen tot de experts van morgen.

Als de babyboomers met pensioen gaan, kan er een even ernstige ervaringskloof ontstaan als na he stopzetten van het Apollo-programma: die verhindert tot op de dag van vandaag dat landen en organisaties opnieuw een succesvolle maanlanding kunnen uitvoeren.

Percentage juiste resultaten bij taken buiten de eigen competentie

Gevaarlijke halve kennis: toen consultants GPT-4 gebruikten voor complexe managementtaken (rood en groen), waren ze wel sneller klaar, maar waren hun resultaten ook minder vaak juist dan bij collega’s in de blauwe controlegroep die geen AI gebruikten.

(Afbeelding Dell’Acqua et al)

Misvatting 2: AI verkort de werktijd

Als AI geen banen op grote schaal vernietigt, dan bespaart het in ieder geval werktijd, toch? De eerste bevindingen ondersteunden die aanname.

Een vroeg veldonderzoek van Brynjolfsson, Li en Raymond onderzocht begin 2021 al een op GPT-3 gebaseerde assistent bij de klantenservice van een Fortune 500-bedrijf. Het systeem verving de medewerkers niet, maar stelde antwoorden en helpdocumenten voor. Gemiddeld losten de medewerkers destijds, nog vóór de introductie van ChatGPT, 15 procent meer klantproblemen per uur op. Vooral onervaren en minder ervaren medewerkers profiteerden daar sterk van. Sindsdien zijn de modellen sterk verder ontwikkeld.

Sociologen en economen lopen echter altijd een beetje achter op de stand van de techniek. Ze moeten namelijk de vraag beantwoorden hoe dergelijke productiviteitswinsten zich daadwerkelijk in de praktijk uitwerken. Humlum en Vestergaard gaven daar vorig jaar ook een antwoord op. Ze bevestigden dat medewerkers door AI bij bepaalde taken zeker tijd besparen.

Maar daardoor hadden ze niet meer vrije tijd en werkten ze ook niet minder uren. In plaats daarvan besteedde zo’n 80 procent de bespaarde tijd aan andere taken. Als je met AI sneller een ruwe versie van een rapport kunt maken, ben je niet automatisch eerder klaar met werken. Je bekijkt meer varianten, schrapt meer tekst, controleert meer bronnen of maakt meer formaten.

Bij de klantenservice worden meer zaken per uur afgehandeld. Bij de softwareontwikkeling ontstaat er meer code die getest en geïntegreerd moet worden. AI neemt de knelpunten bij het maken van teksten en afbeeldingen weg en verplaatst de bottleneck naar het controleren en ordenen ervan. Daarbij komen nog nieuwe taken bij het documenteren en verwerken van gegevens.

Juliane Jarke en Stefanie Büchner lieten begin 2024 in casestudies over jeugdhulp en onderwijs al zien dat gegevens niet zomaar vanzelf ontstaan. Iemand moet ze genereren, bijhouden, corrigeren en bruikbaar maken. Juist in zorgberoepen is dat lastig: zorg, onderwijs en maatschappelijk werk worden er niet makkelijker op als er extra bewijsstukken, kwaliteitsgegevens en controleroutines bijkomen.

Als AI afhankelijk is van dergelijke gegevens, komt die onzichtbare inspanning erbij – tijd die uiteindelijk ontbreekt bij de zorg.

Fabrizio Dell’Acqua en zijn collega’s van de Harvard Business School lieten al in 2023 zien waarom je bepaalde problemen niet zomaar aan machine-learning-algoritmen kunt delegeren. Eenvoudige taken voerden consultants van de Boston Consulting Group sneller en beter uit als ze GPT-4 gebruikten, maar complexe managementtaken voerden ze met behulp van AI wel sneller uit, maar de resultaten waren vaker fout dan bij de collega’s die de taken zelf, zonder AI, hadden gedaan.

Als het ingewikkeld wordt, bespaart AI per saldo dus geen tijd, maar veroorzaakt het fouten die iemand moet opsporen en verhelpen. Op operationeel niveau kan AI kennisverschillen wegwerken: minder ervaren medewerkers kunnen sneller bruikbare resultaten opleveren. Op het niveau van het oordeel versterkt AI kennisverschillen echter juist: als je genoeg ervaring hebt, zie je eerder of een AI-voorstel je verder helpt of niet meer dan mooi verpakte onzin is.

