Zoekmachines zijn ook in het tijdperk van ChatGPT onmisbaar. Zonder hen zouden AI-chatbots namelijk blind en dom zijn. Maar ook bij de zoekmachines is de markt in handen van enkele grote spelers. We geven een overzicht.
Waarom zoekmachines onmisbaar blijven
Welke betekenis had Miles Davis voor jazz en voor muziek in het algemeen? ChatGPT, Perplexity en andere AI-vraagbaken spuwen binnen enkele seconden een kant-en-klare catalogus met antwoorden op veeleisende vraagen als deze uit. Waarom zou je je dan nog druk maken om zoekmachines die alleen maar lijsten met links opleveren, die je zelf moet opvragen en doorwerken?
De reden is simpel: omdat ChatGPT en consorten zelf afhankelijk zijn van de kennis en actuele informatie die toegankelijk is via die zoekmachines. Vaak kunnen ze alleen zinvolle, juiste antwoorden geven als ze een zoekmachine raadplegen.
Als je echter beter kijkt, wordt het duidelijk dat twee Amerikaanse bedrijven bijna exclusief de kijk op het internet vormgeven – zowel voor chatbots als voor alle anderen.
In dit artikel kijken we naar het wereldwijde zoekmachinelandschap. We leggen uit waarom chatbots pas tot hun recht komen als ze toegang hebben tot een zoekmachine en geven een overzicht van de diensten die wereldwijd beschikbaar zijn. In het bijzonder kijken we gedetailleerd naar de afhankelijkheid van veel aanbieders van een paar wereldwijde spelers.
Een aantal zogenaamde zoekmachines doorzoeken het web niet eens zelf, maar zijn in plaats daarvan afhankelijk van enkele andere diensten.
Taalmodellen: beperkt, gesloten, verouderd
Zoekmachines zijn een onmisbare aanvulling op ChatGPT en concurrenten. Ze leveren de actuele feiten die chatbots vaak missen.
Het is moeilijk om te bepalen of de uitspraken van een chatbot kloppen en hoe die daartoe is gekomen. Dat komt omdat taalmodellen gesloten systemen zijn. Hun kennis zit impliciet verborgen in hun miljarden parameters en is georganiseerd in talloze contexten. Het is daarom onmogelijk om te achterhalen op basis van welke input ze een bepaalde uitspraak doen. Bovendien is hun kennisbank niet up-to-date, maar vaak enkele maanden oud.
Pas als chatbots de mogelijkheid krijgen om op internet te zoeken, hebben ze toegang tot het laatste nieuws. Ze zullen dan ook minder snel feiten verzinnen – wat nog belangrijker is. Gebruikers kunnen uitspraken op basis van online bronnen ook verifiëren door de relevante links te openen. Zonder toegang tot een traditionele zoekmachine zijn taalmodellen dus veel minder nuttig.
Ongezonde concentratie
Googles Gemini vertrouwt op zijn in-house zoekmachine, die Claude van Anthropic ook gebruikt. Microsofts chatbot en ChatGPT laten Bing het onderzoek doen. Perplexity vertrouwt op Bing en Google plus zijn eigen index.
Het is geen toeval dat de grote taalmodellen die twee diensten bijna zonder uitzondering gebruiken, dat komt door hun belang in deze markt. Google domineert de wereldwijde zoekmachinemarkt met een aandeel van ongeveer 90 procent, gevolgd door Bing met ongeveer 4,5 procent.
Zelfs als het gaat om klassieke zoekopdrachten op het web zonder chatbots, gebruikt de overgrote meerderheid van zakelijke en particuliere gebruikers Google en Bing. Er zijn echter zeker alternatieven, ook al wordt de vermeende diversiteit bij nader inzien gereduceerd tot slechts een paar volwaardige alternatieven.

Een aanbieder van een volwaardige zoekmachine ontwikkelt en beheert alle drie de kerncomponenten zelf: een crawler die systematisch het web afzoekt en pagina’s downloadt, een index die deze inhoud opslaat in een doorzoekbare gegevensstructuur en een rangschikkingsalgoritme dat de resultaten sorteert op basis van relevantie.
Het kost veel rekenkracht en mankracht om die technologie te onderhouden. Daarom zijn er wereldwijd maar heel weinig diensten die volledig aan deze criteria voldoen. Daaronder vallen Google, Bing, Yandex, Baidu, Naver, Brave Search, Seznam en Mojeek.
