Intels decacore-cpu Core i7-6950X

Redactie
0

ct1309Corei7Niet alleen in servers, maar ook in high-end-pc’s kun je nu een decacore gebruiken. Met deze dure processor kan software die veel kernen gebruikt behoorlijk sneller werken.

Intel vraagt meer dan 1700 euro voor de nieuwe Core i7-6950X, maar dan gaan onder het metalen plaatje wel tien kernen schuil die met 3,5 GHz kunnen draaien. Multi-threading-software kan hierdoor aardig snel werken. De Core i7-6950X hoort tot de nieuwe Broadwell E-serie die de Haswell E uit 2014 opvolgt. Al deze processors passen op LGA2011v3-moederborden waarvoor tot dusver alleen chips bestonden met zes of acht kernen.

Tien kernen hebben alleen zin als je vaak met programma’s werkt die ook alle kernen gebruiken. Typische voorbeelden zijn CAD-software, 3D-renderers en videobewerking. We hebben bekeken welke meerwaarde het nieuwe vlaggenschip levert en leggen uit voor wie het uitgebreidere LGA2011v3-platform de moeite waard is. Voor de meeste gebruikers van een desktop-pc zal Intels duidelijk goedkopere cpu-middenklasse voor LGA1151-moederborden namelijk al genoeg rekenkracht en flexibiliteit bieden.

Server-afstammeling

Boards met LGA1151-socket zijn er al vanaf vijftig euro en voor hetzelfde geld koop je een Celeron G3900. Dat is voor kantoortoepassingen prima. Maar met dezelfde socket kun je ook kiezen voor de quadcore Core i7-6700K (350 euro), een overclocker-board voor 200 euro en twee grafische kaarten ter waarde van 500 euro. Heb je echter meer dan twee grafische kaarten of een Tesla-accelerator nodig of wil je daarnaast nog een snelle RAID-hostadapter en gebruik je goed geoptimaliseerde multi-threading-software, dan houdt het met LGA1151 wel een beetje op.

In dat geval adviseert Intel het High-End-Desktop-(HEDT-)platform LGA2011v3. Dit platform is nauw verwant aan Intels huidige techniek voor servers en workstations en dat komt goed uit. De Core i7-6950X bevat in principe het binnenwerk van de Xeon-series E5-2600v4 en E5-1600v4. In het kader verderop leggen we de verschillen tussen beide LGA2011v3-platforms voor desktops en servers uit. Xeon-systemen hebben voornamelijk nog meer cpu-kernen en meer werkgeheugen dat met ECC bescherming biedt tegen de meest voorkomende bitfouten.

Een LGA1151-cpu koppelt direct 16 PCIe-3.0-lanes en kan ze opdelen in 2 × 8 lanes voor twee snelle PCIe-kaarten. Een LGA2011v3-processor heeft daarentegen 28 of 40 lanes. Dat is genoeg voor drie PCIe-x16-kaarten plus twee snelle PCIe-NVMe-ssd’s. Om veel PCIe-apparaten en cpu-kernen snel genoeg data te kunnen laten benaderen, beschikken LGA2011v3-cpu’s over een geheugencontroller met vier DRAM-kanalen. Met DDR4-2133 is in totaal 68 GB/s aan snelheid mogelijk, met DDR4-2400 bijna 77 GB/s. Dat is ook nodig, omdat alleen al de 40 PCIe 3.0-lanes maximaal 40 GB/s nodig hebben.

Op elk DDR4-geheugenkanaal kun je een of twee geheugenmodules gebruiken. Op moederborden met acht DIMM-slots is 128 GB werkgeheugen mogelijk – maar dan moet je rekening houden met een prijskaartje van zo’n 600 euro.

De Broadwell E is officieel ook voor DDR4-2400 gemaakt; bij de Haswell E hield het op bij DDR4-2133. De moederbordfabrikanten beloven zoals altijd hogere frequenties. Omdat de enorme L3-caches van de LGA2011v3-cpu’s veel RAM-benaderingen afvangen, heb je met vermeend Super-RAM maar in weinig programma’s echt voordeel. Wil je meer dan vier modules inbouwen – meer dan dan een per kanaal – dan kun je beter de standaardfrequenties aanhouden. Anders zullen er vaker problemen voorkomen.

Onboard graphics vind je bij LGA2011v3 niet. Je moet dus echt een grafische kaart gebruiken. Daarmee ben je wederom meer geld kwijt en wordt ook het verbruik hoger. Wat dat laatste betreft, ligt LGA2011v3 dus duidelijk boven LGA1151. Met andere woorden: als je liever een stil en zuinig systeem wilt, ben je met LGA1151 beter af.

