Intel gaat met de Core Ultra 300 Panther Lake-processorserie uit 2026 de strijd aan met de groeiende concurrentie van ARM. We bekijken hoe vier laptops presteren op het gebied van prestaties en accuduur.
Intel brengt prestaties en efficiëntie samen
Aan het begin van het jaar onthulde Intel zijn laptopprocessors voor 2026 uit de Core Ultra 300-serie, die onder de codenaam Panther Lake ontwikkeld is.
Die serie combineert de voordelen die in de vorige generaties nog gescheiden waren: de 200V-serie alias Lunar Lake kenmerkte zich door een lange accuduur, terwijl de 200H-serie alias Arrow Lake vooral hoge prestaties leverde – eigenschappen die de ARM-processors van Apple en Qualcomm al lang weten te combineren.
Eind januari hebben we al de eerste laptop met een Panther Lake getest. Met maar liefst twee schermen was dat echter een buitenbeentje. We wilden graag exemplaren met een meer gangbare uitrusting testen, maar het duurde tot april voordat er een groter aantal laptops met Core Ultra 300 verkrijgbaar waren.
We vergelijken hier vier apparaten met een 14-inch scherm: de HP OmniBook X 14 zal rond de 1100 euro kosten (het 14”-model met Core Ultra X7 358H-cpu moet nog verschijnen), terwijl voor de Dell XPS 14, de Lenovo Yoga Slim 7i Ultra en de Samsung Galaxy Book6 Pro 14 prijzen tussen de 2800 en 3000 euro zitten.
Die prijzen zijn erg hoog, maar inmiddels helaas gebruikelijk voor gloednieuwe laptops in de hogere klasse: de door de AI-boom veroorzaakte geheugencrisis met absurde prijzen voor SSD’s en werkgeheugen zal waarschijnlijk nog lang aanhouden.
Bovendien is sinds het begin van de oorlog in Iran de wereldwijde logistiek duurder geworden. De fabrikanten berekenen dat door: toen we aan deze test begonnen, kostten de drie dure geteste laptops allemaal nog rond de 2500 euro. Het relatief goedkope HP-apparaat was in maart daarentegen nog voor 1000 euro aangekondigd.
Core Ultra X
In dat laatste model zit niet de krachtige variant van Panther Lake. Dergelijke modellen heten Core Ultra X7 of X9, hebben een H achter hun driecijferige modelnummer en vertegenwoordigen de volledige configuratie: vier P-kernen, acht E-kernen, vier LP-E-kernen en maar liefst twaalf Xe-kernen in de grafische eenheid.
Core Ultra 5 en 7 – zonder X voor deze cijfers en zonder H achter het driecijferige modelnummer – zijn daarentegen aanzienlijk afgeslankt: de acht E-kernen, die bij belasting op alle kernen veel prestaties leveren, zijn zonder vervanging geschrapt.
De grafische eenheid heeft op haar beurt slechts vier Xe-kernen en daarmee slechts een derde van de theoretische maximale prestaties. Intel durft dergelijke grafische eenheden daarom niet eens meer de merknaam Arc te geven, die je bij de 200-generatie nog overal tegenkwam – ze heten generiek Intel Graphics.
Er zijn geen tussenvormen tussen die twee sterk uiteenlopende uitersten: Intel stelt Panther Lake samen uit chiplets en combineert de grote GPU-chiplet alleen met de grote CPU-chiplet – of met twee kleine varianten voor de X- en H-loze processors.
Er is overigens ook nog een combinatie van veel CPU-kernen met weinig GPU-kernen, maar die zit niet in deze test. Die configuratie is bedoeld voor forse gaminglaptops, waarin veel krachtigere grafische GeForce-chips worden gekoppeld – niet iets wat je doorgaans aantreft bij slanke 14-inch-modellen, waar deze test over gaat.