Van die acht aanbieders zijn er vier zo sterk gericht op hun thuisland dat ze elders niet zinvol gebruikt kunnen worden: Baidu, Naver, Seznam en Yandex. Naver domineert bijvoorbeeld Zuid-Korea met een marktaandeel van 55 tot 60 procent en Seznam is de nummer één in Tsjechië.
Het is echter juist die regionale kracht die hen irrelevant maakt voor gebruikers uit andere landen. Hun crawling is gericht op Koreaanse en Tsjechische content, hun rangschikkingsalgoritmen zijn getraind voor die taalgebieden en hun gebruikersinterfaces vereisen overeenkomstige taalvaardigheden.
Hetzelfde geldt voor Yandex en Baidu. Yandex beantwoordt ongeveer driekwart van alle zoekopdrachten in Rusland, Baidu meer dan 60 procent in China. Hun nut voor Europeanen is waarschijnlijk bijna nul. Beide diensten zijn geoptimaliseerd voor hun respectievelijke taal- en cultuurgebieden en hun dekking van West-Europese inhoud is fragmentarisch.
Er zijn ook ernstige bezwaren tegen het gebruik: Yandex staat sinds juli 2024 onder pro-Kremlin controle, terwijl Baidu onderworpen is aan Chinese censuur.
Daardoor blijven als wereldwijde alternatieven voor Google en Bing die hun eigen index onderhouden alleen Brave en Mojeek over. Van die alternatieven komt Brave het dichtst in de buurt van de ‘grote spelers’.
Volgens de exploitanten heeft hun index meer dan 30 miljard websites. Ter vergelijking: Google en Microsoft maken de omvang van hun indexen niet bekend, maar er wordt geschat dat ze respectievelijk honderden en tientallen miljarden pagina’s hebben.
Mojeek, met zijn index van negen miljard pagina’s, is daarmee vergeleken een kleine speler, maar heeft nog een uniek verkoopargument. Mojeek is namelijk de enige echte zoekmachine afkomstig van deze kant van de Atlantische Oceaan, uit het Verenigd Koninkrijk.
Brave Search is, net als Google en Bing, gevestigd in de VS. Brave Search en Mojeek spelen echter geen rol in de strijd om gebruikers. De marktanalisten van Statcounter vermelden ze niet eens apart in hun statistieken. Ze worden vermeld onder ‘Overige’.

Veel afhankelijkheden
Veel andere zoekmachines, waaronder bekende diensten die als alternatief worden bestempeld, zijn afhankelijk van Google en Bing. Ze krijgen alle of het grootste deel van hun zoekresultaten van de twee marktleiders. In 2023 werd Brave toegevoegd als derde leverancier van zoekresultaten.
De invloed van elk van die drie bronnen verschilt per aanbieder. Het Nederlandse Startpage licenseert bijvoorbeeld de resultaten van Google en geeft ze door zonder gepersonaliseerde advertenties of gebruikersprofielen. De zoekresultaten zijn vrijwel identiek aan die van Google – Startpage is dus in wezen een gegevensbeschermingslaag bovenop de infrastructuur van derden.
Anderen combineren de resultaten van de grote zoekdiensten met bevindingen uit andere bronnen. DuckDuckGo vult Bing-treffers bijvoorbeeld aan met gegevens uit meer dan 400 andere bronnen, zoals Wikipedia en Wolfram Alpha.
Metazoekmachines beheren geen eigen index, maar bevragen tegelijkertijd verschillende externe zoekmachines, voegen de resultaten samen en verwijderen duplicaten. Dat betekent dat ze diversiteit en gegevensbescherming bieden, maar uiteindelijk slechts zo goed zijn als de som van hun bronnen – en die leiden bijna altijd terug naar Google en Bing.
SearXNG is bijvoorbeeld een opensource metasearch-engine met maximaal 246 configureerbare bronnen.
Hybride diensten combineren kleine, eigen crawlers met externe bronnen. Daaronder vallen Ecosia, Kagi, Qwant, Perplexity en Swisscows. Kagi onderhoudt bijvoorbeeld twee kleine eigen indexen, maar verkrijgt het merendeel van de resultaten van ‘alle grote aanbieders wereldwijd’.
