c’t 07/2026
Wat is er waar van IT-mythes?
Cover van
vibe-tools intro

AI-tools voor softwareontwikkeling: wanneer ze helpen en wanneer niet

Om erachter te komen hoe softwareontwikkelaars met AI omgaan, hebben we met ze gesproken over hun ervaringen. We wilden weten welke tools ze gebruiken, waarvoor, en als ze dat niet doen, waarom niet.

Hoe ontwikkelaars AI daadwerkelijk gebruiken

AI-tools zoals Claude Code, GitHub Copilot, Cursor, ChatGPT, Gemini of OpenCode zijn inmiddels voor veel ontwikkelaars een standaard onderdeel van hun werk. Tegelijkertijd blijft de discussie over deze hulpjes in de softwarebranche maar doorgaan: helpen ze bij het werk? Vervangen ze banen? Heb je überhaupt nog IT’ers nodig?

Vooral op sociale media lopen de gemoederen hoog op: als je de mening van zelfbenoemde goeroes gelooft, is een studie informatica niet meer de moeite waard en duwen alle softwareontwikkelaars alleen nog maar saaai en zonder na te denken op knoppen binnen AI-tools. We wilden uit eerste hand horen hoe de dagelijkse praktijk van IT’ers is veranderd, en wie kan dat beter beoordelen dan ontwikkelaars die elke dag software schrijven? We hebben met een aantal van hen uit bedrijven van verschillende grootte gesproken en hen gevraagd hun ervaringen te delen. We hebben enkele namen veranderd.

Diversiteit aan tools

Alle benaderde ontwikkelaars hebben ervaring opgedaan met AI-tools. Niemand van hen is verplicht om AI te gebruiken; het gebruik is vrijwillig. Sommigen vertelden ons dat ze liever zonder AI werken, anderen werken uitsluitend met AI-tools. Sommigen zitten nog in de verkenningsfase en testen verschillende AI-tools zoals Claude Code, Cursor of Copilot, anderen maken al gebruik van een groot repertoire.

Een van hen is Max P., al vier jaar DevOps-ontwikkelaar bij een groot concern. Het bedrijf zet uitgebreid in op AI-tools en heeft daarvoor de volledige Copilot-stack van Microsoft aangeschaft: een chatbot als website, een integratie in Office, bijvoorbeeld voor het samenvatten van e-mails, en GitHub Copilot met CLI-ondersteuning en IDE-integratie voor het programmeren.

Ergens tussen nauwelijks AI en heel veel AI in zit Samantha M., die al acht jaar op de softwareafdeling van een middelgroot bedrijf werkt. Ze gebruikt AI-tools zoals Claude Code tot nu toe alleen in privéprojecten: het neemt haar het saaie werk uit handen, zodat er meer tijd overblijft voor de spannende problemen. Na een testfase zou Claude Code dan ook op het werk moeten worden gebruikt.

Peter S. gaat veel kritischer om met AI; hij werkt al zo’n tien jaar met game-engines. Zijn werk speelt zich vaak op wiskundig niveau af: lichtberekeningen, complexe integralen, matrixbewerkingen of renderingtechnieken. Er zou weinig openbaar beschikbare code zijn, waardoor het voor taalmodellen moeilijk is om bruikbare oplossingen te leveren. Voor Peter S. is het duidelijk: “Voor kleine nichegebieden ontbreekt het de modellen vaak simpelweg aan de basis.”

Ook het gebruik van door AI gegenereerde assets in games is een uiterst omstreden en een controversieel onderwerp. De studio’s waarmee hij contact heeft, hebben een duidelijk standpunt ingenomen en hechten er waarde aan dat de hele game door mensen wordt gemaakt “Ja voor menselijke kunst”.

AI in de praktijk

Veel ontwikkelaars die met AI werken, gebruiken inmiddels zogenaamde agents. In tegenstelling tot klassieke chatbots beantwoorden ze niet alleen losse vragen, maar plannen en voeren ze zelfstandig taken uit. In feite als een assistent aan wie je een opdracht geeft en die de opdracht dan op eigen houtje afmaakt.

Sven M., al zes jaar full stack-ontwikkelaar bij een klein bedrijf, vertrouwt daarbij op twee plug-ins voor Claude Code: Superpowers en Feature Dev (functieontwikkeling). Beide leiden hem door het ontwikkelingsproces: ze stellen vragen, verduidelijken vereisten en stellen oplossingen voor. Zelfs vage prompts zijn voldoende, want de agenten verfijnen hun werk na verloop van tijd.

Maar dat heeft wel een prijs: op agents gebaseerde systemen verbruiken aanzienlijk meer tokens dan eenvoudige prompts en dus ook meer geld. Dat moest ook het bedrijf van Samantha M. leren; daar zitten ze nog net in een testfase. Sommige leidinggevenden zijn nog niet bereid om veel geld uit te geven, nadat ze hun vingers hebben gebrand aan een mislukt AI-project.

Lees dit artikel verder

Lees over tech-trends en achtergronden, nieuwe apparatuur, software en toepassingen voor professioneel gebruik. Met c’t heb je altijd de juiste tech-informatie. Word abonnee en lees onbeperkt alle artikelen.
Bekijk abonnementen Al abonnee? Log in

In het grote bedrijf van Max P. nemen agents zoals die van Copilot steeds vaker het programmeren over. Daarnaast wordt er een bundel agenten getest met de naam Squad: de ene agent schrijft bijvoorbeeld code, een andere geeft er commentaar op en een derde controleert het resultaat. Dat werkt goed voor grote taken, maar voor kleine klusjes is Squad te groot.