AI kan een junior medewerker sneller maken, maar het maakt hem niet automatisch een senior.

Gevolgen van het personeelstekort

Van de 7000 ondervraagde werknemers werkt 46 procent in sectoren met een groot personeelstekort. Dat tekort aan geschoold personeel leidt binnen bedrijven tot een hogere werkdruk.

(Afbeelding DGB)

Misvatting 3: AI ontlast vakmensen

Als AI werkstappen versnelt, kan het dan niet het tekort aan vakmensen verlichten? Medewerkers kunnen immers meer taken uitvoeren.

Het probleem is dat die extra belasting de productiviteit verlaagt. Dat constateert zelfs Microsoft in de Work Trend Index 2025, waarin het concern een capacity gap vaststelt: 80 procent van de wereldwijd ondervraagde werknemers en leidinggevenden geeft aan niet genoeg tijd of energie te hebben voor hun werk.

De telemetriegegevens die via het Microsoft 365-platform verzameld werden, lieten bovendien zien hoe versnipperd kenniswerk inmiddels geworden is: werknemers worden volgens die gegevens gemiddeld elke twee minuten onderbroken door vergaderingen, e-mails of chats, en 60 procent van de vergaderingen vindt spontaan plaats, zonder voorafgaande aankondiging.

Chats buiten de reguliere werktijd nemen toe. Maar in plaats van het gebruik van AI te verminderen om de werkdruk te verlagen, moeten er volgens Microsoft in de toekomst juist nog meer AI-agents het extra werk gaan doen.

33 procent van de ondervraagde leidinggevenden overweegt personeelsinkrimping door middel van AI. Werkgevers willen het tekort aan geschoold personeel dus niet oplossen door nieuwe collega’s aan te nemen en op te leiden, maar door het werk van het bestaande personeel zo veel mogelijk te intensiveren.

In plaats van salarissen moeten bedrijven meer tokens voor AI-modellen gaan betalen. Een centraal probleem is echter het personeelstekort. Uit een vakbondsenquête onder bijna 7000 werknemers in loondienst in Duitsland blijkt dat 46 procent in sectoren met een groot personeelstekort werkt. In het onderwijs, de zorg, de ambulancedienst en de jeugdzorg liggen de cijfers deels tussen de 60 en 73 procent.

De gevolgen: 76 procent van de betrokkenen neemt extra taken op zich, 60 procent werkt sneller en 57 procent maakt overuren of past zijn werktijden aan – met als bijeffect: 36 procent slaat pauzes over, terwijl 30 procent taken op zich neemt waarvoor ze niet voldoende gekwalificeerd zijn.

Dat beschrijft hetzelfde als bij als Microsoft, maar met andere conclusies. Wat Microsoft een capaciteitstekort noemt, lijkt meer een gevolg van slechte arbeidsomstandigheden. Als het werk blijvend zwaarder wordt, verlaten werknemers de sector of verminderen ze hun uren.

Van de ondervraagden die in sectoren met een groot personeelstekort werken, geeft 72 procent aan dat collega’s de sector daardoor hebben verlaten. Van de deeltijdwerkers werkt 39 procent minder uren omdat de werkdruk bij een fulltime baan te hoog zou zijn. Bij leraren is dat zelfs 80 procent.

AI kan routinetaken versnellen, kennis toegankelijk maken en werknemers ondersteunen. Maar het lost het tekort aan geschoold personeel alleen op als dat het werk daadwerkelijk beter maakt: minder druk, betere bijscholing, meer speelruimte, betrouwbare vooruitzichten.

Als het wordt gebruikt om een wervingsstop, hogere werkritmes en kleiner personeelsbestand te rechtvaardigen, kan dat het tekort verergeren omdat de goede vakmensen als eerste vertrekken.

Misvatting 4: met het volgende AI-model wordt alles beter

De vierde misvatting schuift de verantwoordelijkheid voor de ellende af op de technologie. Als AI niet de verwachte productiviteitsstijging oplevert, waren de modellen zogenaamd nog niet krachtig genoeg. Dus wacht men op grotere contextvensters en betere agents.