Vanwege de afmetingen van de respectievelijke koelsystemen en de afstemming van de ventilatorcurves blijkt er in de testgroep echter toch een gelijkmatigere prestatieverdeling te zijn dan de pure specificaties van de CPU’s doen vermoeden. Zo haalt de HP OmniBook X 14 met Core Ultra 5 325 in de Multi Core-variant van Cinebench R24 een score van 560 punten. De Dell XPS 14 met de nominaal veel krachtigere Core Ultra X7 358H haalt echter ‘slechts’ 730 punten, terwijl de Samsung Galaxy Book6 Pro 14 met dezelfde processor 820 punten haalt.
En de Lenovo Yoga Slim 7i Ultra doorbreekt zelfs de grens van 1000 punten, hoewel zijn Core Ultra X9 388H volgens de specificaties in het beste geval slechts 300 MHz meer turbo heeft (5,1 tegenover 4,8 GHz) – wat bovendien alleen tot uiting komt bij belasting op één kern.
Marktpositie
Over één kern gesproken: de Core Ultra 5 325 in de HP-laptop haalt bij de singlecore-test van Cinebench 2024 nog geen 110 punten en blijft daarmee steken op het niveau van de twee jaar oude Core Ultra 100 (Meteor Lake). De andere CPU’s halen 120 tot 130 punten, wat geen enkele vooruitgang betekent ten opzichte van de 200-serie voorgangers.
De ARM-concurrentie is al lang voorbijgestreefd: zelfs de passief gekoelde Apple A18 Pro in het instapmodel MacBook Neo haalt 140 punten. Qualcomms Snapdragon X2 Elite zit boven de 150 punten. Apples M4 zat al boven de 170 punten en de huidige M5 doorbreekt de grens van 200 – een wereld van verschil.
Bij de multithreading-vergelijking verschuift het beeld enigszins, maar de algemene trend blijft hetzelfde: zelfs in de volledige configuratie met zestien CPU-kernen scoort de Core Ultra X9 388H 1000 punten bij Cinebench R24, wat nog steeds minder is dan wat de M5 van Apple met tien CPU-kernen of de Snapdragon X2 Elite X2E-80-100 van Qualcomm met twaalf CPU-kernen halen.
En terwijl bij Panther Lake met de X9 de top is bereikt, heeft Apple nog de achttien-core M5 Pro in zijn arsenaal, net als Qualcomm, die X2-varianten met eveneens achttien cores heeft. Beide zijn ook geschikt voor 14”-laptops, die zich in dezelfde prijsklasse tot 3000 euro bevinden als de hier geteste luxe-laptops met Intel-hardware, zoals de HP OmniBook Ultra X met een Snapdragon X2 Elite (X2E-90-100) CPU, die we in c’t 8-9/2026 op pagina 22 gereviewd hebben.
Dat er in de zojuist gemaakte vergelijking geen AMD-processors voorkomen, komt doordat AMD momenteel niets meer te bieden heeft dat aan de huidige maatstaven voldoet. Ryzen AI 300 (codenaam Strix Point) met zijn twaalf kernen kon het in 2024 nog goed opnemen tegen zowel Intel als Qualcomm, maar de processor kende geen krachtigere opvolger.
Bij Cinebench haalt het topmodel Ryzen AI 9 HX 370 ongeveer 115 singlethread-punten en iets meer dan 800 multithreading-punten. De krachtigere Strix Halo heeft als Ryzen AI Max+ 395 tot 16 kernen, maar kan daarmee alleen bij multithreading er een schepje bovenop doen.
De Ryzen AI 400-serie (Gorgon Point) uit 2026 is een weinig spectaculaire vernieuwing – oude wijn in nieuwe zakken. Erger nog: AMD heeft de specificaties actief naar beneden bijgesteld. Het massamodel Ryzen AI 7 445 klinkt wel geweldig – hé, het is een Ryzen 7! – maar onder de motorkap zit slechts een bescheiden aantal van zes cores.
Bij de 300-serie werd een vergelijkbaar model (Krackan Point) nog bij de Ryzen 5-serie ingedeeld – terwijl het model destijds ook nog eens een hogere kloksnelheid had.
