c’t 07/2026
Wat is er waar van IT-mythes?
Cover van
Cover voor OLED, micro-LED en LCD strijden om de toekomst: Display Week 2026

OLED, micro-LED en LCD strijden om de toekomst: Display Week 2026

OLED heeft het moeilijk, micro-LED droomt van een doorbraak en LCD verrast met een tweede leven: op Display Week 2026 is de displaybranche op zoek naar haar volgende grote hit.

Displaytechnologie zoekt de volgende doorbraak

Ondanks stagnerende omzetten investeert de displaybranche grote bedragen in nieuwe technologie. LCD-technologie blijft economisch gezien dominant, maar OLED ontwikkelt zich verder en micro-LED wordt gezien als de hoop voor de lange termijn.

Tegelijkertijd ontstaan er met lichtgevende kwantumdots en geprinte panels spannende kandidaten voor de volgende generatie beeldschermen. LCD-schermen in combinatie met heldere mini-LED’s in fijn regelbare achtergrondverlichting bereiken diepe zwartwaarden en hoge contrasten. Daarmee zetten ze vooral OLED’s economisch onder druk.

Nieuwe productiemethoden zoals fotolithografie en inktdruk moeten de productie en efficiëntie van organische beeldschermen verbeteren. Tegelijkertijd blijven fabrikanten zoeken naar duurzame blauwe OLED-materialen.

De hoop voor de toekomst ligt echter bij de micro-LED’s. Die minuscule lichtdiodes zijn nog niet eens een tiende zo groot als de dikte van een menselijke haar. Ze beloven een indrukwekkende helderheid, een lange levensduur en supersnelle reactietijden.

Display Week 2026

Tijdens de Display Week 2026 begin mei in Los Angeles toonden talrijke fabrikanten transparante displays, innovatieve microdisplays voor XR-brillen en de eerste toepassingen voor AI-datacenters.

Productie, massatransport en kosten blijven echter de grootste hindernissen voor de massamarkt.

De displaymarkt blijft stabiel

Display Week is een van de belangrijkste evenementen in de displaybranche. Fabrikanten uit Azië ontmoeten daar hightech-klanten van de Amerikaanse westkust. In vergelijking met vorig jaar in San Jose was het aantal bezoekers echter lager.

Volgens bronnen uit de branche zou Apple deze keer slechts zo’n 500 medewerkers hebben gestuurd, terwijl dat er vorig jaar nog zo’n 1000 waren. Mede daarom zal het evenement de komende jaren waarschijnlijk weer terugkeren naar San Jose, dat op slechts 15 minuten rijden van het Apple Park in Cupertino ligt.

De displaymarkt is de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid. Tijdens de pandemie kocht men massaal nieuwe tv’s, tablets en laptops, wat voor grote omzetten zorgde. Daarna volgde een flinke terugval in de vraag. Inmiddels heeft de markt zich grotendeels weer gestabiliseerd, hoewel veel segmenten stagneren of licht krimpen.

Een belangrijke uitzondering is de automobielsector: in moderne auto’s spelen displays een steeds grotere rol. Ze vervangen klassieke elektromechanische instrumenten. Qua omzet is de automobielsector inmiddels de op twee na grootste displaymarkt.

Daarbij kwam een typisch patroon van de Display Week naar voren: technieken als OLED of micro-LED krijgen veel aandacht, maar in de praktijk domineert LCD nog steeds. In aantallen gerekend maakt 99 procent van alle verkochte displays nog steeds gebruik van LCD-technologie – vooral dankzij de voordelen op het gebied van kosten en levensduur.

LCD blijft marktleider

LCD’s domineren tv’s, laptops, tablets, displays in de auto-industrie en digital-signage. OLED ligt daarentegen duidelijk voorop bij smartphones en wint weliswaar ook aan belang in de IT-sector, maar dat gaat langzaam. Zo verloopt het OLED-offensief op de laptop- en tabletmarkt trager dan verwacht.

Samsung Display, de grootste aanjager van OLED’s voor IT en toonaangevende leverancier voor smartphones, zou volgens insiders uit de branche moeite hebben om OLED-panels voor IT-producten in de gehoopte aantallen te verkopen. Dat geldt vooral voor Samsungs nieuwe Gen-8.6-fabriek in Korea.