Maar uit onderzoek komt een ander beeld naar voren: vaak faalt AI niet door te hoge foutpercentages, maar doordat bedrijven het slecht in echte werkprocessen integreren. Michael Weber en collega’s van de TU München lieten dat in 2023 al zien, toen ChatGPT nog in de kinderschoenen stond. De vanuit hedendaags perspectief beperkte mogelijkheden van de taalmodellen waren helemaal niet het probleem, maar de organisaties wisten gewoon nog niet hoe ze die productief moesten inzetten.

Realistische projectplanningen en gezamenlijke ontwikkeling met vakafdelingen en gebruikers kosten nu eenmaal tijd, totdat je de tools goed kunt inschatten en er daadwerkelijk winstgevend gebruik van kunt maken. AI moet worden gepland, uitgelegd, gecontroleerd, van gegevens voorzien, aangepast aan nieuwe omgevingen en steeds weer worden bijgesteld. En met elk nieuw model begint de evaluatie weer van voren af aan. Daardoor wordt automatisering zelf een continu proces.

Als je AI productief wilt inzetten, moet je medewerkers opleiden, processen aanpassen, verantwoordelijkheden verduidelijken en resultaten controleren. Daarbij komen nog de gegevensbescherming, bedrijfsafspraken, IT-beveiliging en aansprakelijkheidskwesties.

In opgepoetste berekeningen wordt vaak aangetoond hoeveel sneller een enkele werkstap wordt. Maar in de praktijk telt het netto-effect na de implementatie, controle, communicatie, gegevensonderhoud en nabewerking.

De NANDA-studie The GenAI Divide bevestigde dat halverwege 2025. Veel bedrijven testen AI, maar slechts een klein deel boekt meetbare zakelijke resultaten. De auteurs van het MIT zagen de oorzaak niet in de eerste plaats in de kwaliteit van de modellen, regelgeving of een gebrek aan talent, maar in slechte integratie. Veel AI-systemen leren niet van feedback, vergeten de context, passen niet in bestaande workflows of bestaan als starre proefprojecten naast het eigenlijke werk.

De misvatting zit hem dus niet in het overschatten van de technische prestaties van AI, maar in het idee dat modelprestaties direct kunnen worden vertaald naar bedrijfsproductiviteit. Daar tussenin zit echter de nodige organisatieaspecten: gegevens verwerken, routines opzetten, verantwoordelijkheden herverdelen, kwaliteitscontroles, trainingen en zo verder. Als je dat werk niet meerekent, verwar je bruto- met nettowinst.

Hoe bedrijven AI zinvol in processen kunnen integreren in plaats van alleen maar de volgende tool op oude werkwijzen te gooien, staat in het artikel Waar helpt AI en waar zijn andere tools handiger?.

Integratie van generatieve AI in werkprocessen

Veel bedrijven testen generatieve AI, maar slechts weinigen zetten gespecialiseerde toepassingen daadwerkelijk in de dagelijkse praktijk in. Volgens het MIT-NANDA-rapport haalt bij taakspecifieke AI-tools zo’n 20 procent de pilotfase en slechts ongeveer 5 procent de productieve fase. De hindernis ligt dus minder in de prestaties van het model dan in het gebrek aan integratie in processen, gegevensstromen en routines.

(Afbeelding MIT Project NANDA)

De J-curve: wanneer gaat het weer omhoog?

Het sterkste argument tegen de bevindingen tot nu toe: AI staat nog in de kinderschoenen, de daadwerkelijke productiviteitswinsten zie je pas over een paar jaar in de economie terug.

Daar zijn voorbeelden uit de geschiedenis van te vinden: toen fabrieken overstapten op elektromotoren, steeg de productiviteit niet meteen. Pas toen men de nieuwe machines niet meer rond een centrale stoommachine hoefde op te stellen, maar fabrieken, werkprocessen en productiestappen opnieuw organiseerde, wierp de elektrificatie zijn vruchten af.

De introductie van computers verliep op een vergelijkbare manier. De econoom Robert Solow merkte in 1987 spottend op dat je het computertijdperk overal zag, behalve in de productiviteitsstatistieken. De verklaring kwam drie jaar later van de economisch historicus Paul A. David. In zijn artikel The Dynamo and the Computer stelde hij vast dat nieuwe basistechnieken pas rendement opleveren als organisaties leren ze productief in te zetten.