GPU-prestaties
Op het gebied van grafische prestaties is er voor Intel in ieder geval goed nieuws te melden: de grote variant met twaalf Xe3-chips, die de naam Arc B390 draagt, is momenteel de snelste geïntegreerde grafische eenheid bij conventionele laptopprocessors. Alleen AMD’s speciale model Ryzen AI Max 300 (Strix Halo) en Apples M5 Pro/Max leveren nog hogere grafische prestaties.
Daar moeten we echter wel een kanttekening bij plaatsen: er zijn niet veel laptops met die krachtigere processors, maar er zitten ook 14-inch modellen bij (HP ZBook Ultra G1a, Apple MacBook Pro 14”) – en die kosten deels minder dan de hier geteste Panther Lake-laptops met hun prijzen tot 3000 euro.
De zwakkere geïntegreerde Intel Graphics, die in de Core Ultra 5 325 zit en slechts vier Xe3-chips heeft, kan daar niet tegenop. Die leveren een 3D-rekenkracht die ongeveer op het niveau ligt van de voorganger Arc 130V (Core Ultra 5 226V, Lunar Lake).
Des te onbegrijpelijker is het dat Intel geen laag Arc-modelnummer toekent, maar alleen de generieke benaming die tot nu toe aan veel zwakkere low-end-processors gegeven werd.
En omdat het vroeger nu eenmaal anders was, kun je kopers ook niet de vuistregel meegeven om bij gamingambities op de naam Arc te letten – het komt helaas toch weer aan op de specifieke details.
Accuduur
Alle hier geteste Panther Lake-laptops slagen erin om behoorlijke (3D-)prestaties te combineren met een lange accuduur. Dat gold tot nu toe al voor Apple MacBooks en Windows-laptops met een Core Ultra 200V (Lunar Lake) of Snapdragon-processors, maar niet voor andere Intel-systemen of laptops met AMD’s Ryzen AI(Max-) 300-chips.
In concrete cijfers: de laptops van Dell en Lenovo halen een accuduur van meer dan 30 uur bij lichte belasting en die van HP en Samsung zelfs meer dan 40 uur. We hebben die waarden gemeten bij een schermhelderheid van 100 cd/m² en overwegend donkere scherminhoud. Dat is het optimale scenario, dat laat zien of de fabrikanten hun huiswerk hebben gedaan wat betreft de implementatie van alle energiebesparingsmodi.
In het dagelijks gebruik zal de praktisch bruikbare gebruiksduur van de apparaten korter uitvallen – hoeveel korter precies, hangt sterk af van het individuele gebruikersgedrag. De in alle modellen ingebouwde OLED-schermen verbruiken onevenredig meer energie wanneer ze lichte scherminhoud weergeven – bijvoorbeeld websites of applicaties zonder donkere modus.
Ter indicatie: de 1080p-video Big Buck Bunny die we afspeelden bij onze metingen van de accuduur bij videoweergave, bevat voornamelijk lichte scènes, en de meting vindt plaats bij 200 cd/m², wat ook op zonnige dagen voldoende is.
In dat scenario haalden alle testmodellen ongeveer 20 uur. Zelfs als je het scherm nog feller zet of de processor af en toe flink laat draaien, zul je nog steeds een werkdag zonder oplader kunnen doorkomen.
Alle modellen beschikken over verlichte toetsenborden, maar de kleur (Lenovo) of de indeling (HP) is niet altijd optimaal – meer daarover in de afzonderlijke kaders. Bij Dell, HP en Lenovo kun je via een IR-webcam biometrisch inloggen met Windows Hello – Samsung maakt daarvoor gebruik van een vingerafdruklezer.

Scan Laptu300_01_Dell Toetsenbord invoegen
Dell heeft bij de nieuwe XPS 14 de gebruiksvriendelijkheid verbeterd: het toetsenbord heeft eindelijk weer fysieke F-toetsen en de zijkanten van het grote touchpad zijn dankzij extra ribbels goed voelbaar.