Vorig jaar ging al het gerucht dat de iPad Pro van Apple met OLED minder goed verkocht dan verwacht. Apple zal naar verwachting nog dit jaar een MacBook Pro met OLED-scherm introduceren, maar de verkoopprognose zal – gezien de ervaringen met de iPad – waarschijnlijk conservatiever uitvallen dan toen Samsung zijn nieuwe fabriek plande. Misschien is dat ook de reden waarom er momenteel opvallend veel goedkope Windows 11-laptops met OLED-schermen verkrijgbaar zijn.

Op tv-gebied hebben OLED’s zich daarentegen wel als premiumtechnologie gevestigd. LG zet daarbij in op de eigen WOLED-technologie (White OLED) en Samsung op QD-OLED (Quantum Dot-OLED).

De beeldkwaliteit van de QD-OLED’s wordt door veel analisten als de maatstaf gezien, maar vanuit economisch oogpunt blijft die technologie lastig – ze is te duur. LG en Samsung zijn momenteel niet van plan om hun productiecapaciteit voor grote OLED-schermen noemenswaardig uit te breiden. De OLED-tv blijft dus een technisch hoogstandje, maar een economische mislukking.

Mini-LED wint terrein bij tv’s

De echte winnaar op de tv-markt is momenteel de mini-LED-technologie. Dit zijn LCD’s met heel veel dimzones in de achtergrondverlichting (backlight), die diepe zwartwaarden mogelijk maken en daarmee dicht in de buurt komen van OLED’s. Bob O’Brien van Counterpoint Research vatte het dilemma treffend samen: als je voor OLED kiest, krijg je voor dezelfde prijs meestal ‘twee schermformaten kleiner’ dan als je voor een LCD met mini-LED-achtergrondverlichting zou betalen.

De productie van panels voor tv’s wordt inmiddels duidelijk gedomineerd door China: BOE en TCL CSOT zijn samen goed voor bijna de helft van de wereldwijde panelmarkt. De Chinese fabrikanten halen zo de Koreaanse displayspecialisten in, maar lopen technisch gezien nog een paar jaar achter op de Koreanen.

Wat tv-merken betreft blijft Samsung de grootste speler, maar qua aantal verkochte stuks is wordt Samsung bijna ingehaald door TCL. Aangezien TCL en de home-entertainmenttak van Sony in een joint-venture (TCL: 51 %, Sony: 49 %) onder de naam Bravia samen verdergaan, zal het bedrijf waarschijnlijk extra omzet genereren, maar waarschijnlijk niet veel meer apparaten verkopen.

Op de Display Week toonde TCL onder andere een gigantisch LCD-panel van 130 inch, oftewel een beelddiagonaal van 3,30 meter. Dergelijke formaten werden lange tijd als problematisch beschouwd, onder andere vanwege de moeilijke aansturing van de pixeltransistors (TFT’s).

Op de lange weg van de kolomdrivers aan de bovenrand van het scherm naar de onderste schermregel ontstaan grote verliezen. Meestal worden dergelijke grote schermen daarom in twee helften verdeeld en worden de TFT’s van boven en onder aangestuurd.

Bovendien worden polarisatiefolies niet in dergelijke afmetingen geproduceerd, waardoor je die ook aan elkaar moet plakken. Dat is echter een stuk ingewikkelder als je de overgang tussen de aan elkaar geplakte polarisatiefolies niet mag zien. Op navraag van onze kant legde TCL uit dat ze in het enorme LCD-scherm een polariserende coating gebruiken in plaats van een klassieke folie.

Oxide-TFT’s voor LCD’s

Een belangrijke trend is de overstap van amorf silicium naar oxide-TFT’s in LCD-backplanes. De betere transistors, bijvoorbeeld van indium-gallium-zinkoxide (IGZO), maken zeer lage beeldvernieuwingsfrequenties mogelijk, zoals je die anders alleen bereikt met de duurdere LTPO-techniek (Low-Temperature Polycrystalline Oxide) uit smartphones.