Erik Brynjolfsson, Daniel Rock en Chad Syverson ontwikkelden daaruit zo’n 30 jaar later het model van de Productivity J-Curve. De curve beschrijft het fenomeen dat bij het invoeren van basistechnologieën zoals AI in eerste instantie onzichtbare extra investeringen nodig zijn – nieuwe processen, opleidingen, databestanden, software, ervaring.

Die immateriële investeringen verlagen of verhullen op korte termijn de gemeten productiviteit. Pas later, als alle componenten en processen goed op elkaar zijn afgestemd, kan de trend omslaan – dan gaat de curve omhoog.

Hun observaties komen overeen met de recente studies en de hierboven beschreven misvattingen. AI kan afzonderlijke taken versnellen, maar brengt op dit moment enorme implementatiekosten, testwerk, dataverwerking en technische en personele herstructureringen met zich mee. De winst-verliesrekening kan echter, zoals je bij softwareontwikkeling ziet, binnen korte tijd heel anders uitvallen.

Halverwege 2025 ontdekten de onderzoekers van de METR-studie dat ervaren opensourceontwikkelaars met AI bij echte taken zo’n 19 tot 20 procent langzamer waren. De Vibe-code zorgde namelijk voor extra controle-, integratie- en correctiewerk in bestaande codebases.

In februari 2026 relativeerde METR de proefopzet: ondanks de eerste studieresultaten, waaruit bleek dat het werken met AI langer duurde, wilden veel ontwikkelaars niet meer meedoen aan verdere experimenten waarin ze de helft van hun taken zonder AI hadden moeten uitvoeren.

Het handmatig coderen van routinetaken was voor hen in ieder geval de moeite niet meer waard omdat AI dat proces inmiddels naar tevredenheid beheerst. De onderzoekers vermoeden dat AI het hele programmeerwerk inmiddels sterker versnelt. Ze hebben echter een nieuwe onderzoeksopzet nodig om de effecten nauwkeurig te meten.

De J-curve is geen natuurwet. Na een dal gaat het niet automatisch steil omhoog. Daarvoor moeten bedrijven processen aanpassen, medewerkers opleiden, gegevenswerk organiseren en rebound-effecten beperken. Als dat niet gebeurt, blijft de productiviteitscurve laag.

Gevolgen van het gebruik van AI-modellen bij opensourceontwikkelaars

METR ontdekte in 2025 aanvankelijk dat ervaren ontwikkelaars met AI langzamer werkten. Een update uit 2026 relativeert die bevinding: veel ontwikkelaars wilden bepaalde taken niet meer zonder AI uitvoeren. De onderzoekers vermoeden een productiviteitswinst, maar weten nog niet precies hoe ze die moeten meten.

(Afbeelding METR)

Conclusie

Taalmodellen kunnen nu al arbeidsintensieve kantoortaken uitvoeren. Maar ze maken de belofte niet waar waarmee ze in veel bedrijven worden verkocht: minder werk, minder personeel, dezelfde of betere prestaties. Tot nu toe zien economen geen brede golf van banenverlies, maar wel minder vacatures voor jonge starters.

Arbeidssociologen zien wel tijdwinst, maar nauwelijks ontlasting. Ze zijn het erover eens dat er van de beloofde productiviteitswinsten na invoering, training, controle, gegevensonderhoud en aanpassingen aan de workflow aanzienlijk minder overblijft dan de AI-producenten beloven.

AI bespaart je dus niet automatisch werk en lost het tekort aan geschoold personeel ook niet vanzelf op. Juist in de maatschappelijk belangrijke beroepen met een tekort aan personeel – zorg, opvoeding, onderwijs, maatschappelijk werk – moet je er zelfs op letten dat de technologie het probleem niet verergert. Als het gebruik van AI daar vooral extra documentatie, controle en het verzamelen van steeds meer statistieken met zich meebrengt, zullen de toch al overbelaste vakmensen des te meer de benen nemen.

Dat heeft gevolgen voor andere sectoren, als werknemers hun werktijd moeten inkorten om voor kinderen of familieleden te zorgen.

Dan blijft de J-curve over: misschien zitten we nu op het dieptepunt en schiet de productiviteit binnenkort omhoog. Dat is mogelijk, maar valt niet af te leiden uit de gegevens tot nu toe. Tot die tijd moeten bedrijven AI niet zien als vervanging voor personeelsbeleid, bijscholing en een goede werkorganisatie.