Alleen de drie dure laptops van Dell, Lenovo en Samsung hebben haptische touchpads. Op het moment van testen ondersteunde echter nog geen van die modellen de nieuwe haptische feedback van Windows 11.
Zoals sinds eind april 2026 wettelijk vereist is, kunnen alle modellen via USB-C worden opgeladen. En zoals te verwachten is, wordt bij geen van deze modellen meer een USB-C-voeding standaard meegeleverd – je zult zelf voor een geschikte voeding moeten zorgen.
Als je de laptops in de webwinkels van de fabrikanten koopt, dan wordt een geschikte USB-C-voeding als optionele accessoire aangeboden – soms voor een klein bedrag (Lenovo: 10 euro extra voor een exemplaar van 65 watt), soms tegen de officiële winkelprijs (Dell, Samsung: 50 of 60 euro). Fysieke winkels en online retailers bieden vaak ook geschikte netvoedingen van andere fabrikanten aan.
Conclusie
De Core Ultra 300-processorserie, ook wel Panther Lake genoemd, maakt een zeer lange accuduur mogelijk, zonder dat je in ruil daarvoor genoegen hoeft te nemen met verminderde rekenkracht, zoals bij de Core Ultra 200V (Lunar Lake) het geval was. Toch geldt ook in 2026 nog steeds dat x86-processors niet kunnen tippen aan de prestaties van de huidige ARM-processors.
Apple loopt met een ruime voorsprong voorop wat betreft singlethreading-prestaties. In de Windows-wereld ligt Qualcomm aan kop. En ook bij multithreading liggen de M5 en Snapdragon X2 Elite voor op het allersnelste Panther Lake-model, de Core Ultra X9 388H.
Laptops met die chip of de nauwelijks langzamere Core Ultra X7 358H zijn peperduur: de hier geteste modellen van Dell, Lenovo en Samsung kosten tussen de 2700 en 3000 euro – voor dat bedrag kun je al een goed uitgeruste MacBook Pro kopen.
In goedkopere laptops zoals de HP OmniBook X Ultra 14 voor 1050 euro zitten zwakkere Panther Lake-processors, die minder CPU- en GPU-kernen hebben, wat lagere prestaties betekent – maar geen concessies doen aan de accuduur.

Dell XPS 14 (DA14260)
Bij de XPS 14 is de naam op zich al bijzonder omdat Dell met het nieuwe 2026-naamgevingsschema alweer alles ongedaan maakt wat het bedrijf pas in 2025 veranderd had. Destijds werd het merk XPS stopgezet, om nu alweer uit de mottenballen gehaald te worden.
Dell heeft ook praktische aanpassingen gemaakt. Zo zijn er eindelijk weer fysieke F-toetsen, wat de bediening vergemakkelijkt voor iedereen die graag en vaak met toetsencombinaties werkt. Het haptische touchpad maakt deel uit van de glazen polssteun die over de hele breedte van het apparaat loopt. Nieuw bij het 2026-model zijn voelbare ribbels links en rechts van het actieve oppervlak.
De massieve, volledig metalen behuizing zorgt ervoor dat de laptop bijna 1,4 kilogram weegt – het zwaarste exemplaar van de geteste modellen. Qua kleur is de Dell alleen verkrijgbaar in ‘Graphite’, het donkergrijs van het testmodel.
Wat de aansluitingen betreft, moet je genoegen nemen met drie Thunderbolt 4-compatibele USB-C-poorten en een audiopoort.
Het testexemplaar was voorzien van een OLED-touchscreen met hoge resolutie (2800 × 1800 pixels), dat de beeldinhoud dynamisch aanpast met een verversingsfrequentie van 20 tot 120 Hertz. Als alternatief is er een 1920-panel, waarvan het verversingsfrequentiebereik al bij 1 hertz begint – dat biedt tot nu toe praktisch geen enkele andere laptop.