Swisscows heeft een eigen semantische index voor Duitstalige landen, maar haalt ook resultaten van Bing. Zelfs Perplexity, dat beweert een index met honderden miljarden pagina’s te onderhouden, gebruikt voornamelijk Google- en Bing-resultaten voor realtime antwoorden.
De hybride benaderingen laten de ambities van de aanbieders zien om los te komen van de afhankelijkheid van de grote spelers. Kagi en andere aanbieders hebben hun doel echter niet bereikt. Andreas Wiebe, de exploitant van Swisscows, betwijfelde in een interview met ons of een klein bedrijf dat doel überhaupt zou kunnen bereiken. De financiële en personele middelen die nodig zijn om een wereldwijde index te onderhouden zijn te groot.
Europese onafhankelijkheid?
Bijna alle zoekmachines zijn daarom afhankelijk van de drie leveranciers Google, Bing en Brave. Niet elke afnemer is blij met die situatie. Het Franse Qwant en het Duitse Ecosia willen in de toekomst onafhankelijker worden van hun leveranciers. Daartoe hebben ze eind 2024 hun krachten gebundeld en een joint-venture opgericht met de naam European Search Perspective (EUSP), waarmee ze hun eigen index bouwen en exploiteren.
Sinds augustus 2025 genereert Ecosia een deel van zijn zoekresultaten via de EUSP-index. Ecosia heeft in het midden gelaten hoe groot dat aandeel is en welke bijdrage de indexen van zijn partners Microsoft en Google leveren.
Ecosia en Qwant willen hun index ook toegankelijk maken voor derden. Die index heet Staan en is niet alleen bedoeld voor Ecosia en Qwant, maar ook voor andere bedrijven als gunstiger alternatief voor Google en Bing (Search Trusted API Access Network). Staan is momenteel alleen beschikbaar voor Franse resultaten.
Naast het nog relatief nieuwe Staan loopt sinds september 2022 het door de EU gefinancierde project OpenWebSearch.eu. 14 Europese onderzoeksinstellingen ontwikkelen de Open Web Index (OWI) onder coördinatie van de Open Search Foundation. Onder die instellingen bevinden zich het Zwitserse CERN en het Leibniz Supercomputing Centre, en de Nederlandse NLnet Foundation en Radboud Universiteit.
In tegenstelling tot Staan ziet OWI zichzelf niet als een kant-en-klare zoekmachine, maar als een open basisinfrastructuur voor gespecialiseerde toepassingen zoals verticale zoekmachines, AI-tools, factchecking-tools en webanalyses.
In juni 2025 werd de OWI opengesteld voor academische, commerciële en onafhankelijke teams onder een algemene onderzoekslicentie. Je kunt een indruk krijgen van het project op openwebindex.eu.
De Open Search Foundation heeft echter een onzekere toekomst. De stichting wordt bekostigd vanuit twee gefinancierde onderzoeksprojecten. Een daarvan liep af in februari 2026 en ook het andere loopt binnenkort af. De stichting is er nog niet in geslaagd om een stabiele vervolgfinanciering te vinden. Op haar website doet ze een oproep voor donaties.
Probeer alternatieven!
Tegen de achtergrond van digitale soevereiniteit is de situatie alarmerend. Als het gaat om zoeken op het web, is bijna alles afhankelijk van Amerikaanse diensten. Zoekdiensten aan deze kant van de Atlantische Oceaan zijn te klein om echt concurrerend te zijn (Mojeek) of zijn nog niet meer dan een bouwput.
Vanuit het oogpunt van de gebruiker is het echter de moeite waard om het web door een andere lens te bekijken dan die van de marktleiders. We hebben eerder al aandacht besteed aan Mojeek, de enige ‘echte’ zoekmachine uit Europa en Kagi, dat tegen betaling beschikbaar is en veel aanpassingsmogelijkheden biedt [1].
In een ander artikel bekijken we nog meer alternatieven in detail: Brave Search met zijn API, die iedereen kan gebruiken om zijn eigen zoekmachine-experimenten te starten, Swisscows, dat is ingebed in een pakket voor gegevensbescherming, en het SearXNG project met zijn zeer configureerbare meta-zoekmachine, die je ook zelf kunt hosten.
Jo Bager en Marco den Teuling
Literatuur
[1] Jo Bager en Alieke van Sommeren, Zoek-alternatieven: Mojeek en Kagi vergeleken, c’t 6/2026, p.92
Praat mee