Project March brengt exoskeletten verder met 5G van Odido Business
In samenwerking met Odido Business
Drie keer per week stapte Daan van der Heyden bij de TU Delft in een exoskelet. Studenten van Project March keken ondertussen mee met de bewegingen en gegevens uit het systeem. Het team van 2025-2026 werkte toe naar een exoskelet waarmee Daan zonder krukken kon lopen en uiteindelijk zelfstandig een museum zou kunnen bezoeken. Bij het testen op verschillende locaties gebruikte Project March 5G-connectiviteit van Odido Business.
Ieder jaar een nieuw exoskelet
In Nederland leven naar schatting 10.000 tot 15.000 mensen met een dwarslaesie. Door beschadiging van het ruggenmerg kunnen zenuwsignalen minder goed of helemaal niet meer worden doorgegeven. Bij paraplegie zijn de benen en een deel van de romp verlamd.
Studenten van de TU Delft begonnen in 2015 met Project March. Ieder jaar neemt een nieuw team het project over en ontwikkelt een exoskelet waarmee mensen met een dwarslaesie kunnen staan en lopen. Het team van 2025-2026 bestond uit 27 studenten, verdeeld over management, operations, software, technical en mechanical. Hun werk kwam uiteindelijk samen in één exoskelet.

Zonder krukken naar een museum
Ieder Project March-team kiest een eigen doel voor het exoskelet. Volgens teammanager Linde de Haan wilde het team van 2025-2026 bereiken dat de gebruiker zonder krukken kon lopen en het exoskelet met minimale hulp kon aan- en uittrekken. Daarmee moest de gebruiker minder afhankelijk worden van anderen.

Samen met marketingcoördinator Layla Franssen had het team daar een concreet doel aan gekoppeld: zelfstandig een museum bezoeken. Juist daar worden beperkingen zichtbaar die voor andere bezoekers nauwelijks opvallen. Vanuit een rolstoel bekijk je een kunstwerk bijvoorbeeld niet op de hoogte waarop het is opgehangen. Volgens Linde gaat daarmee een deel van de gedeelde ervaring verloren die een museumbezoek juist bijzonder maakt.

Ook de toegang tot het museum kan een obstakel zijn. Een trap voor de ingang hoeft maar twee treden te hebben om iemand in een rolstoel tegen te houden. Door met het exoskelet te kunnen staan en lopen, onderzocht Project March hoe zulke alledaagse beperkingen kunnen worden verkleind.
Drie keer per week testen met Daan
Sinds 2023 is Daan van der Heyden de piloot van Project March. Tijdens het projectjaar 2025-2026 kwam hij drie keer per week naar Delft om het exoskelet te testen.
Voordat Daan instapte, controleerde het team de mechanismen en software. Daarna lieten de studenten het geprogrammeerde looppatroon eerst zonder gebruiker draaien. Als dat goed ging, trok Daan het exoskelet aan en begon de training.
Hij oefende met lopen, maar ook met zijn gewicht van het ene naar het andere been verplaatsen en zelfstandig zitten en opstaan. Na iedere training besprak hij met de studenten wat hij had ervaren. Trok het exoskelet zijn voeten te hoog op of stonden ze tijdens het lopen te dicht bij elkaar, dan kon het team het bewegingspatroon aanpassen.