Intel levert LGA2011v3-cpu’s zonder koeler. Daarvoor moet je dus ook nog extra betalen. Kies dan wel een krachtige koeler: de 140 watt Thermal Design Power (TDP) moet onder volledige belasting sterk worden gekoeld en als je gaat overklokken wordt de energiebehoefte nog eens duidelijk groter.

LGA2011v3-moederborden zijn al ongeveer anderhalf jaar verkrijgbaar. Exemplaren voor desktop-pc’s beginnen vanaf tweehonderd euro en gebruiken chipset X99. PCIe-lanes van de tweede generatie (PCIe 2.0) die hieraan gekoppeld zijn, werken maar half zo snel als bij LGA1151-boards met Z170 en dergelijke. Voor de reeds genoemde PCIe-SSD’s houdt dat in dat je ze – indien mogelijk – op connectors aansluit die met PCIe 3.0-lanes direct met de processor zijn verbonden.

Alle fabrikanten van X99-boards hebben al BIOS-updates uitgebracht die je voor de nieuwe Broadwell E-typen nodig hebt. Ook dan dreigt het gebruikelijke kip-ei-probleem als je een ouder moederbord koopt: een BIOS-update is soms alleen met een Haswell E mogelijk.

De moederbordfabrikanten brengen echter naar aanleiding van Broadwell E ook nieuwe X99-moederborden uit – zoals Asus de X99-A II. Deze moederborden hebben als nieuwe feature nu bijvoorbeeld ook een USB 3.1-controller.

cpu-serie

 

 

 

 

 

desktoppc

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tien kernen in de test

Qua rekenkracht is er geen twijfel: de Core i7-6950X bereikt met multi-threading-software bij een vergelijkende test tussen x86-pc-cpu’s de koppositie – en een overduidelijke wel te verstaan. Uitgaande van een basisfrequentie van 3 GHz neemt de theoretische floatingpoint-performance met 25 procent toe ten opzichte van de i7-5960X – van 384 naar 480 Gflops. Door de duidelijk hogere klokfrequentie haalt de Core i7-6700K ondanks slechts vier kernen nog steeds 256 Gflops. Met zeer geoptimaliseerde Linpack- code halen zowel de Broadwell E als Haswell E zo’n 80 procent van hun theoretische performance – de nieuwe iets meer, de oude wat minder.

Door de resultaten van de Cinebench R15 komen bij Broadwell E ten opzichte van Haswell E verbeteringen aan het licht. De voorsprong van de nieuwkomer bedraagt hier namelijk een goede 36 procent – hoger dus dan dat er met een vergelijking tussen de theoretische performance te verwachten is. Vermoedelijk bleven de zuinige Broadwell-kernen langer in hoge turbostanden werken. De decacore is in Cinebench twee keer zo snel als de Core i7-6700K.

We hadden ook graag de octacore Core i7-6900K met zijn vrijwel evendure voorganger Core i7- 5960X vergeleken. Helaas kon Intel daarvan geen exemplaar bezorgen. Vervolgens hebben we de Core i7-6950X bij wijze van test om die reden in het BIOS beperkt tot acht kernen en dezelfde klokfrequenties als die van de i7-6900K ingesteld (3,2/3,7 GHz). Daarmee werkte de Broadwell-chip 6 procent hoger dan de Haswell en was die in de Cinebench R15 zo’n 11 procent sneller.

Door de onbeperkte multiplicators kun je de Core i7-cpu’s voor LGA2011v3-boards makkelijk overklokken. Intel bereidt de processor afhankelijk van het type en het aantal belaste kernen echter voor op bepaalde standaard-turbowaarden. Het BIOS moet de juiste waarden aangeven. Desondanks kiezen sommige moederbordfabrikanten voor hogere waarden, waardoor de rekenkracht en het verbruik per moederbord en BIOS-versie kunnen verschillen. Zo was de Core i7-6950X in de Linpack op de Asrock Extreme4 duidelijk zuiniger dan op de Asus X99-A (183 in plaats van 210 watt), maar had die ook 15 procent minder performance (329 in plaats van 389 Gflops).

Nieuwe X99-moederborden voor de Core i7-6950X (zoals de Asus X99-A II) hebben onder meer USB 3.1.

De Core i7-6950X verbruikt nagenoeg evenveel als zijn voorganger. Maar dankzij de hogere performance had de cpu wel meer ‘pit per watt’ dan de i7-5960X – en ook meer dan de i7-6700K. Idle is de processor niet zuiniger geworden; het grootste deel van de energiebehoefte gaat echter op aan andere onderdelen als de chipset, grafische kaart, onboard chips en aan conversieverlies.

Super-turbo

Een minpuntje van de Core i7-6950X is de relatief lage klokfrequentie. Met de turbo erop wordt maximaal ‘slechts’ 3,5 GHz gehaald terwijl de veel goedkopere Core i7-6700K het tot 4,2 GHz redt. Single-thread-software loopt daarmee sneller, hetgeen ook uit de ‘Single’-waarde van de Cinebench blijkt: de Core i7-6700K ligt met 182 punten aan kop.