Omdat elke beeldvernieuwing energie kost, vernieuwt de controller onveranderlijke beeldinhoud zo min mogelijk. Daarnaast hebben sommige panelfabrikanten hun LCD-schermen nu opgedeeld in meerdere zones met verschillende verversingsfrequenties – tijdens de Display Week werden er zelfs tot twaalf zones getoond. Die innovatie verlaagt het energieverbruik van de LCD’s nog verder en verscherpt de concurrentie tussen LCD en OLED.

Dat geldt vooral voor laptops en tablets, waar LCD’s ook zonder dergelijke maatregelen al minder energie verbruiken dan OLED’s.

Het blauwe van de OLED

Technisch gezien blijft OLED zich ontwikkelen, maar de heilige graal – een efficiënt fosforescerend blauw – laat nog steeds op zich wachten. De fluorescerende OLED-emitters die tot nu toe voor blauw gebruikt werden, maken uitsluitend gebruik van de singlet-excitonen, waardoor alle tripletten en daarmee driekwart van de excitonen bij de lichtproductie verloren gaan.

De aanzienlijk efficiëntere emissievariant, fosforescentie, produceert bij dezelfde excitatie-energie vier keer zoveel lichtkwanta. Of anders gezegd: blauwe PHOLED’s hebben slechts een kwart van de elektrische energie nodig voor dezelfde hoeveelheid licht.

De Amerikaanse OLED-specialist Universal Display Corporation (UDC) had oorspronkelijk aangekondigd dat het nieuwe blauwe materiaal in 2024 marktrijp zou zijn. Inmiddels noemt het bedrijf echter geen datum meer.

Het probleem: kleur, efficiëntie en levensduur bij gelijktijdige thermische stabiliteit blijven een uitdaging – zeker bij massaproductie.

Toch is er op dat gebied vooruitgang geboekt. Zo ontving het Japanse bedrijf Idemitsu Kosan een Display Industry Award voor een nieuw blauw OLED-materiaal. Daarbij stapelt het bedrijf twee licht uitzendende lagen op elkaar: de eerste produceert direct blauwe fluorescentie, de tweede vangt de triplet-excitonen op en zet die via triplet-triplet-fusie om in extra licht. LG volgt een soortgelijk concept met zijn hybride tandem-OLED’s.

De start-up Exceit liet op de beurs een alternatieve aanpak zien om de efficiëntie te verhogen. In plaats van, zoals bij UDC, de fluorescerende tripletten om te zetten in licht uitstralende singulets, wil het bedrijf meerdere singulet-emissies tegelijk genereren.

Fotolithografie in plaats van metalen maskers

Een van de spannendste OLED-innovaties komt van Applied Materials. Het bedrijf ontwikkelt een proces genaamd MAX OLED om de gekleurde lichtgevende lagen in de OLED via fotolithografie te structureren. Het proces wordt onder andere gebruikt bij de productie van de transistor-backplanes in flatscreens.

Tot nu toe worden RGB-OLED’s geproduceerd met zogenaamde Fine Metal Masks (FMM). De grootte en resolutie van de metalen sjablonen zijn echter beperkt, omdat grote maskers doorhangen en er veel organisch materiaal aan de randen verloren gaat. Daarom gebruiken LG en Samsung voor hun grote OLED-tv’s doorlopende witte of blauwe lichtgevende lagen, die pas later via kleurenfilters of kwantumdots worden omgezet in gekleurde RGB-pixels.

Beide bedrijven presenteerden tijdens Display Week hun nieuwste QDOLED- en WOLED-schermen met een maximale helderheid tot wel 4500 cd/m2. Met de nieuwe technologie van Applied Materials kun je ook grote OLED-lagen nauwkeuriger structureren en het materiaalgebruik verbeteren. Dat verhoogt de lichtopbrengst en mogelijk ook de levensduur, omdat er minder stroom door het aangebrachte organische materiaal hoeft te stromen.

De techniek is geschikt voor zowel pixeldichtheden tot 2000 dots per inch (dpi) in kleine schermen, bijvoorbeeld voor brillen, als voor grote OLED-tv’s die uit substraatplaten ter grootte van een wandkast worden gesneden.