Sensoren en 5G tijdens het testen
Tijdens zo’n training moest het team kunnen volgen wat er in het exoskelet gebeurde. Verschillende sensoren stuurden daarom voortdurend signalen naar de computers van Project March. Terwijl Daan bewoog, konden de studenten het systeem monitoren en zien hoe hun mechanica en software in de praktijk samenwerkten.
De tests vonden niet alleen in Delft plaats. Voor externe locaties nam Project March een router met een simkaart van Odido Business mee. Daarmee beschikte het team over een eigen mobiele internetverbinding en hoefde het niet afhankelijk te zijn van wifi, bekabeld internet of andere netwerkvoorzieningen op de testlocatie. Studenten konden daardoor ook buiten het testlab met het exoskelet en de bijbehorende data werken.
Dat is een belangrijke rol van 5G binnen het project. Een gewone vaste internetverbinding is gebonden aan een locatie en wifi is afhankelijk van de infrastructuur en dekking ter plaatse. Een mobiele 5G-verbinding kan met het team en uiteindelijk met het exoskelet meebewegen. Dat past bij het doel van Project March: een exoskelet ontwikkelen dat niet alleen onder gecontroleerde omstandigheden in een laboratorium functioneert, maar uiteindelijk op allerlei locaties kan worden gebruikt.
De volgende stap: een exoskelet verbonden met de cloud
Voor Odido Business vormt de huidige 5G-router bovendien een tussenstap naar een mogelijke volgende fase. In de toekomst zou de mobiele verbinding rechtstreeks in het exoskelet kunnen worden geïntegreerd. Een losse router is dan niet meer nodig: het exoskelet kan zelf verbinding maken met internet en gegevens rechtstreeks naar cloud- of edge-servers sturen.
Dat biedt verschillende mogelijkheden. Meetgegevens hoeven bijvoorbeeld niet eerst lokaal te worden bewaard om na een trainingssessie te worden geüpload, maar kunnen direct extern worden opgeslagen. Daarmee wordt het risico kleiner dat gegevens verloren gaan wanneer er iets met de lokale opslag gebeurt. Bovendien kunnen gegevens tijdens het lopen al worden verwerkt in plaats van pas achteraf te worden geanalyseerd.
Een volgende stap is om ook een deel van de berekeningen van het exoskelet naar externe computers te verplaatsen. Bij edge computing gebeurt die verwerking relatief dicht bij de gebruiker in het netwerk. In combinatie met een snelle verbinding met een lage latency kan het systeem daardoor tijdens het bewegen gegevens versturen, berekeningen laten uitvoeren en resultaten terugkrijgen.
Externe rekenkracht kan veel meer mogelijke bewegingssituaties doorrekenen dan praktisch is met alleen de hardware die de gebruiker moet meedragen. Het exoskelet zou zo bijvoorbeeld sneller kunnen reageren op veranderingen in houding of omgeving en de beweging en balans daarop kunnen aanpassen. Tegelijk kan het verplaatsen van rekenwerk naar externe infrastructuur de benodigde hoeveelheid lokale computerhardware verminderen, wat op termijn kan bijdragen aan een lager gewicht en energieverbruik van het exoskelet.
Dat betekent niet dat alle lokale rekenkracht zomaar kan verdwijnen. Voor veiligheidskritische functies ligt het voor de hand dat het exoskelet ook zonder netwerkverbinding zelfstandig en voorspelbaar moet blijven functioneren. Cloud- en edge-computing zijn daarom vooral interessant als aanvulling op de lokale besturing en als mogelijkheid om zwaardere berekeningen buiten het exoskelet uit te voeren.
Odido Business ondersteunde Project March daarnaast bij de reveal-video waarmee het team zijn exoskelet presenteerde. Daarmee hielp Odido Business om het project een groter publiek te laten bereiken.
Bekijk hoe Project March werkt
Kennis om op voort te bouwen
Linde en Layla combineerden Project March met hun master Integrated Product Design. Linde hield als teammanager het team draaiende en vertegenwoordigde het project naar buiten. Layla vertaalde als marketingcoördinator het technische werk van de studenten naar een verhaal voor een breder publiek.
Ook de techniek zelf blijft niet binnen één team. Project March ontwikkelt opensource, zodat volgende teams en anderen het ontwerp kunnen bekijken en erop kunnen voortbouwen. Het team van 2025-2026 hoopte dat een bedrijf de technologie uiteindelijk verder zou ontwikkelen.
Voor Daan werd de vooruitgang tijdens de trainingen zichtbaar. Waar de studenten zich konden vastbijten in een mechanisme of softwareprobleem, merkte hij wat een aanpassing in de praktijk opleverde. Iedere geslaagde beweging bracht het team dichter bij zijn doel: zonder krukken lopen en zelfstandig een museum binnenstappen.
Connectiviteit die meebeweegt
Project March liet zien hoe mobiele connectiviteit onderdeel kan worden van de ontwikkeling van een exoskelet. Tijdens het projectjaar gebruikte het team een router met 5G van Odido Business om ook buiten de vaste testomgeving over een eigen internetverbinding te beschikken. Zo konden de studenten op verschillende locaties werken zonder afhankelijk te zijn van de lokale internetvoorzieningen.
De volgende stap kan zijn om die verbinding in het exoskelet zelf te integreren. Meetgegevens kunnen dan direct naar externe systemen worden verstuurd en opgeslagen. Met edge- en cloudcomputing kan bovendien een deel van de verwerking buiten het exoskelet plaatsvinden, waar aanzienlijk meer rekenkracht beschikbaar kan zijn dan op de draagbare hardware zelf.
De meerwaarde van 5G zit daarmee niet alleen in een snellere internetverbinding. Vooral de combinatie van mobiliteit, bandbreedte en lage latency is relevant voor een systeem dat zich vrij moet kunnen verplaatsen en daarbij voortdurend gegevens produceert en verwerkt. Waar het team de verbinding in 2025-2026 nog via een losse 5G-router meenam, zou die connectiviteit uiteindelijk onderdeel kunnen worden van het exoskelet zelf.
Dat past bij de richting waarin Project March de technologie wil ontwikkelen: weg van een systeem dat vooral in een gecontroleerde testomgeving functioneert, naar een exoskelet dat zijn gebruiker ook in alledaagse en onverwachte situaties kan ondersteunen.
Praat mee