Het OLED-testmodel haalde 30 uur – wat niettemin slechts voldoende is voor de laatste plaats in de testgroep. Dat is deels te wijten aan het feit dat de toetsenbordverlichting in donkere omgevingen onvermijdelijk ingeschakeld wordt, zelfs als je die eerder handmatig uitgeschakeld hebt.
Op de website van Dell beginnen de prijzen bij 2100 euro voor een model met een Core Ultra 5 325, 16 GB RAM en een 512 GB SSD. Voor het testmodel met telkens twee keer zoveel opslagruimte, een OLED-touchscreen en een Core Ultra X7 vraagt Dell meer dan 2900 euro. Met 64 GB werkgeheugen en een 4TB-SSD staat er meer dan 4700 euro op het prijskaartje. En nog meer als je meer dan een jaar fabrieksgarantie wilt.
-
goede toetsenindeling
-
individueel configureerbaar
-
erg duur
-
eigenzinnige toetsenverlichting

HP OmniBook X 14 (ka0)
Hoewel de door ons geteste variant van de OmniBook X 14 nog in Nederland verkrijgbaar is, is er wel al een flip-variant te koop met bijna identieke hardware met prijzen die veruit het laagste zijn in deze test: in plaats van prijzen boven de 2700 euro verkoopt HP zijn eerste Panther Lake-laptops al voor rond de 1150 euro.
De hier geteste configuratie van de laptop met een Core Ultra 5 325, 16 GB werkgeheugen en een 512GB-SSD zou binnenkort verkrijgbaar moeten zijn. Een krachtigere Core Ultra X7/X9 met meer CPU-kernen en een aanzienlijk krachtigere geïntegreerde grafische kaart verkoopt HP alleen als 17”-modellen.
Wel kun je enkele 14”-productvarianten vinden in de vorm van de HP OmniBook Flip, waarbij je het scherm achterover kunt klappen en de laptop als tablet kunt gebruiken. De verschillen in de modellen zijn klein, maar als je specifieke wensen hebt moet je goed opletten waar de variaties in zitten.
Voor de relatief lage prijs hoef je bij de OmniBook X 14 niet af te zien van een behuizing van zilverkleurig aluminium en niet van een kleurrijk OLED-scherm. Toch haalt het OLED-scherm niet het niveau van de andere laptops. Het heeft geen touchscreen, de resolutie is lager, de verversingssnelheid bedraagt slechts 60 Hz en de maximale helderheid ligt onder de 300 cd/m². Een pluspunt is de extreem lange accuduur van maximaal 45 uur – de toppositie in deze test.
Als aansluitingen heeft HP twee Thunderbolt 4-compatibele USB-C-poorten ingebouwd, maar ook twee in het USB-A-formaat, een HDMI-uitgang en een analoge jackaansluiting. In plaats van een haptisch touchpad zoals bij de overige testlaptops heeft de OmniBook X 14 een traditioneel mechanisch clickpad – dat is duidelijk te wijten aan de gunstige prijs van het apparaat.
Op het typgevoel van het verlichte toetsenbord van de HP OmniBook valt niets aan te merken.
-
voordelig
-
extreem lange accuduur
-
lage helderheid scherm
-
mechanisch touchpad

Lenovo Yoga Slim 7i Ultra (14IPH11)
Lenovo verpakt de amper één kilogram lichte Yoga Slim 7i Ultra in een opvallende behuizing, die niet – zoals bij de meeste huidige laptops – een saaie, kleurloze tint heeft. Het testmodel had een kleur die officieel Seashell heet. Als alternatief is de laptop ook verkrijgbaar in een degelijk donkerblauw (Cosmic Blue).
De Yoga Slim 7i Ultra is te koop in drie verschillende uitvoeringen met een Panther Lake-processor. De snelste is de Core Ultra X9 388H, die in het testmodel zit.
Daarnaast kun je kiezen voor uitvoeringen met een Core Ultra 5 325 of Core Ultra 7 355, oftewel processors met minder CPU-kernen en een zwakkere geïntegreerde grafische eenheid. Die presteren aanzienlijk minder goed dan het testmodel met zijn hoge benchmarkresultaten.