Visionox uit China produceert al de eerste wearables-schermen met die methode en wil daar ook de mobiele markt mee veroveren. Tijdens de Display Week toonde het bedrijf smartwatches, maar ook een tablet met een via fotolithografie geproduceerd OLED-panel.

Geprinte OLED’s

Het idee om OLED’s via een inkjetmethode (IJP) te printen bestaat al meer dan 20 jaar. Het grote voordeel zit hem in de materiaalefficiëntie. Bij klassieke FMM-processen wordt slechts 10 tot 15 procent van het aangebrachte OLED-materiaal gebruikt, de rest gaat tijdens de productie verloren. Bij inkjetprinten zou tot wel 85 procent bruikbaar zijn.

Omdat grote substraten bovendien makkelijker te hanteren zijn, moet ook de bouw van nieuwe productiefaciliteiten goedkoper worden. De marktonderzoekers van Omdia schatten dat IJP-panelen 30 tot 35 procent goedkoper kunnen zijn dan OLED’s die met andere methoden worden gemaakt.

De techniek had echter lange tijd moeite om het gevoelige organische materiaal in oplosmiddelen te binden voor het drukproces en de gedrukte laag na het aanbrengen gelijkmatig te drogen. CSOT, de paneldochter van TCL, had eerder samen met de Japanse OLED-specialist JOLED (die in 2023 faillissement aanvroeg) aan de printtechniek gewerkt. CSOT is van plan om al dit jaar monitoren met IJP-technologie in serie te produceren, maar in eerste instantie in kleine hoeveelheden. In China bouwt het bedrijf een grotere fabriek voor grotere aantallen, maar die zal pas eind 2027 of begin 2028 in bedrijf gaan. Tijdens de Display Week toonde TCL de eerste prototypes.

Zelflichtende kwantumdots

Mocht CSOT de IJP-technologie met succes in de massaproductie kunnen toepassen, dan wil de panelfabrikant die ook gebruiken voor een vrij nieuwe displaytechnologie: de zelflichtende kwantumdots, kortweg EL-QD, die elektrisch worden geactiveerd in plaats van met licht.

De nanodeeltjes geven licht af als er stroom doorheen gaat. Ze zouden daarmee efficiënter, eenvoudiger en goedkoper moeten zijn dan het tweetrapsproces van blauw licht plus de daaropvolgende kleurconversie met kwantumdots.

De prototypes die TCL, CSOT en ook Samsung tijdens de Display Week lieten zien, zagen er veelbelovend uit. Ook hier blijft blauw het knelpunt: EL-QD’s halen momenteel geen diepe blauwtinten met voldoende levensduur en efficiëntie. Daarom wilden TCL en Samsung zich niet vastleggen op een productiedatum.

Samsung publiceerde in april een onderzoeksrapport over dit onderwerp, waarin een “viervoudige verlenging van de levensduur bij 150 cd/m2” voor blauwe materialen wordt beschreven. Dat klinkt goed, maar commercieel bruikbaar is het nog niet, want volgens datzelfde artikel ligt de levensduur van blauw lichtgevende kwantumdots momenteel vaak nog onder de 1000 uur.

Micro-LED: een hoopvolle ontwikkeling

Veel mensen in de branche zien op de lange termijn eerder micro-LED’s als mogelijke opvolgers van LCD. De minuscule lichtdiodes zijn oogverblindend helder, super efficiënt, reageren razendsnel op veranderingen en ook de lange levensduur spreekt in hun voordeel.

De technologie kampt echter met drie grote problemen: de efficiëntie neemt af naarmate de LED’s groter worden, wat vooral bij rode diodes heel drastisch is. Dat komt vooral door defecten in de geëtste zijwanden van de leds. Door de zijwanden te passiveren met een oxidelaag is het mogelijk die defecten te verminderen, zo werd op de Display Week gezegd.