Om dit nadeel een beetje te compenseren heeft Intel ‘Turbo Boost Max Technology 3.0′ bedacht. Momenteel werkt dat alleen onder Windows. In het Apparaatbeheer verschijnt daarbij een virtueel apparaat met ACPI-id INT3510. Hiervoor installeer je een driver en een ietwat warrig programma, waarmee je onder de geïnstalleerde programma’s kunt kiezen welke door de super-turbo moeten worden versneld. Dat levert duidelijk (meetbaar) voordeel – bij de Single-waarde van de Cinebench R15 nog altijd 14 procent (165 in plaats van 145 punten). Desondanks blijft de Core i7-6950X duidelijk achter op de Core i7-6700K.

Conclusie

De Core i7-6950X heeft simpelweg geen concurrentie. Hiermee maak je de snelste desktop-pc’s, tenzij je kiest voor een nog duurdere Xeon E5. Dat weet Intel ook, zodat de fabrikant de prijs bewust hierop aanpast.

De voorsprong ten opzichte van de octacore Core i7- 960X is met maximaal 36 procent duidelijk. De prijs die je daarvoor extra betaalt, ligt echter bijna 60 procent hoger. Echt nuttig is de Broadwell E daarbij alleen als je software gebruikt die meer dan vier cpu-kernen volledig aan het werk weet te zetten. Is dat niet zo, dan kun je beter voor de Core i7-6700 kiezen.     (mvdm)

Literatuur

[1] Benjamin Benz, Hart voor de zaak, Intels octacore Core i7 voor high-end-pc’s, c’t 12/2014,  p. 74

corei7

Xeon in plaats van Core i

Het BIOS van enkele X99-moederborden werkt ook samen met Xeons van de series E5-1600v3/v4, E5-2600v3/v4 en E5-4600v3/v4. Deze Xeons zijn bedoeld voor workstations en servers met een, twee of vier LGA2011v3-sockets. De Xeon-serie E3-1200v5 lijkt wederom op de Core i5/i7-modellen voor LGA1151-moederborden.

Voor LGA2011v3-moederborden zijn er momenteel zowel Haswell- als Broadwell-cpu’s verkrijgbaar. Bij de Xeons staat v3 voor de Haswell-, v4 voor de Broadwell- en v5 voor de Skylake-generatie. Deze aanduiding lijkt in ieder geval eerlijker dan bij de Core i7- 950X alias Broadwell E, die er door zijn productnummer uitziet als een Skylake.

Chipset X99 is nauw verwant aan de C612 voor servers en workstations. Maar er zijn ook wat verschillen. Intel staat het gebruik van ECCRAM bijvoorbeeld alleen toe bij de combinatie Xeon plus server-chipset en dus alleen op C612-moederborden. Deze ondersteunen als enige ook Registered DIMMs (RDIMMs) en Load-Reduced- DIMMs (LRDIMMs), die de capaciteit kunnen uitbreiden tot 64 GB. Op nagenoeg alle X99-boards (met enkele uitzonderingen) zijn daarentegen alleen niet-gebufferde DIMMs (UDIMMs) te gebruiken die met DDR4-SDRAM maximaal 16 GB opslaan. X99-moederborden zijn echter veel goedkoper dan de meeste met C612.

Het voordeel van een Xeon E5 op een X99-moederbord is het grotere aantal cpu-kernen. Er zijn Xeons van de serie E5-2600 die maximaal 24 kernen hebben – maar die zijn wel duur. Sommige Xeons met evenveel kernen lijken op het eerste gezicht goedkoper dan een Core i7-6900, maar werken dan met een duidelijk lagere kloksnelheid. De goedkoopste 12-core E5-2650v4 kost meer dan 1000 dollar en haalt net 2,2 GHz (turbo 3,4 GHz) – net als de 10 kernen van de Xeon E5- 2630v4 (minder dan 700 dollar). Als je software gebruikt die sterker van veel kernen profiteert dan van hoge klokfrequenties, kan dat interessant klinken. Bovendien zijn enkele Xeons zuiniger onder belasting – de klokfrequentie van deze processors is echter ook weer lager.

Deel dit artikel

Lees ook

Het systeem achter Zigbee-netwerken

Met Zigbee kun je eenvoudig een draadloos netwerk configureren met lampen en sensoren. Als je weet hoe berichten van apparaat naar apparaat worden ver...

Bestanden terughalen: tips voor data recovery

Wil je verloren bestanden terughalen? Als je de juiste voorzorgsmaatregelen neemt en het hoofd koel houdt, heb je de meeste kans op succes.

Interessant voor jou

0 Praat mee

avatar
  Abonneer  
Laat het mij weten wanneer er