De prijzen beginnen bij ongeveer 2500 euro, waarbij, in tegenstelling tot de rest van de geteste laptops, al 32 GB werkgeheugen ingebouwd is. Het testmodel met de meest uitgebreide configuratie en een SSD van 2 TB kost ongeveer 3300 euro – dat is exclusief een oplader die je er voor 10 euro bij kunt krijgen of een USB-C naar USB-A /HDMI/audio-dongle voor 20 euro extra.
De prijzen fluctueren sterk, we zagen de prijs van de laptop binnen enkele dagen flink omhoog gaan – wellicht veroorzaakt door de hoge prijzen van geheugen en opslag.
Omdat de toetsen dezelfde kleur hebben als de behuizing, zijn de letters nauwelijks nog te lezen wanneer de toetsenbordverlichting overdag automatisch aangaat – een typisch probleem bij lichte toetsenborden. Over het typgevoel valt niets te klagen.
Als de laptop warm is geworden, draait de ventilator weliswaar stil, maar wel continu.
Het zeer heldere OLED-scherm ondersteunt een verversingsfrequentie van 120 Hertz. In tegenstelling tot bij Dell en Samsung kan er echter geen gebruik worden gemaakt van de automatische Dynamic Refresh Rate (DRR) van Windows 11 – het scherm draait continu op 120 Hertz.
-
zeer licht
-
verkrijgbaar in twee kleuren
-
erg duur
-
analoge audio-uitgang alleen via extra adapter

Samsung Galaxy Book6 Pro 14
De Galaxy Book6 Pro 14 heeft de dunste behuizing van alle geteste modellen. Samsung benadrukt de slanke lijn met een lichte wigvorm en smalle zijkanten. Die zijn net hoog genoeg om aan de zijkanten een HDMI-aansluiting en een USB-A-aansluiting in hoekige vorm te plaatsen – en dat ook nog eens helemaal achteraan.
De vormgeving heeft invloed op het koelsysteem: al bij een korte belasting gaat de ventilator hoorbaar harder draaien. Bij langdurige belasting wordt hij wel niet overdreven luid, maar neemt de rekenkracht af: bij de benchmarkmetingen haalt de Samsung-laptop merkbaar lagere resultaten dan de laptops van Dell en Lenovo.
Ook bij het toetsenbord is de obsessie voor slankheid duidelijk merkbaar: de toetsen hebben een goed voelbare aanslag, maar een zeer geringe travel.
Het OLED-screen valt op door zijn hoge maximale helderheid van bijna 500 cd/m² en een verversingsfrequentie tot 120 hertz. Alle vier de hoeken van het scherm zijn afgerond, wat vooral bij oudere applicaties met smalle vensterbalken bovenaan leidt tot pictogrammen en vensterelementen die daardoor soms deels opvallend wegvallen.
In tegenstelling tot de overige modellen in de test zit er geen met Windows Hello compatibele webcam in de schermrand. Biometrisch inloggen gebeurt bij de Galaxy Book6 via de vingerafdruklezer in het toetsenbord.
De Galaxy Book6 14 kost minimaal rond de 1800 euro. Het testmodel is de Pro-variant met een Core Ultra X7 358H, 32 GB RAM en een SSD van 1 TB.
Op het moment van testen was het 14”-model echter alleen zonder touchscreen bij de Samsung-webshop verkrijgbaar, in webshops was hij verkrijgbaar voor 2400 euro. Samsung toont ook afbeeldingen van de laptop met een donkergrijze of een zilveren metalen behuizing, maar op dat moment was alleen de donkere variant te koop.
-
zeer slanke behuizing
-
extreem lange batterijduur
-
webcam ondersteunt Windows Hello niet
-
geringe toetstravel
Laptops met Core Ultra 300 – meetresultaten

Laptops met Core Ultra 300 – gegevens en testresultaten

Florian Müssig en Daniel Dupré
Praat mee