Terwijl de productiekosten bij LCD’s en OLED’s meegroeien met het oppervlak, stijgen ze bij micro-LED-tv’s met het aantal leds. Soms kosten kleinere micro-LED-schermen met dezelfde resolutie zelfs meer. Bovendien is de massatransfer van miljoenen minuscule leds van de wafer naar een groot substraat nog geen opgelost probleem, waardoor de productiekosten van echte micro-LED-tv’s momenteel erg hoog zijn.

Voor een 4K-tv moeten zo’n 24 miljoen diodes ter grootte van speldenprikken uiterst nauwkeurig op het schermoppervlak worden geplaatst. Omdat de kwaliteit van individuele leds sterk varieert, moeten de aangebrachte minuscule leds daarna worden getest en indien nodig gerepareerd. Op dit moment is er geen consensus in de branche over de beste aanpak.

Micro-LED

Micro-LED-schermen hebben echter drie voordelen ten opzichte van traditionele LCD-schermen. De eigenlijke diode beslaat slechts een klein deel van een pixel, wat bij gangbare schermtoepassingen zorgt voor een zeer hoog contrast: bij presentatieschermen beslaan de leds amper één procent van het pixeloppervlak, de rest van het oppervlak is zwart, en daardoor hebben de schermen een zeer hoog contrast.

Bovendien zijn door de geringe dekking zonder problemen transparante schermen mogelijk, als de leds op een transparant substraat zitten. Op de beurs viel een dubbelzijdig transparant scherm van Tianma op, dat er nog een schepje bovenop doet: het kan aan beide kanten verschillende inhoud weergeven. Daarvoor moeten de kleine leds echter heel nauwkeurig worden uitgelijnd, zodat ze het licht van de andere kant blokkeren. In de vrije ruimte tussen de leds kunnen bovendien sensors worden geïntegreerd, bijvoorbeeld voor camera’s die onder het scherm verborgen zitten (Under Display Camera, UDC), zoals die vaak in de auto-industrie worden gebruikt.

Micro-LED voor AI-servers

Aangezien micro-LED-schermen nog wel even op zich laten wachten voordat ze geschikt zijn voor de massamarkt, zoeken de fabrikanten naar nieuwe toepassingen. Een naar verluidt veelbelovende optie is chip-naar-chip-communicatie in high-performance-toepassingen, zoals bij AI-servers.

De fabrikanten beloven hogere overdrachtssnelheden en een lager energieverbruik dan bij elektrische verbindingen. Lasers zijn weliswaar sneller, maar ook groter, duurder en energieverslindender dan micro-LED’s. Maar misschien proberen de micro-LED-bedrijven gewoon te profiteren van de huidige hype rond Co-Packaged Optics (CPO) bij AI-chips, waarmee andere fabrikanten miljarden verdienen. De bedrijven richten zich op dergelijke toepassingsgebieden om de omzet en productontwikkeling met micro-LED’s te stimuleren.

Op de Display Week waren er echter ook wetenschappers aanwezig die dezelfde toepassing met OLED’s onderzoeken.

Kleine diodes voor kleine displays

Er zijn twee basisbenaderingen voor de productie van micro-LED’s: je fabriceert de LED’s op de traditionele manier, haalt ze uit elkaar en verdeelt ze over een oppervlak, of je gebruikt de complete siliciumchip met de daarop geplaatste diodes als substraat voor een microdisplay.

Het probleem: rode leds worden op een ander substraat gekweekt dan blauwe en groene. Een mogelijke oplossing is om net als bij QD-OLED, blauwe of UV-licht uitstralende leds te gebruiken en het licht vervolgens via kwantumdots of fosfors om te zetten in groen en rood licht.

Porotech uit Groot-Brittannië presenteerde al twee jaar geleden een andere aanpak: leds waarvan de kleuren via verschillende aansturing over het hele kleurenspectrum afgestemd kunnen worden. Het bedrijf werkt inmiddels samen met de Taiwanese bedrijven GIS en Foxconn/Hon Hai aan de commercialisering, maar was dit jaar niet vertegenwoordigd op de Display Week.