Het team van Max P. heeft er bijvoorbeeld een microservice helemaal vanaf nul mee ontwikkeld. Daarvoor hebben ze bepaald met welk framework er gewerkt moest worden en de architectuur vastgelegd. De opdracht werd vervolgens uitgevoerd door een geoptimaliseerde agent. Een paar iteraties later stond er een werkend ontwerp. De laatste correcties en aanpassingen hebben ze met de hand uitgevoerd.

Zoals we uit de gesprekken hebben vernomen, gaat het in veel bedrijven die AI inzetten bij softwareontwikkeling er zo aan toe: aan het einde van een gegenereerde functie wordt elke regel code door een mens gecontroleerd en eventueel aangepast, voordat de code wordt geïntegreerd. De code moet uiteindelijk immers voldoen aan de eigen specificaties en ideeën.

Andere bedrijven gebruiken taalmodellen vooral voor het genereren van prototypes. Kathrin A., die al 18 jaar bij een klein bedrijf werkt, gebruikt daarvoor de terminalversie van Claude Code om bijvoorbeeld nieuwe ideeën ‘quick & dirty’ uit te proberen. Hierdoor kun je mogelijke functies veel sneller testen en meer tijd besteden aan veelbelovende ideeën.

Toekomst

Bij bijna geen enkel onderwerp waren de ondervraagde softwareontwikkelaars zo verdeeld als bij de vraag hoe het er op de lange termijn uitziet met AI als hulpmiddel. Voor Sven M., wiens bedrijf een IDE-plug-in van een start-up gebruikte die later werd opgekocht en stopgezet, hangt het helemaal af van de AI-bedrijven zelf: “AI blijft voor altijd bestaan, zolang de prijs niet enorm stijgt en de bedrijven achter de tools niet failliet gaan.”

Een andere mening is die van Nils H., die al 22 jaar in verschillende sectoren van de softwareontwikkeling werkzaam is en sinds enkele jaren zelfstandig is. “Trends komen en gaan”, zegt hij. AI is tot nu toe niet in staat om hoogwaardige, efficiënte en goed leesbare code te schrijven die perfect is aangepast aan een bestaande architectuur.

Max P. vindt daarentegen dat AI een vooruitgang is die zich al jaren aankondigde en nu is ingeburgerd en zal blijven. Kathrin A. beoordeelt de ontwikkeling op dezelfde manier; je moet er gewoon mee leren omgaan. Ook Kevin D., die al zes jaar als systeemintegrator werkt, gelooft niet dat AI-tools snel zullen verdwijnen.

De toekomst hangt vooral af van de vraag of ontwikkelaars de tools accepteren en productief inzetten. Ondanks veel verschillende meningen was vrijwel iedereen het over één ding eens: AI is uiteindelijk gewoon weer een hulpmiddel dat correct moet worden ingezet. Het vervangt geen gekwalificeerde ontwikkelaar die de resultaten kan evalueren.

Sterft informatica uit?

Geen van de ontwikkelaars met wie we spraken, vindt een studie of opleiding in informatica overbodig. Integendeel: velen zien een goede kennis van informatica als essentieel. Voor Sven, die als opleider de volgende generatie IT-specialisten begeleidt, staat dat buiten kijf: je hebt altijd mensen nodig om de code te beoordelen.

In het eerste opleidingsjaar ziet zijn bedrijf bewust af van AI-tools. “Voor leerdoeleinden. Zodat je leert problemen te analyseren en zelf op te lossen”, legt hij ons uit. Pas vanaf het tweede leerjaar mogen de stagiaires zelf beslissen of ze AI willen gebruiken. De interesse is meestal sowieso groot genoeg om de tools zelfstandig onder de knie te krijgen.

Jonge ontwikkelaars die op zoek zijn naar een baan hebben het daarentegen juist moeilijk. “De arbeidsmarkt stort in, onder andere omdat het geld naar AI gaat”, vermoedt Peter S. Hij ziet dat ook bij ervaren ontwikkelaars die al lang in de sector zitten en door ontslaggolven zijn getroffen. Ze vinden moeilijk weer een baan en de waardevolle kennis gaat verloren.

Max P. gelooft niet dat AI gekwalificeerde ontwikkelaars vervangt, maar hij wil de situatie ook niet mooier voorstellen dan hij is: “De baan van softwareontwikkelaar is helaas niet meer de veilige keuze die het vijf tot tien jaar geleden nog was.” Toch vindt hij een studie of opleiding zinvol, mits je echte interesse in informatica hebt.

Ook al ondergaat het beroep momenteel veranderingen, volgens Kevin D. zijn informatici “de laatsten die moeten vertrekken”, want er moet altijd iemand zijn om servers te onderhouden en systemen te beheren. Sven M. drukt het nog duidelijker uit: “We zijn helemaal verloren als niemand dit meer zou doen.”

Conclusie

Wat uit onze gesprekken duidelijk wordt, is dat niemand weet waar de boot genaamd AI naartoe vaart. Sommigen manoeuvreren voorzichtig, afhankelijk van de situatie, anderen gooien het roer krachtig om en investeren flink in de nieuwe technologie. Het is waarschijnlijk dat AI zich blijvend zal nestelen en dat het beroep van informaticus zal blijven bestaan. Alleen hoe het bijbehorende werk er in de toekomst uit zal zien, is onzeker.

Wilhelm Drehling en Alieke van Sommeren

Inspiratie in je mailbox

Blijf bij op IT-gebied en verbreed je expertise. Ontvang elke week artikelen over de laatste tech-ontwikkelingen, toepassingen, nieuwe hard- en software én ontvang tips en aanbiedingen.

Loginmenu afsluiten