Als je op aanvankelijke aanloopproblemen reageert met nog meer druk, verandert de rationalisatiemachine in een personeelsverloopmachine, oftewel: je jaagt goede medewerkers weg en schaadt je eigen economisch succes.

OECDOECD Employment Outlook 2025. OECD, juli 2025. https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2025/07/oecd-employment-outlook-2025_5345f034/194a947b-en.pdf
Humlum & VestergaardAnders Humlum, Emilie Vestergaard, Large Language Models, Small Labor Market Effects. Becker Friedman Institute Working Paper No. 2025-56, University of Chicago, mei 2025 (bijgewerkt 22 september 2025). https://ssrn.com/abstract=5219933
Gimbel et al.Martha Gimbel et al., Evaluating the Impact of AI on the Labor Market: Current State of Affairs. The Budget Lab at Yale / Brookings Metro, 1 oktober 2025. https://budgetlab.yale.edu/research/evaluating-impact-ai-labor-market-current-state-affairs
Brynjolfsson et al. (2025a)Erik Brynjolfsson et al., Canaries in the Coal Mine? Six Facts about the Recent Employment Effects of Artificial Intelligence. Stanford Digital Economy Lab, 13 november 2025. https://digitaleconomy.stanford.edu/publication/canaries-in-the-coal-mine-six-facts-about-the-recent-employment-effects-of-artificial-intelligence
Atkinson & YamcoTyler Atkinson, Shane Yamco, Young Workers’ Employment Drops in Occupations with High AI Exposure. Federal Reserve Bank of Dallas, 6 januari 2026. https://www.dallasfed.org/research/economics/2026/0106
Brynjolfsson et al. (2025b)Erik Brynjolfsson et al., Generative AI at Work. Quarterly Journal of Economics, 140(2), 2025, p. 889–942. https://doi.org/10.1093/qje/qjae044
Jarke & BüchnerJuliane Jarke, Stefanie Büchner, Who Cares about Data? Data Care Arrangements in Everyday Organisational Practice. Information, Communication & Society, online gepubliceerd 28 februari 2024. https://doi.org/10.1080/1369118X.2024.2320917
Dell’Acqua et al.Fabrizio Dell’Acqua et al., Navigating the Jagged Technological Frontier: Field Experimental Evidence of the Effects of Artificial Intelligence on Knowledge Worker Productivity and Quality. Organization Science, 2025. https://pubsonline.informs.org/doi/10.1287/orsc.2025.21838
Microsoft2025 Work Trend Index Annual Report: The Year the Frontier Firm Is Born. Microsoft, 2025. https://blogs.microsoft.com/blog/2025/04/23/the-2025-annual-work-trend-index-the-frontier-firm-is-born
Weber et al.Michael Weber et al., Organizational Capabilities for AI Implementation: Coping with Inscrutability and Data Dependency in AI. Information Systems Frontiers, 25, 2023, p. 1549–1569. https://link.springer.com/article/10.1007/s10796-022-10297-y
ChallapallyAditya Challapally, The GenAI Divide: State of AI in Business 2025. MIT Project NANDA, juli 2025. https://mlq.ai/media/quarterly_decks/v0.1_State_of_AI_in_Business_2025_Report.pdf
DavidPaul A. David, The Dynamo and the Computer: An Historical Perspective on the Modern Productivity Paradox. American Economic Review, 80(2), 1990, p. 355–361. https://www.jstor.org/stable/2006600
Brynjolfsson et al. (2021)Erik Brynjolfsson et al., The Productivity J-Curve: How Intangibles Complement General Purpose Technologies. American Economic Journal: Macroeconomics, 13(1), 2021, p. 333–372. https://doi.org/10.1257/mac.20180386
Becker et al.Joel Becker et al., We Are Changing Our Developer Productivity Experiment Design. METR, 24 februari 2026. https://metr.org/blog/2026-02-24-uplift-update
METR-studieMeasuring the Impact of AI on Experienced Open-Source Developer Productivity (arXiv:2507.09089). https://arxiv.org/pdf/2507.09089

(Hartmut Gieselmann en Noud van Kruysbergen)

Inspiratie in je mailbox

Blijf bij op IT-gebied en verbreed je expertise. Ontvang elke week artikelen over de laatste tech-ontwikkelingen, toepassingen, nieuwe hard- en software én ontvang tips en aanbiedingen.

Loginmenu afsluiten