Het Amerikaanse bedrijf Q-Pixel Inc. volgt een vergelijkbare aanpak als Porotech. De Franse start-up Aledia uit Grenoble gebruikt in plaats daarvan nanodraden voor microdisplays: fotonen van de leds worden uitgezonden via minuscule draadjes op het chipoppervlak. Aledia stelt de kleur in door de lengte van de draadjes aan te passen. Het bedrijf kan nanodraden in series schakelen en zo hogere aandrijvingsspanningen, maar lagere stromen mogelijk maken om het energieverbruik te verlagen.

Omdat de displays met gestandaardiseerde chipproductieprocessen gemaakt worden, is het verlijmen ervan op de CMOS-backplane minder bewerkelijk dan bij hybride benaderingen. In de huidige opstartfase gebruikt Aledia uitsluitend blauwe nanodraden voor zijn Flexinova-displays en genereert het rood en groen door kleurconversie met kwantumdots.

De nanodraden zelf hebben een pitch van vijf micrometer, voor grotere pixels wil Aledia de draden bundelen. De productie in Grenoble loopt sinds september 2025.

XR is duur

Voor XR, oftewel een combinatie van augmented reality (AR) en virtual reality (VR), zien analisten een groot potentieel, vooral bij displays in slimme brillen. De markt is op dit moment echter nog vrij klein, zowel qua aantallen als qua schermoppervlak.

Meta, het moederbedrijf van Facebook, heeft de sector dringend opgeroepen om te streven naar een veel lagere prijs. Meta eiste 100 dollar per oog. Dat zou beter aansluiten bij het koopgedrag van miljarden mensen die elk jaar een bril op sterkte kopen, legde Jason Hartlove van Meta uit. De prijs van een gewone bril ligt rond de 250 dollar. Alleen al een audiofunctie voor AI-brillen zonder scherm kost vandaag de dag 650 dollar extra – dat maakt de verkoop enorm moeilijk.

Terwijl er in 2025 meer dan acht miljoen AI-brillen werden verkocht, hadden er maar 730.000 een scherm – amper 8,4 procent. Op de zakelijke conferentie van Display Week stelde Hartlove als doel: bij een prijs van 100 dollar en een markt van 100 miljoen stuks per jaar zou er een markt van 10 miljard dollar kunnen ontstaan.

Tegelijkertijd wees Hartlove op nog onopgeloste problemen op het gebied van meettechniek en displaykarakterisering. Hij riep bedrijven uit de sectoren golfgeleiders, displays en meettechniek op om binnen de AR-Alliance een internationale technologische roadmap voor augmented reality te ontwikkelen.

Hoewel er tijdens de Display Week scepsis klonk over dat doel, herinneren wij ons dat Samsung ooit voor verbazing zorgde met vergelijkbare ambitieuze doelen voor lcd-tv’s – en die uiteindelijk zelfs overtrof. Hartlove ging niet in op zorgen over privacy rond slimme AI-brillen.

Minidisplays

Op de beurs kon je indrukwekkende technische demonstraties bewonderen van minidisplays voor headsettoepassingen, waaronder een micro-LED-display van het Taiwanese bedrijf PlayNitride met een helderheid van 1000 cd/m2 en een pixeldichtheid van 5500 dpi (dots per inch), dat al in massaproductie wordt gemaakt.

Displayspecialist Achin Bhowmik, voormalig SID-voorzitter en nu CTO bij een fabrikant van hoortoestellen, voegde in zijn keynote toe: als je het streefgewicht van 50 tot 60 gram voor een displaybril voor de massamarkt wilt halen, mag je niet alles in het brilmontuur proppen.

Met hun zeer lage energieverbruik van 1 tot 2 milliwatt zijn moderne hoortoestellen veel logischer dan energieverslindende audiosystemen in het montuur. Zijn voorstel: audio in het hoortoestel, display in de bril, verwerking in de smartphone met cloudverbinding. Dat is dan wel niet de visie van Meta, maar klinkt wel als een verstandige aanpak.

Bob Raikes en Noud van Kruysbergen

Inspiratie in je mailbox

Blijf bij op IT-gebied en verbreed je expertise. Ontvang elke week artikelen over de laatste tech-ontwikkelingen, toepassingen, nieuwe hard- en software én ontvang tips en aanbiedingen.

Loginmenu afsluiten